Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7646Zaaknummer C/02/449762/ KG ZA 26-362 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Publicatiedatum
13 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449762/ KG ZA 26-362 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. meerderjarige zoon wordt veroordeeld woning ouders te verlaten met medeneming persoonlijke bezittingen en verbod om woning gedurende een jaar weer te betreden en te bewonen

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde de woning aan [adres] te verlaten met medeneming van zijn persoonlijke bezittingen, binnen één week na betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat hij hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,

3.2.

verbiedt gedaagde om gedurende één jaar na het verlaten van de woning deze te betreden of te bewonen, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat hij het verbod overtreedt, met een maximum van € 2.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/449762 / KG ZA 26-362

Vonnis in kort geding van 13 augustus 2026

in de zaak van

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

te [plaats],

eisers,

advocaat: mr. M.S. Kerkhof-Pöttger,

tegen

[gedaagde],

te [plaats],

gedaagde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 16 juli 2026 met producties,
  • de mondelinge behandeling van 11 augustus 2026,
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Eisers hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2.

De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen met inachtneming van het volgende.

Vordering I wordt toegewezen voorzover gedaagde wordt veroordeeld de woning te verlaten met medeneming van zijn persoonlijke bezittingen.

De onder I en II gevorderde dwangsommen zullen worden gemaximeerd tot een bedrag van € 2.000,00.

2.3.

De kosten van het geding zullen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde de woning aan [adres] te verlaten met medeneming van zijn persoonlijke bezittingen, binnen één week na betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat hij hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,

3.2.

verbiedt gedaagde om gedurende één jaar na het verlaten van de woning deze te betreden of te bewonen, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat hij het verbod overtreedt, met een maximum van € 2.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.