Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 augustus 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7602Zaaknummer BRE 26/79

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Publicatiedatum
19 augustus 2026
Zaaknummer
BRE 26/79
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanslag leges, schending van artikel 8:42 van de Awb, gegrond beroep.

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vernietigt de in rekening gebrachte leges van € 160,-;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 54,- aan belanghebbende moet vergoeden;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 12,00 aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is ter zitting gedaan op 4 augustus 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier.

griffierrechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Overwegingen
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 26/79

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 augustus 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 27 november 2025.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een aanslag leges van € 160,-opgelegd (hierna: de legesaanslag).

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft belanghebbende [belanghebbende] deelgenomen.

1.3.1.

De heffingsambtenaar is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. De heffingsambtenaar is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 25 juni 2026 aan de heffingsambtenaar naar postbus [postbus] te [plaats] ( [postcode] ), onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Nu uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 26 juni aan de heffingsambtenaar op voorgenoemd adres is bezorgd, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

1.4.

Aan het slot van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt vast dat het voor de rechtbank niet mogelijk is om de zaak op

een juiste wijze inhoudelijk te beoordelen nu het dossier in verregaande mate incompleet is. Op grond van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) rust op de heffingsambtenaar de verplichting om de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. Ondanks een verzoek van de rechtbank van 5 maart 2026 aan de heffingsambtenaar om een verweerschrift en de stukken in te dienen, heeft deze daar niet op gereageerd. Ook op het rappel van 7 mei 2026 is niet gereageerd. Daarnaast is de heffingsambtenaar niet ter zitting verschenen. Op grond van artikel 8:31 van de Awb kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.

2.1.

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan wat belanghebbende heeft gesteld. De gevolgtrekking die de rechtbank, gelet op al deze feiten en omstandigheden geraden voorkomt, is om belanghebbende te volgen in zijn standpunt dat geen sprake was van een conceptaanvraag, maar van een verzoek om informatie, waarvoor geen leges zijn verschuldigd. De legesaanslag zal dan ook worden vernietigd.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de legesaanslag wordt vernietigd.

3.1.

Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank bepaalt de proceskosten op € 12,00, te weten de door belanghebbende gemaakte reiskosten conform het op zitting overgelegde formulier proceskosten.

3.2.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vernietigt de in rekening gebrachte leges van € 160,-;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 54,- aan belanghebbende moet vergoeden;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 12,00 aan proceskosten aan belanghebbende.

Deze uitspraak is ter zitting gedaan op 4 augustus 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van M.M.I. van Dijk-Saris, griffier.

griffierrechter

De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.