Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6829Zaaknummer BRE 25/2446

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24 juli 2026
Publicatiedatum
5 augustus 2026
Zaaknummer
BRE 25/2446
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Weigering aanvraag WIA. De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op 0,00%.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van V.J. Wuijten, griffier, op 24 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], uit [plaats], eiser
  2. Samenvatting
  3. Feiten
  4. Procesverloop
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Beslissing
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/2446 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

(gemachtigde: mr. B.H. Vader),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de weigering om aan eiser een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. Eiser is het niet eens met de weigering. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiser was voor het laatst werkzaam als fastfoodmedewerker allround. Voor dat werk is hij op 31 december 2021 uitgevallen vanwege psychische klachten. De arbeidsovereenkomst is op 21 mei 2022 geëindigd en eiser is ziek uit dienst gegaan. Eiser ontving vanaf 22 mei 2022 een Ziektewetuitkering. Eiser bereikte op 29 december 2023 het einde van de wachttijd.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 10 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 16 februari 2024 (primair besluit) afgewezen, omdat eiser per 29 december 2023 voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht.

3.1.

Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het besluit van 26 maart 2025 op het bezwaar van eiser (bestreden besluit) is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

3.2.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

3.3.

De rechtbank heeft het beroep op 17 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: drs. S. Barto namens het UWV. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader

4. In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

4.1.

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Toetsingskader

5. Bij de beoordeling of het bestreden besluit juist is, is van belang of eiser medische beperkingen heeft en of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

Medische beoordeling

6. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

Zijn de beperkingen juist vastgesteld?

- Medisch onderzoek verzekeringsartsen

6.1.

De primaire verzekeringsarts heeft het dossier van eiser bestudeerd, en hem lichamelijk en psychisch geobserveerd tijdens het spreekuur van 19 januari 2024. In de rapportage van 22 januari 2024 heeft de verzekeringsarts geconcludeerd dat eiser klachten en belemmeringen heeft in het kader van mentale problematiek. De beperkingen en belastbaarheid van eiser zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 22 januari 2024. Er zijn beperkingen opgenomen in de rubrieken Persoonlijk functioneren en Sociaal functioneren.

6.2.

In bezwaar heeft de verzekeringsarts b&b het dossier bestudeerd en kennisgenomen van het bezwaarschrift. Er heeft geen spreekuur plaatsgevonden, omdat er voldoende medische gegevens aanwezig zijn voor een zorgvuldige heroverweging. In de rapportage van 4 november 2024 heeft de verzekeringsarts b&b geconcludeerd dat de beperkingen van eiser juist zijn weergegeven in de FML van 22 januari 2024. De bezwaren van eiser geven geen aanleiding om zijn mogelijkheden anders in te schatten.

- Standpunt van eiser t.a.v. het medisch onderzoek

6.3.

Eiser stelt zich op het standpunt dat hij niet in staat is tot adequaat persoonlijk en sociaal functioneren. Hij heeft grotere dan de door het UWV aangenomen energetische beperkingen en er is geen verbetering te verwachten. Eiser betwist dat er geen medisch objectiveerbare redenen voor aanname van een energetische stoornis zijn. Eiser is in het verleden gediagnostiseerd met diverse stoornissen, die nog steeds bestaan. Deze stoornissen zijn ten onrechte niet meegewogen. Eiser ondergaat inmiddels een behandeltraject bij een GGZ-behandelaar, gericht op borderline klachten waar eiser inmiddels mee gediagnostiseerd is.

- Beoordeling van het medisch onderzoek

6.4.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden. Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiser gestelde klachten, waaronder de mentale klachten, hechtingsproblematiek vanwege zijn belaste jeugd, slaapproblematiek en concentratieproblemen. Deze klachten hebben de verzekeringsartsen ook kenbaar betrokken in hun beoordeling. Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden en daarvoor zijn meerdere beperkingen aangenomen.

6.5.

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen. De enkele stelling dat eiser meer energetische beperkingen heeft, is onvoldoende om te twijfelen aan de conclusie van de verzekeringsarts b&b. De rechtbank volgt de verzekeringsarts b&b in het standpunt dat gelet op het dagverhaal geen sprake is van langdurige recuperatieperioden, waardoor er geen reden is om een energetische beperking aan te nemen.

6.6.

