Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7039Zaaknummer C/02/448111 / JE RK 26-827

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
28 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448111 / JE RK 26-827
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek ingetrokken door de GI. Afwijzing verzoek.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

wijst het verzoek van de GI af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448111 / JE RK 26-827

Datum uitspraak: 30 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1],

geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2],

geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. J.C. Hissink uit Tilburg,

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De vader is niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 december 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 2 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De beoordeling

4.1.

De GI heeft ter zitting haar verzoek ingetrokken.

4.2.

Nu de GI het verzoek heeft ingetrokken, hoeft dit verzoek niet meer inhoudelijk te worden beoordeeld. De kinderrechter zal daarom het verzoek afwijzen.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

wijst het verzoek van de GI af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.