Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7691Zaaknummer C/02/450143 / JE RK 26-1224

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 september 2026
Zaaknummer
C/02/450143 / JE RK 26-1224
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schriftelijk verzoek spoed muhp voorziening voor pleegzorg. ingetrokken door de GI omdat de minderjarige naar een gezinshuis wordt overgeplaatst.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

wijst het verzoek van de GI af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. Dijkman, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/450143 / JE RK 26-1224

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Beschikking (spoed) machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. W. Tiggelaar te Middelburg,

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

  • het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 7 juli 2026;
  • de brief van de GI van 7 juli 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader,
  • een tolk in de Poolse taal;
  • een vertegenwoordigster van de GI.
1.3.

Met bijzondere toestemming is tot de zitting als toehoorder toegelaten mevrouw [persoon 1], [hulpverlening], begeleidster van de moeder en mevrouw [persoon 2], [hulpverlening], als begeleidster van de vader.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

Bij beschikking van 22 juni 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 22 juni 2023 en tot 22 juni 2024. Deze maatregel is vervolgens steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 21 mei 2026, waarbij de ondertoezichtstelling van [minderjarige] is verlengd tot 22 december 2026.

2.3.

Bij beschikking van 19 juli 2023 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 19 juli 2023 en tot 2 augustus 2023. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

2.4.

Bij beschikking van 28 juli 2023 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 2 augustus 2023 en tot 19 oktober 2023. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 22 juni 2024.

2.5.

Bij beschikking van 2 juli 2026 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 2 juli 2026 tot 16 juli 2026.

2.6.

Inmiddels verblijft [minderjarige] in een gezinshuis.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van drie weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter zal met ingang van heden beslissen op het eveneens door de GI ingediende (reguliere) verzoek tot verlening van een machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening. Gelet hierop behoeft het ingediende spoedverzoek geen beoordeling. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

wijst het verzoek van de GI af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. Dijkman, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 31 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.