Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7435Zaaknummer C/02/449596 / FA RK 26-3239
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Publicatiedatum
- 18 september 2026
- Zaaknummer
- C/02/449596 / FA RK 26-3239
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Opname mag telkens voor de duur van maximaal één maand.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid, in geval van opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie, voor de duur van maximaal één maand gedurende de looptijd van de machtiging.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 juli 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Van Ginneken, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 17 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449596 / FA RK 26-3239
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. C.G. Matze uit Breda.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1], psychiater;
- mevrouw [persoon 2], verpleegkundig specialist.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 7 augustus 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
Betrokkene zegt dat het wel gaat. Hij voelt zich elke dag moe door de medicatie, maar heeft sinds vandaag het idee dat het wel wat beter wordt. Betrokkene wil het niet hebben over de reden dat het nu wat minder goed gaat.
De psychiater zegt dat de zorgmachtiging is aangevraagd vanwege de psychotische kwetsbaarheid van betrokkene. Daarbij heeft hij veel angsten en een grote lijdenslast. Betrokkene vindt het daardoor moeilijk om het leven vorm te geven. De psychiater wil onderzoeken of de angsten van betrokkene medicamenteus kunnen worden behandeld. Daarover bestaat met betrokkene een verschil van mening omdat betrokkene denkt dat medicatie hiervoor niet de oplossing is. In het algemeen bestaat er tussen de behandelaren en betrokkene vaak een ander idee van de juiste behandeling en hoe het gaat met betrokkene. Ook is bij betrokkene sprake van impulsieve suïcidaliteit. Betrokkene heeft zichzelf geprobeerd te elektrocuteren en is naar het spoor gelopen. Betrokkene zegt hierover dat hij niet per se dood wil, maar dat het soms te veel is. Volgens de psychiater is er ook sprake van depressiviteit. Verder wil de psychiater ervoor zorgen dat betrokkene zo goed mogelijk wordt ingesteld op medicatie en dat betrokkene minder vermoeid is als bijwerking van de medicatie. Het is belangrijk om betrokkene te kunnen beschermen als hij zich overspoeld voelt.
De verpleegkundig specialist vult aan dat er ook weleens sprake is van impulsuitbraken. Er zijn dan zoveel gedachten en angsten die betrokkene overspoelen waardoor er even geen uitweg meer is. Ten aanzien van de zorgmachtiging geeft de verpleegkundig specialist aan deze echt alleen te gebruiken in het uiterste geval, als laatste redmiddel, omdat ze weet dat betrokkene veel last heeft gehad van de laatste opname.
De advocaat zegt dat aan alle wettelijke vereisten en termijnen is voldaan. Ze geeft aan dat betrokkene en zij ermee kunnen leven als alles blijft zoals het nu is. Met betrekking tot de duur van de opname zou de advocaat graag willen dat deze in de zorgmachtiging wordt beperkt tot maximaal één maand per keer. De advocaat pleit voor toewijzing van het verzoek.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum-en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen).
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene ten tijde van een decompensatie achterdochtig en agressief is. Betrokkene leeft dan in de waan dat zijn buurman zijn leven wil terroriseren en hem wil vermoorden. Dit houdt hem ook uit zijn slaap. Betrokkene is achterdochtig richting medecliënten en is hierdoor agressief of roept agressie op. Betrokkene heeft suïcidale klachten door zijn belevingen, een sombere stemming en angstklachten. Zo is betrokkene eerder van een balkon gesprongen waarbij hij zijn been heeft gebroken. Hij is naar het spoor gegaan met het idee om voor de trein te springen en hij heeft eerder voorbereidingen getroffen om zichzelf te elektrocuteren. Het gebruik van amfetamines verergert de psychotische klachten en de angsten.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken blijkt dat betrokkene zegt dat hij niet psychotisch is en geen vertrouwen heeft in de medicatie. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht en is vanwege zijn waanideeën en hallucinaties niet in staat om adequate beslissingen te nemen ten aanzien van de noodzakelijke zorg. Het risico op verminderde therapietrouw is groot. Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene een andere kijk heeft op de behandeling en medicatie-inname. De behandelaren hebben in dit kader naar voren gebracht dat ze het belangrijk vinden om betrokkene te kunnen beschermen wanneer hij overvraagd wordt. De houding en bereidheid van betrokkene is daarbij wisselend. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid, in geval van opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie, voor de duur van maximaal (steeds) één maand gedurende de looptijd van de machtiging.
Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg ‘opnemen in een accommodatie’ en de bijbehorende zorgmodaliteit ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ oordeelt de rechtbank deze toe te wijzen telkens voor de duur van maximaal één maand. De rechtbank volgt hierin het voorstel van de advocaat. Ter zitting is aldus gebleken dat het niet de intentie is dat betrokkene langdurig zal worden opgenomen op een andere accommodatie en dat dit alleen wordt gedaan als het echt niet anders kan. De rechtbank wijst erop dat het beperken van de bewegingsvrijheid enkel kan worden toegepast wanneer betrokkene in een accommodatie is opgenomen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid, in geval van opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie, voor de duur van maximaal één maand gedurende de looptijd van de machtiging.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 juli 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Van Ginneken, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 17 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.