Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7471Zaaknummer C/02/440056/ FA RK 25/4864

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
18 september 2026
Zaaknummer
C/02/440056/ FA RK 25/4864
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Echtscheiding, overeenstemming op OSP, referte

De rechtbank

3.1

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2018 in de gemeente Steenbergen met elkaar getrouwd;

3.2

bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking en beveelt partijen om de verplichtingen uit het ouderschapsplan na te komen;

3.3

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand huurder zal zijn van de woning, gelegen aan [adres] te [woonplaats];

3.4

compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

3.5

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Van Klaveren, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/440056/ FA RK 25/4864

Datum uitspraak: 10 juli 2026

Beschikking betreffende echtscheiding met nevenverzoeken

in de zaak van

[de vrouw],

wonend op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. E. El-Sharkawi,

en

[de man],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de man,

advocaat mr. I. Lamou.

1 Het procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 12 september 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de vrouw;

- de F9-formulieren met bijlagen van mr. El-Sharkawi van 26 september 2025,

1 oktober 2025, 3 november 2025 en 1 december 2025;

- het op 2 december 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen van de man;

- het op 29 december 2025 ontvangen verweerschrift op zelfstandig verzoek van de vrouw;

- het F9-formulier met bijlage van mr. El-Sharkawi van 15 juni 2026;

- het F9D-formulier van mr. Lamou van 22 juni 2026.

2 De beoordeling

2.1

Zoals blijkt uit de stellingen en ingediende stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- partijen zijn op [datum] 2018 in de gemeente Steenbergen met elkaar gehuwd;

- tijdens hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:

1. [minderjarige 1] op [geboortedag 1] 2020 in [geboorteplaats],

2. [minderjarige 2] op [geboortedag 2] 2024 in [geboorteplaats].

- partijen hebben de Nederlandse nationaliteit;

- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

2.2

Uit de ingekomen stukken volgt dat partijen volledige overeenstemming hebben bereikt over de gevolgen van hun echtscheiding. De gemaakte afspraken zijn neergelegd in het door hen ondertekende ouderschapsplan. Onder de gegeven omstandigheden heeft de vrouw – zo begrijpt de rechtbank – haar verzoek tot bepaling van een bijdrage in de kosten van de kinderen gehandhaafd, maar refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank. Zij verzoekt nu:

  • echtscheiding;
  • bepaling dat de regelingen zoals opgenomen in het door partijen ondertekende ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking;
  • te bepalen dat de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de kinderen betaalt van € 150,= per kind per maand;
2.3

De man is akkoord met schriftelijke afdoening van de zaak. Bij wijze van zelfstandig verzoek verzoekt hij te bepalen dat het huurrecht van de echtelijke woning gelegen aan [adres] te [woonplaats], aan hem wordt toebedeeld en dat de regelingen zoals opgenomen in het door partijen ondertekende ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.

Echtscheiding

2.4

Beide partijen verzoeken de echtscheiding tussen hen uit te spreken. Zij stellen dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht.

2.5

De rechtbank overweegt dat de gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk door partijen niet is betwist en daarmee in rechte vast staat. Gelet daarop wijst de rechtbank het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond en onweersproken toe.

Aanhechting ouderschapsplan

2.6

Verder verzoeken beide partijen om aanhechting van het ouderschapsplan aan de beschikking.

2.7

De rechtbank wijst dit verzoek als onweersproken en op de wet gegrond toe.

Huurrecht

2.8

De man verzoekt te bepalen dat het huurrecht van de echtelijke woning gelegen aan [adres] te [woonplaats], aan hem wordt toebedeeld. De man stelt dat hij hier meer belang bij heeft dan de vrouw omdat hij niet over alternatieve woonruimte beschikt. Volgens de man heeft de vrouw de echtelijke woning al geruime tijd verlaten en is daarmee voldoende gebleken dat zij gelegenheid heeft om elders te verblijven.

2.9

De vrouw heeft aangegeven geen verweer te voeren tegen het verzoek van de man en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.10

De rechtbank wijst het verzoek van de man toe, omdat er door de vrouw geen verweer is gevoerd tegen zijn verzoek.

Kinderalimentatie

2.11

De vrouw verzoekt bepaling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 150,= per maand per kind. De vrouw heeft aangegeven dat zij zich, gelet op de door de man overgelegde berekening en het feit dat zijn inkomen bestaat uit een bijstandsuitkering, refereert aan het oordeel van de rechtbank.

2.12

De man voert verweer en geeft aan onvoldoende draagkracht te hebben om een bijdrage te leveren in de kosten van levensonderhoud van [minderjarige 1] en [minderjarige 2], dan wel een bijdrage ter hoogte van het bedrag zoals door de vrouw verzocht. De man is van mening dat hij, gelet op zijn inkomen op bijstandsniveau, een minimumbijdrage kan leveren in de kosten van de kinderen.

2.13

De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft verweer gevoerd op het verzoek van de vrouw en onweersproken gesteld dat zijn inkomen op bijstandsniveau is. De vrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw afwijzen omdat het de man aan draagkracht ontbreekt om een bijdrage te leveren in de kosten van de kinderen.

Proceskosten

2.14

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2018 in de gemeente Steenbergen met elkaar getrouwd;

3.2

bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking en beveelt partijen om de verplichtingen uit het ouderschapsplan na te komen;

3.3

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man vanaf de dag dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand huurder zal zijn van de woning, gelegen aan [adres] te [woonplaats];

3.4

compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

3.5

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Van Klaveren, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.