Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7023Zaaknummer BRE 25/2962
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 27 juli 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/2962
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep niet-ontvankelijk, geen gronden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 27 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2962
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (SVB), verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de SVB van 22 april 2025. Bij dit besluit is het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet ongegrond verklaard.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden.[_1b26bf0f-3543-406b-b638-cba46e29d656] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.[_de28bf5c-1c52-47c7-ac08-a0349d684672]
Heeft eiseres de gronden tijdig vermeld?
4. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De griffier heeft eerst bij brief van 17 juni 2025 eiseres verzocht om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Bij brief van 24 juli 2025 heeft de griffier eiseres opnieuw verzocht om dit verzuim te herstellen. Daarvoor is een termijn van twee weken gegeven. Eiseres heeft binnen die termijnen geen gronden ingediend. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 16 oktober 2025 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de gronden in te dienen. De enveloppe waarin deze aangetekende brief is verzonden, is ongeopend terug ontvangen met de vermelding “niet afgehaald; retour afzender”. Deze brief is verstuurd naar het door eiseres opgegeven adres en uit het dossier is niet gebleken dat er een adreswijziging is doorgegeven. Op 18 november 2025 heeft de griffier de brief nogmaals aan eiseres toegezonden per gewone postzending. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 16 oktober 2025 benoemde termijn twee weken na verzending van de brief van
18 november 2025 eindigt. Eiseres heeft binnen die termijn wederom geen gronden ingediend. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 14 april 2026 eiseres voor de laatste maal in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken de gronden in te dienen. Ook hier heeft eiseres niet op gereageerd.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
5. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 27 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.