Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7443Zaaknummer C/02/449559 / FA RK 26-3221
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Publicatiedatum
- 18 september 2026
- Zaaknummer
- C/02/449559 / FA RK 26-3221
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
RM. 6 maanden. Betrokkene bepleit afwijzing wegens het ontbreken van ernstig nadeel.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1934 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 januari 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 24 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449559 / FA RK 26-3221
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1934 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. M. Janse uit Halsteren.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mw. [naam], casemanager.
2 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De standpunten
Door en namens betrokkene wordt verzocht om afwijzing van het verzoek. Betrokkene bepleit dat er geen sprake is van ernstig nadeel. Zij herkent zich niet in de zorgen die worden benoemd.
De casemanager heeft toegelicht dat betrokkene meer zorg nodig heeft dan op dit moment geboden kan worden. Betrokkene heeft geen betrokken netwerk en dwaalt in de nachtelijke uren. Betrokkene overziet de situatie niet en is hierdoor meermaals door de politie thuisgebracht. Ook veroorzaakt zij overlast door veelvuldig 112 te bellen. De zelfzorg is verminderd en de achterdocht en waangedachten nemen toe. Betrokkene is gebaat bij een 24-uurs setting, echter verzet zij zich hiertegen. Betrokkene wil niet opgenomen worden op een verpleegafdeling.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is gediagnosticeerd met dementie. De stoornis wordt door of namens betrokkene niet betwist.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene zorg nodig heeft. Betrokkene is passief en komt thuis tot niks. Zij is niet in staat een zinvolle invulling te geven aan haar dag en om zelfstandig haar huishouden te voeren. Betrokkene eet slecht, is zichtbaar afgevallen, heeft een verstoord slaappatroon en weigert enige vorm van dagbesteding. De thuiszorg komt twee keer per dag en ook zij proberen haar te motiveren, maar dat lukt niet. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van waangedachten met paranoïde inhoud. Betrokkene is van mening dat alles in haar huis wordt ontvreemd door derden en doet veelvuldig een beroep op haar buren en de hulpdiensten. Ook dwaalt zij in de nachtelijke uren waardoor zij overlast veroorzaakt.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Alleen met 24-uurs professionele ondersteuning, toezicht en behandeling kan het ernstig nadeel geminimaliseerd worden.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft meermaals aangegeven niet naar een verpleeghuis te willen. Zij vindt het niet fijn om in een groep te wonen en is graag op zichzelf.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Alle minder ingrijpende mogelijkheden zoals de inzet van casemanagement, thuisbegeleiding en thuiszorg zijn onvoldoende om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1934 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 januari 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 24 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.