Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7620Zaaknummer C/02/449652 / FA RK 26-3275

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
23 september 2026
Zaaknummer
C/02/449652 / FA RK 26-3275
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing RM - 6 maanden

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 24 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449652 / FA RK 26-3275

Datum uitspraak: 13 juli 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. C.J.M. Veth uit Rijen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 juni 2026.
  • het e-mailbericht van de dochter, binnengekomen bij de rechtbank op 30 juni 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], casemanager;
1.3.

Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:

- mevrouw [persoon 2], collega casemanager.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat de familie haar op allerlei manieren proberen op te lichten en dingen afhandig te maken. Betrokkene hoeft zich maar om te draaien en alles is weg, terwijl zij precies weet waar het zou moeten liggen. Voorts geeft betrokkene aan dat zij zichzelf goed verzorgt en dat er maaltijden voor haar worden opgewarmd. Betrokkene heeft niemand nodig om te douchen en voor eten te zorgen. Zo wandelt betrokkene voor haar conditie en sport zij en heeft ze goede contacten waarbij ze zichzelf kan zijn. Mocht het nodig zijn dat ze ergens anders gaat wonen, dan is zij de eerste die aan de bel trekt, aldus betrokkene.

3.2.

De casemanager verklaart dat zij verschillende keren bij betrokkene is langs geweest en zij ziet dat het niet goed gaat thuis. Volgens de casemanager komt de achterdocht en het wantrouwen van betrokkene door de alzheimer. Het is de casemanager gelukt om hulp in te schakelen bij betrokkene, maar er blijft sprake van agressie en achterdocht en dit wordt niet minder. De casemanager geeft aan dat er geen sprake meer is van een veilige setting, onder meer omdat betrokkene vreemde mensen in huis haalt. Bovendien is de dochter van betrokkene zwaar overbelast. De casemanager verklaart dat betrokkene een hoop zorg niet accepteert. Voorts geeft de casemanager aan dat betrokkene bijvoorbeeld kip laat ontdooien boven op de tv en het brandalarm inmiddels is uitgeschakeld omdat het constant afging. De procedure voor een rechterlijke machtiging is eerder dit jaar ingetrokken omdat betrokkene aanvankelijk hulp leek te accepteren, maar het ziekte-inzicht is er inmiddels niet meer.

3.3.

De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene is fysiek in staat tot bewegen en wandelen en hij hoort weinig concrete dingen waarvan hij zich afvraagt of het onverantwoord is en er daarmee sprake zou zijn van ernstig nadeel. Betrokkene moet specifieke hulp krijgen voor concrete problemen. Volgens de advocaat is er onvoldoende materiaal om te kunnen spreken van een gedwongen plaatsing.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie waarschijnlijk van het type Alzheimer.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de hygiëne van betrokkene altijd al mager was, maar de laatste tijd alleen maar is toegenomen. Zo doucht betrokkene zich waarschijnlijk helemaal niet en de vuile was wordt amper of niet gewassen. Daarnaast eet betrokkene slecht en laat ze zorg wisselend toe. Betrokkene wordt regelmatig in paniek op straat aangetroffen, als thuiszorg komt of door de kinderen. Betrokkene is zeer wantrouwend en slaapt slecht omdat ze bang is voor insluipers. Voorts komt het wekelijks voor dat ze vreemden in huis haalt omdat ze een probleem heeft dat ze niet kan oplossen.

4.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden.

4.5.

Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene wil niet opgenomen worden maar zelf beslissen wat ze doet. Betrokkene is namelijk niet gek en nog heel gezond.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Er is een zeer beperkt zorgsysteem aanwezig door zorgweigering. Meer zorg inzetten lukt niet terwijl de risico’s toenemen. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene.

4.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 24 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.