Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 augustus 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7222Zaaknummer BRE 25/2877

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
6 augustus 2026
Publicatiedatum
12 augustus 2026
Zaaknummer
BRE 25/2877
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wlz. PAB. Geen deskundige gevonden om onderzoek uit te voeren. Gegrond.

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • herroept het primaire besluit, met uitzondering van de geboden overgangsperiode van 1 december 2024 tot en met 30 november 2025;
  • bepaalt dat eiseres recht heeft op een PAB over de periode van 1 december 2025 tot en met 1 december 2026 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
  • bepaalt dat het zorgkantoor het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het zorgkantoor tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
  2. CZ Zorgkantoor B.V. (het zorgkantoor), verweerder
  3. Samenvatting
  4. Procesverloop
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Beslissing
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/2877 Wlz

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

CZ Zorgkantoor B.V. (het zorgkantoor), verweerder

(gemachtigde: mr. E.M. Gasseling).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres tot verlenging van het Persoonlijk assistentie budget (PAB) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een Wlz-indicatie voor zorgprofiel 6LG. Het zorgkantoor heeft aan haar een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend op grond van dit zorgprofiel. Daarnaast is over de periode van 1 december 2021 tot en met 1 december 2024 een PAB aan haar toegekend.

2.1.

In juli 2024 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot verlenging van het PAB. Het zorgkantoor heeft deze aanvraag met het besluit van 7 augustus 2024 (primaire besluit) afgewezen, waarbij een overgangsperiode is geboden tot en met 30 november 2025. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

2.2.

Met het besluit van 25 april 2025 (bestreden besluit) is het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.3.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [persoon] (partner van eiseres), de gemachtigde van het zorgkantoor en [medisch adviseur 1] en [medisch adviseur 2] (medisch adviseurs bij het zorgkantoor).

2.4.

In een uitspraak van 11 november 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang.[_164b449f-f826-45ed-a8d9-88fe2d706090]

2.5.

In een brief van eveneens 11 november 2025 heeft de rechtbank partijen laten weten dat zij in deze beroepsprocedure voornemens is een deskundige te benoemen. Op 26 november 2025 is de concept-onderzoeksopdracht aan partijen toegezonden. Het zorgkantoor heeft hier op 11 december 2025 op gereageerd. De onderzoeksopdracht is naar aanleiding daarvan aangepast.

2.6.

De rechtbank heeft geen deskundige gevonden om het onderzoek uit te voeren.

2.7.

Op 25 juni 2026 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Beoordelingskader

3. In artikel 5.15a, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg (Rlz) is bepaald dat in geval de verzekerde geïndiceerd is voor (onder meer) zorgzwaartepakket 6LG (zoals bij eiseres het geval is), het zorgkantoor op aanvraag van de verzekerde zijn pgb ophoogt (oftewel: een PAB) indien de verzekerde:

  • vanuit een medische noodzaak is aangewezen op permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid om de veiligheid van verzekerde in levensbedreigende situaties te waarborgen,
  • 18 jaar of ouder is,
  • geen cognitieve beperkingen heeft, en
  • op eigen kracht, zonder hulp van een vertegenwoordiger, de taken als omschreven in artikel 3.3.3, vierde lid, onderdeel b en c, van de wet kan uitvoeren.

Volgens de toelichting bij artikel 5.15a, eerste lid, van de Rlz is het PAB bedoeld voor een kleine groep volwassen cliënten die volledig regie hebben over het eigen leven, maar een zeer zware lichamelijke beperking hebben en die vanuit medisch oogpunt zijn aangewezen op permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de directe nabijheid om levensbedreigende situaties te voorkomen. Met de opslag is het mogelijk dat deze cliënten zelfstandig kunnen wonen en participeren in de samenleving.

Bestreden besluit

4. In het bestreden besluit stelt het zorgkantoor dat de medisch adviseur heeft geconcludeerd dat er bij eiseres sprake is van verslikmomenten met risico op gezondheidsschade, wat door de lichamelijke handicap van eiseres wordt versterkt en zorgt voor de beleving van verstikken. Toezicht en zorg in de nabijheid om haar te helpen zijn hiervoor nodig. Het verstikrisico en daarmee het risico op een levensbedreigende situatie is echter zeer klein bij verslikking. Het zorgkantoor concludeert dat er geen noodzaak is voor 24-uur persoonlijke assistentie vanwege een mogelijke levensbedreigende situatie. Het toezicht op het risico op verslikken/verstikken met eten en drinken en medicijnen kan samenvallen met geplande zorgmomenten. Er ontbreekt een duidelijke noodzaak tot toezicht om acuut in te grijpen bij een levensbedreigende situatie, zowel overdag – buiten de momenten rondom eten, drinken en medicatie – als ’s nachts.

