Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7454Zaaknummer C/02/446729 / JE RK 26-581
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Publicatiedatum
- 18 september 2026
- Zaaknummer
- C/02/446729 / JE RK 26-581
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor zeer korte duur wegens gebrek aan informatie vanuit de accommodatie. Bepaling volgende zitting op locatie.
3 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 juli 2026 tot 19 augustus 2026;
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot de zitting op [datum] 2026 om [uur] (kinderrechter: mr. Sumner) en bepaalt dat de zitting wordt gehouden bij [de accommodatie], op het [adres];
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor [minderjarige] en zijn advocaat, de moeder en de GI;
bepaalt dat [de accommodatie] een afschrift krijgt van deze beschikking en bepaalt dat [de accommodatie] per aparte oproepingsbrief als informant zal worden uitgenodigd voor die zitting;
verzoekt de GI om uiterlijk een week voor die zitting de benodigde stukken te overleggen, welke [de accommodatie] dient te overleggen aan de GI, zoals overwogen onder 2.15;
behoudt zich verder iedere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Sumner, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446729 / JE RK 26-581
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2010 te [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige],
advocaat mr. B.J.P. van Gils uit Breda.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats].
1 Het nadere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 22 april 2026 en alle daarin vermelde stukken.
De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige], met zijn advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
[minderjarige] is, in het bijzijn van zijn advocaat, voor de zitting ook afzonderlijk gesproken door de kinderrechter.
2 De nadere beoordeling
Bij beschikking van 22 april 2026 is door de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 april 2026 tot 22 juli 2026. De behandeling van het verzoek is verder aangehouden tot voormelde zitting.
Aan de orde is het verzoek van de GI een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor de resterende duur van drie maanden.
Tijdens de vorige zitting op 22 april 2026 is gebleken dat er bij [minderjarige] sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Er spelen al geruime tijd forse zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige]. [minderjarige] gaat zijn eigen gang. Hij accepteert het gezag van de moeder en sturing van anderen niet. De opvoeding van [minderjarige] overstijgt daardoor de draagkracht van de moeder. Hij bleef nachten weg en hing veel rond op straat. Er waren sterke aanwijzingen dat hij in zich in het criminele milieu begaf en drugs gebruikte en handelde. [minderjarige] was agressief en onvoorspelbaar. Hij ging niet naar school en was niet gemotiveerd voor werk of het ontwikkelen van een toekomstperspectief.
In de beschikking van 22 april 2026 is de machtiging gesloten jeugdhulp beperkt tot een duur van drie maanden. [minderjarige] is in het verleden al lange tijd gesloten geplaatst geweest bij [de accommodatie]. Voorkomen moet worden dat de huidige gesloten plaatsing weer van lange duur gaat zijn. De kinderrechter heeft in die beschikking aangegeven dat [minderjarige] ondersteunt moet worden om aan zijn toekomstperspectief te gaan werken en dat onderzocht moet worden welke alternatieven er voor de gesloten plaatsing zijn, zoals een verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.
Op de zitting van 10 juli 2026 is de kinderrechter gebleken dat er geen nieuwe stukken zijn ingediend door de GI en dat er ook geen verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp is ingediend.
[minderjarige] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter verteld dat hij vindt dat het verblijf bij [de accommodatie] geen zin meer heeft. Er is daar niets meer te leren voor hem. Er zijn nieuwe regels, maar zelfs de begeleiding houdt zich er niet aan. Hij mocht bijvoorbeeld niet zijn advocaat bellen, terwijl hij dit met hem had afgesproken. Hij moest vragenlijsten invullen, maar dit ging dan ten koste van zijn tijd naar buiten. Toen hij weer binnen was, kreeg hij geen toegang meer tot de vragenlijsten. Hij wordt bij [de accommodatie] niet geholpen. Hij zou een persoonlijk begeleider krijgen, maar dat was maar voor twee uren per week. Dit vond hij te weinig, dus hij is zelf op zoek gegaan naar een andere begeleider. Hij heeft een begeleider gevonden die twee keer per week zeven uur hem kan ondersteunen. Hij moet nog wel toestemming vragen aan de GI en de vergoeding moet nog geregeld worden met de gemeente. [minderjarige] wil dat er een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp komt, waarmee hij weer bij zijn moeder kan verblijven. Hij weet wat hij fout heeft gedaan. Als hij dan weer in de fout gaat, begrijpt hij dat hij dan terug moet naar [de accommodatie].
