Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7419Zaaknummer C/02/449621 / FA RK 26-3258

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
18 september 2026
Zaaknummer
C/02/449621 / FA RK 26-3258
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging ogv Wet zorg en dwang. Sprake van afnemend verzet, maar nog steeds verzet.

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier en op schrift gesteld op 17 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449621 / FA RK 26-3258

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

advocaat mr. M.M.M. Heesmans te Roosendaal,

tijdens de zitting waargenomen door mr. B.I. van Vugt te Roosendaal.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door de waarnemend advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], specialist ouderengeneeskunde;
  • mevrouw [persoon 2], begeleider;
  • de heer [persoon 3], partner van betrokkene.

Tevens was bij de zitting aanwezig mevrouw [persoon 4], zorgverantwoordelijke/ teamleider. Zij is echter niet gehoord.

2 Wat vaststaat

2.1.

Bij beschikking van 22 mei 2026 is een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor betrokkene verleend. Op grond van deze machtiging verblijft betrokkene bij [accommodatie]. De burgemeester van Steenbergen heeft de inbewaringstelling op 19 mei 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4 De standpunten

4.1.

Tijdens de zitting is samengevat het volgende verklaard.

4.2.

Betrokkene heeft verteld dat hij samenwoont met zijn partner. Zijn partner komt elke dag langs. Betrokkene gaat het liefst naar [plaats 2]. Het lijkt hem binnen de instelling niet zo prettig. Hij wil hier niet blijven. Hij wil bij zijn partner blijven, hij maakt zich zorgen om hem. Hij wil zelf kunnen beslissen over het verzoek. Als zijn partner bij hem mag zijn vindt hij het goed. Hij wil niet zonder zijn partner, dan doet hij zichzelf iets aan. Hij wil met zijn partner wonen totdat het niet meer kan, maar het kan nog gewoon, zegt betrokkene.

4.3.

De partner van betrokkene heeft bevestigd dat hij dagelijks langskomt. Hij is blij dat betrokkene hier kan verblijven, waardoor hij kan blijven komen. Hij heeft geen rijbewijs maar de instelling is voor hem goed bereikbaar. In de ochtend gaat het goed met betrokkene. Wanneer hij in de avond belt is betrokkene narrig en in verzet. Betrokkene is druk en heel sociaal maar hij verblijft nu in een huis waar zwaar dementerende bewoners verblijven. Dat gaat vreten bij betrokkene en zorgt ervoor dat hij in zichzelf keert. De partner ziet dit graag anders.

4.4.

Door de specialist ouderengeneeskunde is erkend dat betrokkene in een huis met zwaar dementerende bewoners verblijft. Er wordt gekeken naar een andere woning voor betrokkene op dezelfde locatie. Ook staat hij op de wachtlijst voor dagbesteding. Het gaat goed met betrokkene binnen de instelling. Zijn verzet is nog wel aanwezig maar neemt af. Wanneer hij in de juiste woning verblijft zal zijn verzet vermoedelijk verder afnemen. Betrokkene begrijpt dat hij niet meer thuis kan wonen, maar op andere momenten wil hij naar huis. Hij denkt dan dat hij bij de instelling werkt. Betrokkene kan echter niet meer voor zichzelf zorgen.

4.5.

De begeleider heeft beaamd dat betrokkene meer sociale contacten nodig heeft. Er is echter wel sprake van dementie bij betrokkene. Zo geeft hij aan dat hij in [plaats 2] woont terwijl dat niet zo is.

4.6.

De waarnemend advocaat heeft aangevoerd dat zij zich afvraagt of een rechterlijke machtiging voor betrokkene nodig is. Er is bij betrokkene niet echt sprake van verzet. Namens betrokkene wordt daarom verzocht het verzoek af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank zal de gevraagde machtiging verlenen voor de verzochte duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie (mengbeeld Alzheimer/vasculair). Deze diagnose is in december 2025 gesteld door een neuroloog en wordt bevestigd in de medische verklaring. De aandoening is door of namens betrokkene niet betwist.

5.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade.

Uit de stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene in de thuissituatie zijn partner, tevens mantelzorger, meermaals fysiek bedreigd heeft. Medicamenteuze behandeling gaf geen afname van de agressie bij betrokkene. Daarnaast is de partner ernstig overbelast geraakt door de permanente verantwoordelijkheid voor betrokkene. Hoewel binnen de instelling vooralsnog geen (dreigende, fysieke) agressie bij betrokkene gezien wordt, is de kans groot dat dit zich in de thuissituatie zal herhalen als gevolg van de dynamiek tussen beide partners. De overbelasting van de partner zal hierin ook een rol spelen.

5.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij geeft dagelijks, met name op het einde van de middag en in de avond aan dat hij naar huis wil en niet langer op de afdeling wil verblijven. Betrokkene mist zijn partner, wil bij hem wonen en wil hier niet zonder hem verblijven. Tijdens de zitting herhaalt betrokkene dit stellig. Hij vindt dat hij nog met zijn partner kan wonen. Hij stelt dat hij niet zonder zijn partner wil zijn en hij zichzelf anders iets aandoet. Hoewel tijdens de zitting door de specialist ouderengeneeskunde is verklaard dat er sprake is van afnemend verzet bij betrokkene, is er gelet op zijn uitspraken nog wel verzet bij betrokkene zichtbaar. In de komende periode zal worden ingezet op een andere woning voor betrokkene op dezelfde locatie en op dagbesteding en (uitbreiding van) de sociale contacten voor betrokkene. Dit zorgt mogelijk voor verdere afname van het verzet van betrokkene.

5.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is blijvend aangewezen op 24-uurs zorg, begeleiding en toezicht. De voortzetting van het verblijf binnen de huidige woonvorm zorgt ervoor dat met toezicht gevaarlijke situaties voorkomen kunnen worden, het steunsysteem ontlast kan worden en dat betrokkene passende zorg in de nabijheid kan ontvangen.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 januari 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Dekkers, griffier en op schrift gesteld op 17 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.