Uit de door eiser overgelegde aanvullende stukken maakt de rechtbank op dat eiser inmiddels is gediagnostiseerd met borderline. De rechtbank stelt vast dat de stukken van na de datum in geding dateren en dat het onderliggende rapport waarnaar wordt verwezen, ontbreekt. Het UWV heeft ter zitting voldoende toegelicht dat de nieuwe diagnose niet leidt tot het aannemen van meer beperkingen. De onderliggende psychische klachten van eiser waren immers bekend en daar is al rekening mee gehouden in de FML.

6.7.

Hoewel het begrijpelijk is dat eiser meer (energetische) klachten ervaart dan dat er aan beperkingen zijn aangenomen, betekent dit niet dat de medische beoordeling onjuist is. Doordat niet alle klachten van eiser objectiveerbaar zijn, kunnen niet alle klachten vertaald worden naar een beperking in de FML. Eiser heeft zijn standpunt dat hij meer beperkt is niet aan de hand van objectieve medische gegevens onderbouwd. Daarnaast heeft hij niet inzichtelijk gemaakt welke in het verleden gediagnosticeerde stoornissen niet zouden zijn meegewogen in de beoordeling. Hierover is ook geen medische informatie overgelegd.

6.8.

Eiser betoogt weliswaar dat er geen verbetering te verwachten is, maar de duurzaamheid van de beperkingen kan alleen aan de orde komen bij volledige arbeidsongeschiktheid. Daarvan is in eisers geval geen sprake. De rechtbank komt dan ook niet toe aan een beoordeling of de arbeidsongeschiktheid van eiser duurzaam is.

6.9.

Dat eiser inmiddels een behandeltraject bij een GGZ-behandelaar volgt is een positieve ontwikkeling. Deze ontwikkeling kan de rechtbank echter niet meenemen in de beoordeling van het bestreden besluit. Het gaat immers om de beperkingen die op de datum in geding aanwezig waren. De betreffende behandeling is pas ruim na de datum in geding aangevangen.

6.10.

Niet gebleken is dat in de FML van 22 januari 2024 de beperkingen van eiser zijn onderschat. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.

Arbeidsdeskundige beoordeling

7. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de arbeidsdeskundige beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een arbeidsdeskundige en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV.

Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?

7.1.

De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat eiser zijn eigen werk niet meer kan uitvoeren, maar acht hem wel geschikt voor ander werk. De arbeidsdeskundige heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: Assembleerder installatie, motoren, voertuigen (SBC-code 265110), Productiemedewerker industrie (SBC-code 111180), en Huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-code 111334). De arbeidsdeskundige acht eiser daarnaast geschikt voor Productiemedewerker voedingsmiddelen industrie (SBC-code 111172) en Inpakker (SBC-code 111190). Op basis hiervan komt de arbeidsdeskundige tot de conclusie dat eiser 0,00% arbeidsongeschikt is.

7.2.

In bezwaar concludeert de arbeidsdeskundige b&b in de rapportage van 25 maart 2025 dat er geen aanleiding is om af te wijken van de conclusie van de arbeidsdeskundige. De arbeidskundige b&b heeft het maatmaninkomen opnieuw (hoger) vastgesteld, omdat de arbeidsdeskundige eraan voorbij was gegaan dat bij het SV-loon van eiser sprake was van een jeugdloon van een 18-jarige. Daarnaast heeft de arbeidsdeskundige b&b het CBBS-systeem per 28 december 2023 geraadpleegd, in plaats van per 29 januari 2024. De arbeidsdeskundige b&b acht niet alle geduide functies geschikt voor eiser.

De arbeidsdeskundige b&b heeft de mate van arbeidsongeschiktheid berekend aan de hand van de volgende functies: Assembleerder installatie, motoren, voertuigen (SBC-code 265110, geactualiseerd), Productiemedewerker industrie (SBC-code 111180), Productiemedewerker voedingsmiddelen industrie (SBC-code 111172) en Inpakker (SBC-code 111190). De gevonden functies zijn gelijksoortig aan de functies die werden geduid door de arbeidsdeskundige. Het arbeidsongeschiktheidspercentage wijzigt hiermee niet.

7.3.

De beroepsgronden van eiser zijn niet gericht tegen de geduide functies. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. De geduide functies mochten dus worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?

7.4.

Op basis van de inkomsten die eiser met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiser 0,00% arbeidsongeschikt is. Eiser heeft tegen de berekening van het UWV geen gronden naar voren gebracht. Om die reden gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.

7.5.

Dit betekent dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 29 december 2023 heeft vastgesteld op 0,00%. Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht per die datum geweigerd.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering van de aanvraag in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van V.J. Wuijten, griffier, op 24 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.