Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7684Zaaknummer C/02/449967 / FA RK 26-3434

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 september 2026
Zaaknummer
C/02/449967 / FA RK 26-3434
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging op zorgmachtiging, schizofrenie met middelengebruik, agressie, dreiging en contactverbod in verband met overlast

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in overweging 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 juli 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449967 / FA RK 26-3434

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. C.G. Matze uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 juli 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026 bij de FACT-locatie van [accommodatie] aan [adres] in [plaats]. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • [persoon 1], casemanager;
  • [persoon 2], maatschappelijk werker.

2 Wat vaststaat

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 8 september 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 8 september 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene zegt dat hij graag rust wil. Daarnaast geeft hij aan altijd trouw zijn medicatie in te nemen en liever geen bemoeienis te ervaren van verschillende instanties.

4.2.

De casemanager zegt dat betrokkene de zorgmachtiging wel nodig heeft. In het verleden is gebleken dat betrokkene op eigen initiatief stopt met het innemen van zijn medicatie, waarna doorgaans een opname volgt. Deze opnames duren vaak lang en zijn volgens de casemanager niet wenselijk voor betrokkene. Daarnaast werkt betrokkene niet vrijwillig mee aan bloedonderzoek, waardoor de zorgvorm “het verrichten van medische controles” noodzakelijk is. Tot slot geeft de casemanager aan dat de zorgvorm “opname” niet noodzakelijk is, als betrokkene zijn medicatie trouw blijft innemen.

4.3.

De maatschappelijk werker brengt naar voren dat de situatie van betrokkene het afgelopen jaar is verbeterd. Hij kan blijven wonen op de plek waar hij nu verblijft; vorig jaar dreigde hij zijn woning te moeten verlaten vanwege overlast. Daarnaast is er inmiddels meer zicht op het functioneren van betrokkene en verloopt het contact met hem gemakkelijker.

4.4.

De advocaat zegt dat betrokkene de huidige situatie graag wil behouden. Om die reden verzoekt zij het verzoek toe te wijzen, maar uitsluitend voor de verplichte zorgvormen ‘het toedienen van medicatie’, ‘het verrichten van medische controles’ en ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het contact met het ambulante team’. De overige verzochte vormen van zorg verzoekt de advocaat af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Er is sprake van psychotische ontregelingen bij een schizofreniespectrumstoornis en middelengebruik.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het ernstig nadeel zich met name zal voordoen als betrokkene zijn medicatie staakt, met als gevolg dat hij psychotisch decompenseert. Dan is betrokkene dreigend naar anderen. Onlangs heeft betrokkene vanwege overlastgevend gedrag een contact- en locatieverbod opgelegd gekregen. Daarnaast bestaat er een risico op ernstig lichamelijk letsel voor betrokkene zelf. Betrokkene weigert in deze situatie namelijk de nodige zorg voor zijn diabetes mellitus.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene neemt zijn medicatie niet altijd in, zodat verplichte zorg nodig is.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

5.7.1.

De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op de overige verzochte vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in overweging 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 juli 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.