Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7421Zaaknummer C/02/449722 / FA RK 26-3301

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
18 september 2026
Zaaknummer
C/02/449722 / FA RK 26-3301
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging ogv Wet zorg en dwang. Drang is niet voldoende.

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449722 / FA RK 26-3301

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

advocaat mr. F.E.R.M. Verhagen uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026 in het [ziekenhuis] te [plaats 2]. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], casemanager dementie;
  • mevrouw [persoon 2], zaalarts;
  • mevrouw [persoon 3], dochter van betrokkene;
  • de heer [persoon 4], schoonzoon van betrokkene.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Tijdens de zitting is samengevat het volgende verklaard.

3.2.

Betrokkene is vriendelijk aanwezig en neemt regelmatig het woord. Hij vertelt verschillende verhalen, die nauwelijks of geen verband houden met het verzoek. Op de vraag van de rechter wat hij ervan vindt om naar een andere plek te gaan, antwoordt betrokkene: “Kort of lang? Lang? Kan gebeuren, daar moet je nooit boos om worden”.

3.3.

De casemanager heeft naar voren gebracht dat betrokkene nu in het ziekenhuis verblijft omdat hij recent een hitteberoerte heeft gehad. Hiervoor werd al gevreesd. Betrokkene gaat nu erg hard achteruit, er zijn veel zorgen. Zijn begrip is verstoord. Hij accepteert de zorg niet. Er is constant achter de feiten aangelopen. Er hebben verschillende incidenten plaatsgevonden waarbij ook politie-interventie nodig is geweest. Zo is betrokkene met een bakje naar de Albert Heijn gegaan om dit te (laten) vullen met koffie. Betrokkene doet zijn best maar het gaat niet langer in de thuissituatie. Er is meermaals geprobeerd om een verhuizing naar een zorginstelling met betrokkene te bespreken. Hij kan met ingang van 10 juli 2026 geplaatst worden in de zorginstelling waar ook zijn echtgenote verblijft. Wanneer betrokkene niet met de nodige dwang wordt geplaatst, zal betrokkene gaan dwalen en loopt hij zo de weg op, wat het nodige gevaar met zich meebrengt.

3.4.

De zaalarts heeft opgemerkt dat betrokkene rondloopt op de afdeling maar hij probeert niet te ontsnappen.

3.5.

Door de dochter en schoonzoon van betrokkene is aangegeven dat het ten tijde van de ziekenhuisopname van betrokkene zeer warm was. Betrokkene at niet, dronk niet en hij had niet door dat het zeer warm was in huis. Het proces van achteruitgang gaat nu heel snel. Eerder is een verhuizing naar een zorginstelling met betrokkene besproken maar daarop reageerde hij heel pertinent: “Nee, ik ga mijn huis niet uit!”. Als betrokkene niet tot opname gedwongen wordt, gaat hij dwalen en loopt hij naar de winkels, waarna hij de weg terug niet meer weet.

3.6.

De advocaat van betrokkene heeft aangevoerd dat betrokkene rustig aanwezig is. Dit was eerder deze week ook het geval op het moment dat zij hem sprak. Het verzoek is vergaand, namelijk er is sprake van dwang. De vraag is of drang in deze niet voldoende is, vooral bij een plaatsing vanuit de thuissituatie. Moet dwang overwogen worden als betrokkene met drang naar een zorginstelling gaat?

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal de gevraagde machtiging verlenen voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk cognitieve stoornissen passend bij een dementieel beeld. Eerder op 12 maart 2026 is betrokkene gediagnosticeerd met dementie mengbeeld met probable CAA. Deze diagnose wordt in de medische verklaring bevestigd. De aandoening is door of namens betrokkene niet betwist.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige psychische schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

