Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7476Zaaknummer C/02/449831 / JE RK 26-1154 en C/02/449833 / JE RK 26-1155
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Publicatiedatum
- 18 september 2026
- Zaaknummer
- C/02/449831 / JE RK 26-1154 en C/02/449833 / JE RK 26-1155
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Machtiging gesloten jeugdhulp. Uitleg in de beschikking aan de minderjarige.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 juli 2026 tot 10 januari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 24 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/449831 / JE RK 26-1154 (spoed)
C/02/449833 / JE RK 26-1155 (regulier verzoek)
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige],
advocaat mr. N.N. van Nunnikhoven uit Tilburg.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 juli 2026;
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 1 juli 2026;
- de brief van de GI van 3 juli 2026;
- de brief van de GI met bijlage van 8 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI;
- de moeder.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan mw. [naam 1], begeleider van [hulpverlening]. De vader is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen.
[minderjarige] heeft voor de zitting nog een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
Bij beschikking van deze rechtbank van 31 december 2013 zijn de vader en de moeder ontheven uit het gezag over [minderjarige] en is Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, gevestigd te Eindhoven, benoemd tot voogdes, waarbij de maatregel wordt uitgevoerd door de GI.
Bij beschikking van 1 juli 2026 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, met ingang van 1 juli 2026 tot 15 juli 2026. De behandeling van het overige verzoek is aangehouden tot de zitting.
[minderjarige] verblijft op basis van deze spoedmachtiging bij [accommodatie] in [plaats].
3 Het verzoek
Inzake C/02/449831 / JE RK 26-1154:
Aan de orde is het verzoek van de GI om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de resterende duur van twee weken.
Inzake C/02/449833 / JE RK 26-1155:
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.
4 De standpunten
De GI heeft ter onderbouwing van haar verzoek het volgende aangegeven. [minderjarige] verbleef tot de gesloten plaatsing bij [hulpverlening] in Breda. Bij [minderjarige] is er sprake van LVB-problematiek, een lage sociaal-emotionele ontwikkeling en hechtingsproblematiek. In de afgelopen maanden zoekt zij de aandacht steeds vaker in extreme en risicovolle situaties. Vooral de laatste maand zijn de zorgen erg toegenomen. Zij loopt structureel bij [hulpverlening] weg. Het is onbekend waar ze dan verblijft en met wie ze contact heeft. Naar eigen zeggen heeft zij seksueel contact gehad met verschillende meerderjarige mannen, soms tegen haar zin. Ze is aangetroffen in een AZC, 85 kilometer van de groep, bij volwassen mannen die middelen gebruikten. [minderjarige] komt soms zonder ondergoed en vervuild terug op de groep. Ook keert zij soms terug op de groep met nieuwe spullen, zoals een telefoon, en zegt dat zij die spullen heeft gekregen. Er is bij [hulpverlening] veel ingezet in het bieden van kaders, voorlichting en nabijheid, maar [minderjarige] lijkt niet leerbaar. Zij heeft geen inzicht in oorzaak en gevolg en het gevaar waar zij zichzelf telkens in brengt. De ingezette maatregelen zijn ontoereikend gebleken. In de open setting bij [hulpverlening] kan de veiligheid van [minderjarige] niet meer gegarandeerd worden. De gesloten plaatsing is noodzakelijk om haar te beschermen tegen mogelijke seksuele uitbuiting, misbruik en mogelijk middelengebruik. [minderjarige] heeft continue toezicht nodig om te voorkomen dat zij zich in onveilige situaties bevindt. In de gesloten accommodatie kan zij eerst stabiliseren, kan daarna planmatig bekeken worden wat [minderjarige] nodig heeft en kan duurzaam aan een (trauma)behandeling en haar ontwikkeling gewerkt worden, zoals het vergroten van haar emotieregulatie en impulscontrole, het vergroten van haar kennis van seksueel gezond gedrag en het versterken van haar vermogen om risicovolle situaties te herkennen, grenzen aan te geven en hulp te accepteren. De jeugdbeschermer van de GI heeft toegezegd dat ze de wens van [minderjarige] om te kunnen deelnemen aan de paardenclub en de soos zal bespreken in het aankomende overleg met [accommodatie].
