Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7626Zaaknummer C/02/449677 / FA RK 26-3282

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
23 september 2026
Zaaknummer
C/02/449677 / FA RK 26-3282
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449677 / FA RK 26-3282

Datum uitspraak: 13 juli 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. W. van der Sande uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], verpleegkundig specialist;
  • mevrouw [persoon 2], sociaal psychiatrisch verpleegkundige van het FACT;
  • de moeder van betrokkene;
  • de vader van betrokkene.

2 Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene stelt dat het goed met hem gaat. Hij doet erg zijn best en wat er nu wordt gesteld klopt niet. Betrokkene denkt niet dat hij hulp nodig heeft en wil vrijwillig meewerken met hulpverlening. Hij kan ruzies voorkomen, hij kan goed slapen, hij kan een goed dag- en nachtritme hebben en hij blowt bijna niet. Betrokkene heeft lange tijd medicatie genomen, maar dit werkt niet. Hij begrijpt niet dat er mensen zijn die meldingen hebben gemaakt, terwijl er niets aan de hand is. Hij vindt het erg voor zijn ouders dat zij hierdoor nu ook problemen hebben. Betrokkene heeft in [locatie] gezeten, omdat hij de buurman beledigd en bedreigd zou hebben. Echter heeft de buurman hem beledigd en bedreigd.

3.2.

De advocaat stelt dat betrokkene vindt dat er niets met hem aan de hand is. Hij zegt dat er een onjuiste diagnose is gesteld en het verzoek kan dan ook niet worden toegewezen. Ook in de meldingen die zijn gedaan, herkent betrokkene zich niet. Hierbij zijn er in de laatste weken geen overlastmeldingen meer geweest. Betrokkene denkt dat het nog slechter met hem zal gaan als het verzoek wordt toegewezen. Hij wil graag een kans om zich te kunnen bewijzen.

3.3.

De verpleegkundig specialist stelt dat betrokken heel erg zijn best doet. Echter zijn er erg veel zorgen om betrokkene. Het lukt hem niet om zijn leven op de rails te krijgen. Hij heeft last van stemmen, waardoor hij vaak roept en schreeuwt. Eerder is IHT ingezet, wat hem wat leek te helpen. Hierna is het FACT betrokken geraakt. Het lijkt voor betrokkene moeilijk om zijn medicatie blijvend in te nemen, om een goed dag- en nachtritme te hebben en om vol te houden dat hij geen overlast veroorzaakt. Een zorgmachtiging is dan ook nodig. Er is op allerlei vrijwillige manieren geprobeerd om betrokkene te helpen, maar dit is niet voldoende geweest. Voor wat betreft de verplichte vormen van zorg zijn de vormen zoals verzocht door de officier van justitie noodzakelijk. Hiernaast is ook de zorgvorm ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ noodzakelijk, omdat dit samenhangt met de opname.

3.4.

De sociaal psychiatrisch verpleegkundige stelt dat ze zich aansluit bij wat de verpleegkundig specialist heeft gesteld. Er is op verschillende vrijwillige manieren geprobeerd om betrokkene te helpen, maar dit is tot op heden niet gelukt.

3.5.

De moeder stelt dat het niet goed gaat met betrokkene. Hij blowt iedere dag en veroorzaakt overlast bij de buren door naar ze te schreeuwen. Hij mag niet meer naar buiten, maar doet het toch, hij komt niet als de moeder hem roept om te eten, hij hoort dingen, gooit ramen open en ook dan roept hij naar buiten. Er is sprake van een onhoudbare situatie en ze hebben zelfs een brief van de burgemeester ontvangen door de overlast die betrokkene veroorzaakt. De moeder slaapt niet meer, omdat ze continu op de Ringdeurbel kijkt naar wat betrokkene ’s nachts aan het doen is buiten.

3.6.

De vader stelt dat het thuis niet meer houdbaar is met betrokkene. Betrokkene hoort stemmen, maar hij vindt zelf dat het goed met hem gaat. De ouders worden nu gestraft doordat ook zij niet meer naar buiten mogen. Dit staat in de brief van de burgemeester.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.

4.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

Er is sprake van toenemende psychotische belevingen met auditieve hallucinaties met niet volledige realiteitszin. Betrokkene denkt dat anderen zijn gedachten kunnen horen. Hij ervaart 24 uur per dag dat er in de buurt over hem wordt gesproken en dat mensen hem willen benadelen. Hij ervaart veel conflicten om hem heen en laat zich niet aanspreken op het gedrag dat hij zelf laat zien. Hij uit verbale beschuldigingen gericht op buren, rijdt in zijn auto rond en roept vanuit zijn auto dat mensen hem met rust moeten laten. Hij staat naar de (jonge) buurkinderen te roepen, gooit peuken over de schutting, slaapt soms in de serre op de grond, loopt rondjes om het huis om de buurt in de gaten te houden en roept als hij meent dat mensen hem aanspreken, wat feitelijk niet zo is. Hij draait hard muziek zodat ouders niet kunnen slapen en betrokkene is agressief naar ouders. Hij is in hun huis ook voortdurend op zoek naar alcohol en wiet. De ouders van betrokkene zijn overbelast door de zorg voor betrokkene en zij geven aan uitgeput te zijn. Er is sprake van een toename van spanningen binnen het gezin. Dit alles heeft al geresulteerd in een reeks overlastmeldingen door de buren bij de politie en verschillende huisbezoeken door de politie. Betrokkene geeft aan drie dagen in P.I. [locatie] te hebben verbleven. In december 2025 is er een proces geweest. De ouders en betrokkene hebben inmiddels een gedragsaanwijzing/mededeling last onder bestuursdwang ontvangen van de burgemeester. Hierbij heeft betrokkene veel verdriet over zijn falen op maatschappelijk gebied.

4.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

4.5.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig. Betrokkene meent dat er niets met hem aan de hand is en dat hij geen noodzaak ziet voor behandeling. Het ontbreekt betrokkene echter aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene is niet in staat om een onderscheid te maken tussen zijn waanachtige belevingen en de werkelijkheid. Om die reden kan hij de risico's die voortvloeien uit de aard van zijn aandoening en de voordelen van behandeling niet op een adequate manier afwegen. Veel inzet op ambulante FACT zorg is zonder resultaat gebleven. Er is op dit moment geen sprake meer van samenwerking, betrokkene wenst geen medicatie te nemen en als de ouders hem niet op afspraken wijzen en daar zorg voor dragen dan komt betrokkene ook zijn afspraken niet na.

4.6.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

  • het verrichten van medische controles;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

4.7.

Gelet op het standpunt van de verpleegkundig specialist tijdens de mondelinge behandeling, is de rechtbank van oordeel dat in afwijking van het verzoek van de officier van justitie ook het beperken van de bewegingsvrijheid noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank zal ook deze vorm van verplichte zorg toewijzen.

4.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.