Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7704Zaaknummer C/02/449714 / FA RK 26-3294

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 september 2026
Zaaknummer
C/02/449714 / FA RK 26-3294
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging, paranoide persoonlijkheidsstoornis met psychotische ontregelingen, middelengebruik en versandelijke beperking, agressie en bedreigingen

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats], Ethiopië wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 juli 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449714 / FA RK 26-3294

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats], Ethiopië,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in de [accommodatie], locatie: [locatie] te [plaats],

advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026 bij de accommodatie waar betrokkene nu woont. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- [persoon], verpleegkundig specialist.

2 Wat vaststaat

2.1.

Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 29 januari 2026 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 29 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene zegt dat het goed met hem gaat. Hij wil niet voor onbepaalde tijd bij [accommodatie] blijven, maar toewerken naar een zelfstandige woning en betaald werk.

4.2.

De verpleegkundig specialist zegt dat betrokkene in het verleden meerdere malen is opgenomen vanwege somatische problematiek. Daarnaast heeft betrokkene aangegeven dat hij zonder zorgmachtiging zal stoppen met het innemen van zijn medicatie en het onderhouden van contact met het ambulante team. Volgens de verpleegkundig specialist fungeert de zorgmachtiging als een stok achter de deur. Het uiteindelijke doel is dat betrokkene, met ondersteuning van een zorgmachtiging, zelfstandig kan wonen en werken.

4.3.

De advocaat stelt dat de verplichte zorgvorm ‘insluiten’ niet noodzakelijk is, aangezien deze in de afgelopen jaren niet is toegepast. Daarnaast ervaart betrokkene de zorgmachtiging als een steuntje in de rug en gaat het geleidelijk beter met hem. Om die redenen verzoekt de advocaat de rechtbank de zorgmachtiging toe te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Hij heeft namelijk een antisociale persoonlijkheidsstoornis met paranoïde kenmerken, waarbij hij kwetsbaar is om psychotisch te ontregelen. Daarnaast is er sprake van een stoornis in het gebruik van middelen en functioneert hij op het niveau van iemand met een verstandelijke beperking.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële en immateriële schade;

- ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene zijn medicatie staakt, met als gevolg dat hij psychotisch decompenseert. Tijdens een psychotische ontregeling is betrokkene achterdochtig, laat hij agressief gedrag zien en trekt hij zich terug. Zo heeft betrokkene eerder zijn moeder mishandeld en diverse spullen vernield. Ook veroorzaakte betrokkene ernstige overlast in de wijk en uitte hij bedreigingen richting buurtbewoners, waar hij met een mes voor het raam stond. Daarnaast neemt betrokkene tijdens een psychische decompensatie zijn diabetes medicatie niet in, waardoor sprake is van ernstige somatische ontregeling en er een groot risico bestaat op coma, uitval van vitale functies en overlijden.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene de noodzakelijk geachte zorg uitsluitend accepteert binnen het kader van een zorgmachtiging. Daarnaast is er onvoldoende sprake van ziekte-inzicht om de zorg op vrijwillige basis te kunnen voortzetten. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats], Ethiopië wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 juli 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.