Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6820Zaaknummer C/02/449466 / FA RK 26-3181
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Publicatiedatum
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/449466 / FA RK 26-3181
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken. Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is nog steeds aanwezig.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 3 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449466 / FA RK 26-3181
Datum uitspraak: 23 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. H. van der Sluis-Westerlaan uit Oosterhout.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- moeder van betrokkene;
- mevrouw [persoon 1], verpleegkundig specialist in opleiding (hierna: VIOS);
- de heer [persoon 2], psychiater in opleiding (hierna: AIOS).
Tevens was een vriendin van de moeder van betrokkene met toestemming van betrokkene aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, maar zij is niet gehoord.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie]. De burgemeester van Altena heeft de crisismaatregel op 21 juni 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4 De standpunten
Betrokkene zegt dat het perfect met hem gaat. Een paar dagen eerder is hij naar eigen zeggen aangevallen door een groep van zeven jongens. Dit heeft ervoor gezorgd dat hij nu ten onrechte opgenomen is. Betrokkene herkent zich niet in het beeld wat de zorg en zijn moeder over hem schetsen. Ten aanzien van zijn drugsgebruik geeft betrokkene aan dat hij af en toe een jointje rookt. Hij vindt dat er niets met hem aan de hand is en wil naar huis.
De AIOS zegt dat betrokkene erg onrustig is en achterdochtig gedrag vertoont. Daarnaast praat betrokkene in zichzelf. Zijn huidige gedrag ten opzichte van het begin van de opname is nog niet verbeterd. Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is er nog steeds. De AIOS is erg geschrokken van hoe betrokkene er gisteren aan toe was en maakt zich grote zorgen als hij naar huis zou gaan.
De VIOS ziet nog steeds het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bij betrokkene. Ze geeft aan dat er iedere week een zorgafstemmingsgesprek plaats vindt. De VIOS vindt het lastig in te schatten of drie weken daadwerkelijk nodig is.
De moeder van betrokkene zegt dat er de afgelopen tijd meerdere incidenten zijn geweest. Betrokkene heeft veel dreigementen geuit en is achterdochtig. De moeder zegt dat betrokkene een aantal keer bij de huisarts is geweest voor bepaalde klachten, maar er is nog niet eerder hulp van de GGZ betrokken geweest. De moeder is blij dat de situatie serieus wordt genomen.
De advocaat vindt dat de stukken geen duidelijke beschrijving geven van wat er is gebeurd met betrokkene in de dagen voorafgaand aan de opname. De advocaat zegt dat betrokkene denkt dat er niets met hem aan de hand is. Hij wil dan ook graag naar huis. De advocaat geeft aan dat ze ook wel begrip heeft voor de arts die nog wat nader onderzoek zou willen doen omdat hij daar nu nog onvoldoende tijd voor heeft gehad. De advocaat vindt het goed om vooruit te kijken, ook omdat de omgang tussen betrokkene en zijn moeder nu niet goed gaat. De advocaat pleit primair voor afwijzing en subsidiair refereert ze zich aan het oordeel van de rechtbank.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene erg onrustig is. Hij is geagiteerd en doet dreigende uitspraken naar medewerkers. Ook in de thuissituatie was voorafgaand aan de opname sprake van dreigementen richting zijn moeder. Ook heeft hij haar fysiek aangevallen. Daarnaast zijn het broertje en zusje van betrokkene bang van betrokkene.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en/of middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van medicatie’ en ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ten behoeve van een somatische aandoening’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat deze niet noodzakelijk en voorzienbaar zijn. Ook de zorgvorm ‘insluiten’ wordt afgewezen omdat dit op de GGZ locatie waar betrokkene verblijft niet mogelijk is.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene vindt dat er niets met hem aan de hand is. Hij wil graag naar huis.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 3 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.