Uit de stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er bij betrokkene sprake is van een toenemende hulp- en zorgbehoefte met een verhoogd risico op lichamelijke verwaarlozing en onvoldoende zelfzorg. Betrokkene is ervan overtuigd dat hij zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen zelfstandig kan uitvoeren en weigert de inzet van thuiszorg. Hij kan echter niet meer veilig omgaan met huishoudelijke apparatuur, waardoor er gevaarlijke situaties ontstaan. Ook kan hij zijn financiële zaken niet meer zelfstandig regelen. Hij accepteert slechts beperkt hulp van zijn dochter. Betrokkene is niet meer zelfstandig in staat maaltijden te bereiden. Hij eet en drinkt nauwelijks, houdt zijn woning en sanitair onvoldoende schoon, draagt langdurig dezelfde kleding en kan de temperatuur in zijn woning niet adequaat reguleren. Daarnaast bestaat een verhoogd risico op ernstig letsel bij deelname aan het verkeer. Betrokkene gaat zonder begeleiding en zonder gebruik van loophulpmiddelen de straat op. Er zijn al meerdere valincidenten geweest. In geval van een noodsituatie kan betrokkene niet zelfstandig hulp inschakelen. Hij kan gaan dwalen en vindt zonder begeleiding de weg naar huis niet meer terug. Hij is meermalen door de politie aangetroffen. Het lukt hem niet meer zelfstandig boodschappen te doen of gebruik te maken van het openbaar vervoer. Ondanks nadrukkelijke adviezen van de keuringsarts en de klinisch geriater hiermee te stoppen, is betrokkene blijven autorijden. Inmiddels zijn het rijbewijs van betrokkene en zijn auto ingenomen. De dochter van betrokkene kan de noodzakelijke zorg niet langer bieden en is inmiddels ernstig overbelast geraakt. Met name de geestelijke toestand van betrokkene verslechtert snel. Hij is voor vrijwel alle dagelijkse zaken afhankelijk van zijn dochter. Indien deze ondersteuning wegvalt, loopt betrokkene op meerdere levensgebieden ernstig gevaar en is zelfstandig wonen niet langer verantwoord.

4.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hoewel betrokkene ter zitting zelf geen verzet laat zien, heeft hij eerder bij zijn dochter, de huisarts en de casemanager verbaal verzet vertoond. Hij heeft daarbij herhaaldelijk aangegeven in zijn woning te willen blijven en niet te willen verhuizen. Dit is ter zitting door de dochter en de casemanager bevestigd. Ook blijkt uit de, recente, medische verklaring dat betrokkene ten tijde van het onderzoek bij herhaling heeft verklaard dat hij niet instemt met een opname.

4.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene weigert de noodzakelijke zorg in de thuissituatie en het risico op verwaarlozing en ernstig nadeel is te groot om verantwoord zelfstandig thuis te blijven wonen. Betrokkene heeft 24-uurszorg, begeleiding, toezicht en sturing nodig in een veilige, gestructureerde omgeving. Betrokkene is in de thuissituatie vrijwel volledig afhankelijk van de zorg van zijn dochter, die inmiddels ernstig overbelast is. Daarnaast is de mate en de snelheid van de cognitieve achteruitgang van betrokkene zeer zorgelijk, zoals ook de dochter en de casemanager hebben uitgesproken. Deze zorgen worden voor de rechtbank bevestigd nu betrokkene ten tijde van het onderzoek door de onafhankelijk specialist ouderengeneeskunde op 15 juni 2026 nog in staat was om zijn standpunt over een opname adequaat weer te geven. Tijdens de zitting was bij betrokkene echter een verdere toename van fors verstoord begrip zichtbaar, zodanig dat betrokkene zijn standpunt niet goed kon verwoorden. Ondanks dat betrokkene rustig en vriendelijk ter zitting aanwezig was, is deze situatie nog erg pril. Betrokkene lijkt nu wat gewend aan de ziekenhuisomgeving, maar het is de vraag hoe hij reageert als hij vanuit het ziekenhuis wordt overgeplaatst naar een nieuwe woonomgeving in een zorginstelling. Gelet op het voorgaande is onvoldoende gebleken dat betrokkene alleen met drang tot een opname is te overtuigen.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.