Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7020Zaaknummer BRE 25/4091
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Publicatiedatum
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/4091
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 30 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | Rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4091
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (ISD Brabantse Wal; de ISD), verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de ISD van 27 mei 2025. Bij dit besluit is het bezwaar van eiseres tegen de herziening en terugvordering van de uitkering op grond van de Participatiewet ongegrond verklaard.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken.[_52e14c9a-5652-4c5a-afac-4e9f5eafffe9] Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.[_7969335e-b3c7-43f0-ab21-ed8dde1991d7] Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.[_c8d154f9-80f1-467f-b3da-e99488daf069] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post[_ce292cb6-cd88-4120-b0da-304cc1977e7a] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend.[_cfb586c2-8de8-41e5-bec5-38c10b2c4f57] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.[_2ed0bd4d-5a13-4b7d-83ce-1c0b52c55f95]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de ISD het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 27 mei 2025 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 8 juli 2025.
Eiseres heeft het beroepschrift met de post verstuurd. Het beroep is bij de rechtbank ontvangen op 13 augustus 2025. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Eiseres heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Eiseres geeft aan dat het haar door een combinatie van persoonlijke omstandigheden en de complexiteit van haar dossier niet is gelukt het beroepschrift op tijd te verzenden. Zij heeft te maken met ernstige en chronische gezondheidsproblemen, waardoor haar mogelijkheden om tijdig te handelen beperkt waren. Daarnaast heeft de behandeling van haar dossier door de ISD het opstellen van een volledig onderbouwd beroepschrift aanzienlijk vertraagd. Fouten van de ISD hebben geleid tot een ingewikkeld en onduidelijk dossier waardoor extra tijd nodig was haar beroep zorgvuldig op te stellen en te onderbouwen.
Het te laat indienen van het beroepschrift is niet verontschuldigbaar. Daartoe overweegt de rechtbank dat de griffier eiseres bij brief van 7 november 2025 heeft gevraagd om binnen twee weken aanvullende informatie en bewijsstukken toe te sturen die haar omstandigheden onderbouwen en toelichten. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. Bij aangetekend verzonden brief van 24 april 2026 is eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van twee weken te reageren. De enveloppe waarin deze aangetekende brief is verzonden, is ongeopend terugontvangen met de vermelding “niet afgehaald; retour afzender”. Deze brief is verstuurd naar het door eiseres opgegeven adres en uit het dossier is niet gebleken dat er een adreswijziging is doorgegeven. Op 19 mei 2026 heeft de griffier de brief nogmaals aan eiseres toegezonden per gewone postzending. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 24 april 2026 benoemde termijn twee weken na verzending van de brief van 19 mei 2026 eindigt. Er is geen reactie gekomen, ondanks dat eiseres zelf heeft aangegeven bereid te zijn aanvullende informatie of bewijsstukken te overleggen ter ondersteuning van haar toelichting. Nu eiseres de gestelde ernstige en chronische gezondheidsproblemen niet met stukken heeft onderbouwd, is er naar het oordeel van de rechtbank geen grond om de overschrijding van de beroepstermijn verontschuldigbaar te achten.
De rechtbank overweegt verder dat een ingewikkeld en onduidelijk dossier evenmin een verontschuldiging is voor de overschrijding van de beroepstermijn. Eiseres had de mogelijkheid om ter veiligstelling van de termijn en haar belangen tijdig in elk geval een voorlopig beroepschrift in te dienen en dit later aan te vullen. Dat eiseres dit heeft nagelaten, dient voor haar risico te blijven.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 30 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | Rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.