De jeugdbeschermer van de GI heeft aangegeven dat zij voor en op de zitting een andere jongen ziet dan drie maanden geleden. Zij heeft echter van [de accommodatie] ook een andere kant gehoord, namelijk dat [minderjarige] geen motivatie heeft om aan zichzelf te werken en manipulatief gedrag vertoond om dingen voor elkaar te krijgen. Er heeft een planbespreking bij [de accommodatie] plaatsgevonden. De GI heeft aangegeven dat [de accommodatie] aan de slag moet. [de accommodatie] kent [minderjarige] ook al, omdat hij daar eerder heeft verbleven. [de accommodatie] wil echter eerst een periode van kennismaken en vragenlijsten laten invullen door hem. [de accommodatie] geeft aan dat zij [minderjarige] kunnen behandelen, maar dat er geen motivatie daarvoor is bij [minderjarige]. De jeugdbeschermer heeft aan [de accommodatie] verzocht om stukken te verstrekken, maar dat heeft [de accommodatie] niet gedaan. De jeugdbeschermer heeft daarom geen stukken aan de rechtbank kunnen sturen.
De advocaat van [minderjarige] heeft naar voren gebracht dat de door de GI op de zitting mondeling gegeven informatie niet getoetst kan worden, omdat er geen stukken zijn verstrekt door [de accommodatie]. Er zouden documenten zijn over een PO onderzoek uit 2019 en mogelijk ook uit 2024. Daarnaast heeft er een planbespreking plaatsgevonden, waar toch ook een verslag van moet zijn. Het is schandalig dat [de accommodatie] niet eens de moeite heeft genomen om een mailtje met informatie te sturen aan de GI voor de zitting. De advocaat merkt een verandering bij [minderjarige]. Hij is beter in staat zijn mening te geven en zijn ongenoegen te onderbouwen met voorbeelden. Hij kan goed vertellen waarom hij op deze groep bij [de accommodatie] niet verder komt. Hij heeft nog voorgesteld om naar een andere groep op [de accommodatie] ([groep]) te gaan, omdat daar begeleiding is waar hij wel mee kan samenwerken. De advocaat vreest dat als het zo doorgaat bij [de accommodatie] over drie maanden weer een nieuwe machtiging gesloten jeugdhulp moet worden verleend, zonder perspectief voor [minderjarige]. Er moet vanuit [de accommodatie] informatie worden aangeleverd en er moet worden aangetoond waaraan gewerkt wordt.
De moeder heeft aangegeven dat het rommelig verloopt bij [de accommodatie]. [de accommodatie] is mogelijk niet de juiste plek voor [minderjarige].
De kinderrechter overweegt als volgt. [minderjarige] verdient een compliment vanwege het feit dat hij zelf begeleiding heeft geregeld voor veertien uur per week. [minderjarige] geeft aan dat hij dingen fout heeft gedaan en met deze stap laat hij zien dat hij wel bereid is aan zichzelf te werken. De kinderrechter ziet een hele andere houding bij [minderjarige] dan tijdens de vorige zitting. [minderjarige] wil graag een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, maar omdat dit verzoek niet is gedaan door de GI kan de kinderrechter daartoe niet beslissen.
De kinderrechter constateert daarnaast dat, doordat er geen stukken zijn verstrekt door [de accommodatie] aan de GI, hij niet kan beoordelen wat de huidige stand van zaken is ten aanzien van [minderjarige] binnen [de accommodatie]. Er is nog steeds sprake van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren, waardoor hij beschermd moet worden. Echter, door de plaatsing bij [de accommodatie] wordt [minderjarige] van zijn vrijheid ontnomen en er moet daarom altijd streng beoordeeld worden of deze plaatsing noodzakelijk en geschikt is en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. Deze beoordeling kan de kinderrechter door het gebrek aan informatie vanuit [de accommodatie] onvoldoende maken.