Standpunt eiseres

5. Eiseres stelt dat uit de brief van revalidatiearts [revalidatiearts 1] van 10 september 2021 blijkt dat het noodzakelijk is dat er 24 uur per dag direct toezicht is. Deze brief heeft bij de toekenning van het PAB in 2021 de basis gevormd voor de conclusie dat sprake is van een medische noodzaak als bedoeld in artikel 5.15a van de Rlz. De gezondheidssituatie van eiseres is sindsdien ongewijzigd. Ook uit de overgelegde brief van revalidatiearts [revalidatiearts 2] van 31 juli 2024 en de informatie van de huisarts blijkt dat het noodzakelijk is dat er 24 uur per dag directe assistentie is. Daarnaast heeft eiseres het werkprotocol bij verslikken overgelegd. Dit protocol is opgesteld toen eiseres nog in een zorginstelling zat. Zij heeft het protocol ontvangen toen zij zelfstandig ging wonen en deze is nog steeds van toepassing. Op basis van deze stukken had het zorgkantoor tot de conclusie moeten komen dat eiseres is aangewezen op permanent toezicht/24 uur per dag zorg in de nabijheid om haar veiligheid in levensbedreigende situaties te waarborgen. Eiseres stelt dat het specifieke gevaar er bij haar in schuilt dat zij zich kan verslikken als er voedselresten in de keel blijven steken. Aangezien zij niet zelfstandig kan hoesten of rechtop kan gaan zitten, is zij niet in staat adequaat te reageren op een verslikincident zonder directe hulp. Het risico op verstikking door voedselresten vormt een reëel en levensbedreigend gevaar, aangezien hierbij de ademhaling direct geblokkeerd kan raken. Dit risico wordt verder vergroot door de fysieke beperkingen van eiseres en het feit dat dergelijke momenten onvoorspelbaar zijn, mede als gevolg van haar maagverkleining.

Beoordeling

6. Tussen partijen is in geschil of eiseres vanuit een medische noodzaak is aangewezen op permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid om haar veiligheid in levensbedreigende situaties te waarborgen.

7. In verband met twijfel over de vraag of de voedselresten die bij eiseres naar boven komen in haar specifieke geval kunnen leiden tot een levensbedreigende situatie, heeft de rechtbank aanleiding gezien een deskundige te benoemen. De rechtbank heeft tien Nederlandse ziekenhuizen én de Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen aangeschreven met de vraag of zij de in de onderzoeksopdracht geformuleerde vragen konden (laten) beantwoorden. Er is echter geen deskundige bereid gevonden hier gevolg aan te geven. De twijfel over de vraag of eiseres in een levensbedreigende situatie terecht kan komen vanwege de voedselresten die naar boven komen, is daarmee niet weggenomen. Dit kan naar het oordeel van de rechtbank niet in het nadeel van eiseres uitgelegd worden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiseres in de periode van 1 december 2021 tot en met 30 november 2025 een PAB ontving. Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen de door eiseres overgelegde brieven van haar huisarts is naar het oordeel van de rechtbank niet vast komen te staan dat het PAB niet meer noodzakelijk is om de veiligheid van eiseres in levensbedreigende situaties te waarborgen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat het zorgkantoor de aanvraag tot verlenging van het PAB ten onrechte heeft afgewezen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing en bepaalt dat eiseres recht heeft op een PAB over de periode van 1 december 2025 tot en met 1 december 2026. Het primaire besluit zal daarom worden herroepen, met uitzondering van de geboden overgangsperiode van 1 december 2024 tot en met 30 november 2025.

8.1.

Omdat het beroep gegrond is, moet het zorgkantoor het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het zorgkantoor moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • herroept het primaire besluit, met uitzondering van de geboden overgangsperiode van 1 december 2024 tot en met 30 november 2025;
  • bepaalt dat eiseres recht heeft op een PAB over de periode van 1 december 2025 tot en met 1 december 2026 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
  • bepaalt dat het zorgkantoor het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het zorgkantoor tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.