Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7456Zaaknummer C/02/450205 / JE RK 26-1238

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
18 september 2026
Zaaknummer
C/02/450205 / JE RK 26-1238
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedverzoek uithuisplaatsing toegwezen

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 10 juli 2026 tot 24 juli 2026;

5.2.

verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.4.

roept de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. Tempel op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. Felix, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026, in aanwezigheid van Weterings als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/450205 / JE RK 26-1238

Datum uitspraak: 10 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 10 juli 2026.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

Sinds eind maart 2025 woont [minderjarige] met de vader in [woonplaats 2]. [minderjarige] verblijft thans bij de grootouders (vaderszijde).

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 december 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 december 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [minderjarige] woont sinds eind maart 2025 samen met zijn vader in [woonplaats 2]. In de afgelopen periode is gebleken dat de vader kampt met een cocaïneverslaving. Nu er niet meer aan de veiligheidsafspraken werd voldaan, is in gezamenlijk overleg besloten dat [minderjarige] tijdelijk bij zijn grootouders (vaderszijde) verblijft. De vader geeft zelf aan dat hij op dit moment niet in staat is om de dagelijkse zorg voor [minderjarige] op zich te nemen. De grootouders geven aan dat zij realistisch gezien niet in staat zijn om de dagelijkse zorg van [minderjarige] op zich te nemen. Zij hebben aangegeven de opvang van [minderjarige] tot maximaal 13 juli 2026 te kunnen continueren. De GI wil versneld de mogelijkheid onderzoeken of [minderjarige] bij de moeder kan gaan wonen, maar vindt het nog te vroeg om [minderjarige] nu al volledig bij de moeder te laten verblijven. Er is onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder, waarbij de grootste zorg ligt in de emotionele veiligheid, emotionele beschikbaarheid en emotieregulatie. De GI acht een plaatsing in een gezinshuis op dit moment het meest passend. Gezien het feit dat de grootouders werkzaam zijn, moet deze plaatsing aan het begin van de dag (op 13 juli 2026) worden gerealiseerd. Er is een passend gezinshuis beschikbaar in Witteveen gelegen op een redelijk korte afstand van de woonplaats van de moeder. Hierdoor wordt de reistijd voor de moeder om [minderjarige] te bezoeken in plaats van drie uur enkele reis, ongeveer één uur enkele reis. De GI wil de komende periode gaan werken aan thuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder.

4.2.

Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [minderjarige] uit huis wordt geplaatst.[_71f756a7-63a2-4c9a-a321-b80f78855e4c]

4.3.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige], omdat het verblijf bij de grootouders maar tot 13 juli 2026 kan worden gecontinueerd. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van twee weken.

4.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.5.

De GI en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 10 juli 2026 tot 24 juli 2026;

5.2.

verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.4.

roept de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. Tempel op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. Felix, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026, in aanwezigheid van Weterings als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.