[minderjarige] heeft verteld dat zij het leuk vindt bij [accommodatie]. Ze hebben gewonnen bij een zeskamp en dat kwam door haar deelname. Er zit een paardenclub op het terrein en een soos en zij zou daar graag naar toe gaan. Ze begrijpt dat er zorgen over haar waren. Ze is het niet eens met alles wat de GI opgeschreven heeft, maar kan het in grote lijnen wel volgen. Ze is het eens met de gesloten plaatsing. Het gaat beter met haar omdat ze hier niet weg kan lopen. De advocaat heeft aangeven dat hij zich namens [minderjarige] refereert aan het oordeel van de kinderrechter.
De moeder is erg geschrokken van de situatie. Zij ziet liever niet dat [minderjarige] gesloten geplaatst is, maar begrijpt dat dit nodig is. Zij kan zich daarom vinden in het verzoek van de GI. De moeder heeft aangegeven dat zij een goede band met [minderjarige] heeft en dat zij haar best zal doen om bij haar op bezoek te gaan.
5 De beoordeling
Op grond van artikel 6.1.2 van de Jeugdwet kan de kinderrechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan slechts worden verleend als:
- jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
- de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
- er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. [minderjarige] heeft zichzelf herhaaldelijk in zeer onveilige situaties gebracht. Door haar persoonlijke problematiek heeft zij niet het inzicht dat zij zichzelf telkens in gevaar brengt en dat er misbruik van haar wordt gemaakt. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. Het is de kinderrechter gebleken dat [hulpverlening] diverse maatregelen heeft ingezet om [minderjarige] te beschermen, maar [hulpverlening] kan niet voorkomen dat zij zich, bij elke gelegenheid die zich voordoet, onttrekt. Zoals ook de onafhankelijke gedragswetenschapper in de instemmingsverklaring van 30 juni 2026 heeft aangegeven is er binnen de open setting geen enkele mogelijkheid meer om [minderjarige] te beschermen. De gedragswetenschapper heeft ingestemd met het verzoek. De plaatsing in de gesloten accommodatie is noodzakelijk en passend om [minderjarige] te beschermen om te voorkomen dat zij niet meer in ernstig onveilige situaties terechtkomt. De kinderrechter hoopt dat, na een periode van stabilisatie, binnen de beperkte mogelijkheden van [minderjarige] toch gewerkt kan worden aan het versterken van haar vermogen om inzicht te krijgen in dit soort situaties en om grenzen daarbij te gaan hanteren.
De kinderrechter acht de bij beschikking van 1 juli 2026 gegeven spoedmachtiging op goede gronden genomen. De kinderrechter machtigt de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Het resterende verzoek voor een spoedmachtiging wordt afgewezen.
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet nodig.[_0c4479a2-edc4-4e25-9f46-30802677c732]
Voor [minderjarige]:
Deze beslissing is voor [minderjarige] misschien moeilijk om te lezen. Daarom legt de kinderrechter nog graag in eenvoudige taal haar beslissing aan [minderjarige] uit.
Beste [minderjarige],
Wij hebben elkaar op de zitting gesproken. Ik heb je toen al mijn beslissing verteld, maar ik leg je het toch graag nog een keertje uit.
Jouw jeugdbeschermer [naam 2] heeft om een goede redenen aan mij gevraagd om jou gesloten te plaatsen. Er zijn veel en grote zorgen om jou. Je bent vaak weggelopen bij [hulpverlening]. Je komt dan op plekken en bij mensen terecht waar het niet veilig voor je is. Dit is slecht voor jou. Daarom moet je beschermd worden. Op dit moment kan dat alleen door je gesloten te plaatsen.
Ik heb daarom besloten dat je gesloten geplaatst mag worden voor zes maanden, dat is tot 10 januari 2027. [naam 2] zal dan in november of in december samen met [accommodatie] en met jou bespreken of je misschien daarna nog langer moet blijven. Als dat nodig is, dan is er weer opnieuw een zitting bij een rechter.
Jij hebt mij verteld dat jij begrijpt dat de gesloten plaatsing nu nodig is. Ik vind dat heel knap van jou! Ik ben blij dat je mij hebt verteld dat je het leuk vindt bij [accommodatie]. We hebben op de zitting met [naam 2] besproken dat je graag naar de paardenclub en de soos wil. Ik hoop dat dit binnenkort kan. Ik kan daar helaas geen beslissing over nemen. Daar beslist [accommodatie] over.
Ik wil nog tegen je zeggen dat je het goed vol moet houden. Misschien is het soms niet zo leuk bij [accommodatie] maar het is voor jou belangrijk dat je goed mee blijft werken en dat je je daar goed gedraagt.
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 juli 2026 tot 10 januari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 24 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.