Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 augustus 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7720Zaaknummer 12035549 CV EXPL 25-4271 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Publicatiedatum
1 september 2026
Zaaknummer
12035549 CV EXPL 25-4271 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van een online gedane bestelling bij een webshop. Gedaagde betwist dat zij een bestellign heeft geplaatst. Eiseres heeft onvoldoende gesteld dat het gedaagde is geweest die de bestelling heeft gedaan. Vordering wordt afgewezen

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen van Billink af,

5.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 12035549 \ CV EXPL 25-4271

Vonnis van 12 augustus 2026

in de zaak van

BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,

te Gouda,

eisende partij,

hierna te noemen: Billink,

gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,

tegen

[gedaagde],

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

Hier (evt.) nog de zaak in het kort

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 december 2025,- de conclusie van antwoord van 22 december 2025,

- de e-mail van [gedaagde] van 12 januari 2026,,- de akte van Billink van 4 februari 2026,- het extract audiëntieblad (antwoordakte) van [gedaagde] van 18 februari 2026.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 5 mei 2022 is op naam van [persoon] een bestelling voor kleding gedaan bij [webshop] (hierna: webshop) voor in totaal € 119,98. Hierbij is als (aflever)adres van de besteller [adres] te [plaats] vermeld. Het e-mailadres dat bij de bestelling is opgegeven betreft [e-mailadres], het telefoonnummer betreft [telefoonnummer] en de geboortedatum die is opgegeven betreft [geboortedatum]. Bij het afrekenen van de bestelling is gekozen voor de mogelijkheid “achteraf betalen” via Billink. Door deze keus is de vordering op de besteller direct door de webshop in eigendom overgedragen aan Billink.

2.2.

Billink heeft de factuur met een betaaltermijn van 14 dagen gestuurd naar het emailadres [e-mailadres]. Op 23 mei 2022 is naar ditzelfde emailadres een aanmaning verstuurd. Op 7 juni 2022 heeft [gedaagde] een betalingsherinnering per post ontvangen van Billink. De factuur is onbetaald gebleven.

2.3.

Op 8 januari 2026 heeft [gedaagde] aangifte gedaan bij de politie waarin zij aangeeft dat zij slachtoffer is geworden van internetfraude. Volgens [gedaagde] heeft iemand anders op haar naam en adres op 5 mei 2022 een bestelling geplaatst bij de webshop.

3 Het geschil

3.1.

Billink vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 119,98, vermeerderd met rente en kosten. Billink legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat webshop en [gedaagde] een koopovereenkomst hebben gesloten op grond waarvan de webshop de door [gedaagde] bestelde kleding aan [gedaagde] heeft geleverd. [gedaagde] heeft gekozen voor achteraf betalen aan Billink. [gedaagde] heeft de verschuldigde prijs van € 119,98 echter niet betaald.

3.2.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Billink, omdat zij niet degene is geweest die de bestelling heeft geplaatst en ook niets heeft ontvangen. Volgens [gedaagde] is er dus geen koopovereenkomst tussen haar en de webshop tot stand is gekomen, waardoor er ook geen betalingsverplichting op haar rust.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter onderbouwing van haar standpunt stelt Billink dat [gedaagde] bij het plaatsen van de bestelling haar getrouwde naam “ [naam] ” heeft gebruikt en dat gelet op de voornamen van [gedaagde] “ [roepnaam] ” haar roepnaam kan zijn. Gelet op de factuurdatum die te ver in het verleden ligt kan Billink geen afleverbewijs meer opvragen bij de webshop. Voorts stelt Billink dat zij nooit een reactie van [gedaagde] heeft ontvangen op de aanmaningen en dus ook niet op de per post naar het adres van [gedaagde] gestuurde aanmaning.

4.2.

[gedaagde] betwist de aanmaningen per email te hebben ontvangen nu het niet haar emailadres betreft. Wel erkent zij de betalingsherinnering per post te hebben ontvangen, maar [gedaagde] stelt dat zij naar aanleiding daarvan contact heeft opgenomen met de webshop om navraag te doen over de bestelling. Volgens [gedaagde] zou de webshop een en ander uitzoeken en heeft zij daarna niets meer vernomen tot het moment van ontvangst van de dagvaarding. [gedaagde] wijst er tot slot op dat de bij de bestelling opgegeven geboortedatum niet overeenkomt met haar eigen geboortedatum en dat het telefoonnummer haar niet bekend is.

4.3.

Vast staat dat er een bestelling is gedaan op 5 mei 2022 bij de webshop voor een bedrag van € 119,98, maar de vraag is of [gedaagde] degene is geweest die die bestelling heeft gedaan. Billink stelt weliswaar dat [gedaagde] dit is geweest en dat de bestelling bij haar is afgeleverd, maar onderbouwt dit niet. De enkele stelling dat de bij de bestelling opgegeven naam bij de naam van [gedaagde] kan passen is in ieder geval onvoldoende. Dit geldt temeer nu [gedaagde] betwist dat het gebruikte emailadres en telefoonnummer van haar zijn en de opgegeven geboortedatum aantoonbaar onjuist is. Nu [gedaagde] stelt de bestelling niet te hebben ontvangen en Billink hier ook geen bewijs van kan overleggen, is de kantonrechter van oordeel dat Billink, gezien de gemotiveerde betwisting van [gedaagde], onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om te kunnen vaststellen dat [gedaagde] degene is geweest die op 5 mei 2022 de koopovereenkomst met de webshop heeft gesloten. De kantonrechter zal de vordering van Billink dan ook afwijzen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen van Billink af,

5.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.