De GI heeft eerder in het verzoek aangegeven dat de diagnostiek (uit 2019) sterk verouderd is en dat het noodzakelijk is om eerst helderheid te krijgen over de trauma’s, de impulsbeheersing, de sociaal-emotionele ontwikkeling en cognitieve mogelijkheden van [minderjarige] om gericht te kunnen behandelen en perspectief te kunnen bepalen. [minderjarige] is bekend binnen [de accommodatie], omdat hij daar eerder heeft verbleven. Het is de kinderrechter onduidelijk welke informatie uit diagnostiek van [minderjarige] bij [de accommodatie] beschikbaar is, wat er zal worden ingezet om zicht te krijgen op de ontwikkeling van [minderjarige] en welke behandelmogelijkheden er worden gezien. Aan [minderjarige] wordt op dit moment geen perspectief geboden, terwijl hij dit nodig heeft. De kinderrechter vindt het van groot belang dat deze gesloten plaatsing van [minderjarige] niet langer duurt dan strikt noodzakelijk is. Als de plaatsing niet passend is, dient er door de GI naar alternatieven worden gekeken, zoals een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp.
De kinderrechter stelt vast dat er op dit moment nog wordt voldaan aan de vereisten voor de plaatsing in de gesloten jeugdhulp. De onafhankelijke gedragswetenschapper heeft bij de indiening van het verzoek door de GI ook ingestemd met een duur van zes maanden. [minderjarige] staat nog onder toezicht van de GI tot 24 januari 2027. Doordat de kinderrechter op dit moment wegens het gebrek aan informatie vanuit [de accommodatie] onvoldoende kan beoordelen wat de stand van zaken is, zal de kinderrechter de machtiging verlenen voor een korte duur, namelijk tot 19 augustus 2026 en zal hij het verzoek voor het overige aanhouden.
De kinderrechter acht het noodzakelijk dat [de accommodatie] als informant op de volgende zitting wordt gehoord. De ervaring leert helaas dat [de accommodatie] vaak niet verschijnt op zittingen als de rechtbank haar als informant aanmerkt. Daarom zal de kinderrechter op grond van artikel 802a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepalen dat de zitting wordt gehouden op de locatie waar [minderjarige] verblijft, dus bij [de accommodatie], waarbij [de accommodatie] als informant wordt opgeroepen. De zitting vindt plaats op [datum] 2026 om [uur]. Het is aan [de accommodatie] om de nodige voorzieningen daarvoor te regelen. Daarom zal de kinderrechter bepalen dat een afschrift van deze beschikking wordt verstrekt aan [de accommodatie].
De kinderrechter verzoekt aan de GI om uiterlijk een week voor deze zitting, dus uiterlijk op woensdag 5 augustus 2026, de benodigde stukken te overleggen ter beoordeling van het verdere verzoek. Het is daarom noodzakelijk dat [de accommodatie] tijdig aan de GI deze stukken versterkt, waaronder informatie over de diagnostische onderzoeken van [minderjarige], het verslag van de planbespreking en het plan van aanpak. Indien passend kan de GI overwegen een verzoek tot een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp in te dienen.
3 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 juli 2026 tot 19 augustus 2026;
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot de zitting op [datum] 2026 om [uur] (kinderrechter: mr. Sumner) en bepaalt dat de zitting wordt gehouden bij [de accommodatie], op het [adres];
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor [minderjarige] en zijn advocaat, de moeder en de GI;
bepaalt dat [de accommodatie] een afschrift krijgt van deze beschikking en bepaalt dat [de accommodatie] per aparte oproepingsbrief als informant zal worden uitgenodigd voor die zitting;
verzoekt de GI om uiterlijk een week voor die zitting de benodigde stukken te overleggen, welke [de accommodatie] dient te overleggen aan de GI, zoals overwogen onder 2.15;
behoudt zich verder iedere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Sumner, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.