Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6813Zaaknummer C/02/448779 / FA RK 26-2798

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448779 / FA RK 26-2798
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Vanwege het snelle tempo waarin betrokkene decompenseert is het van belang om snel in te kunnen grijpen om erger te voorkomen.

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 juni 2027;

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 3 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448779 / FA RK 26-2798

Datum uitspraak: 23 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats],

advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 juni 2026.
  • het proces verbaal van aanhouding van 18 juni 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1], casemanager;
  • de heer [persoon 2], casemanager.

Ook was een stagiaire van mr. Van ’t Hoff aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, maar zij is niet gehoord.

1.3.

De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2 Wat vaststaat

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 16 januari 2026 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 16 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene wil liever geen zorgmachtiging. Hij is bereid vrijwillig zijn medicatie te blijven gebruiken en afspraken na te komen. Betrokkene vindt een zorgmachtiging ook als vangnet niet nodig. Ze kunnen hem, ook zonder zorgmachtiging, alsnog opnemen als dat nodig is.

4.2.

De casemanagers zeggen dat betrokkene prima zijn afspraken nakomt, maar op een bepaald moment kan het mis gaan onder invloed van de stemmen die betrokkene nog altijd hoort. Dan gaat het in een snel tempo mis en heeft betrokkene het niet meer onder controle. De casemanagers zeggen dat wanneer betrokkene even wat minder goed slaapt, het al snel mis kan gaan. Daarom zouden ze graag de zorgmachtiging als vangnet willen, zodat er snel ingegrepen kan worden. Betrokkene heeft eerder zelf aangegeven dat hij zijn leven aan het opbouwen is, maar wanneer hij decompenseert raakt hij alles kwijt. Dat stemt betrokkene somber en willen de casemanagers met behulp van de zorgmachtiging voorkomen. Dan is eerder ingrijpen mogelijk in plaats van het te laten aankomen op een crisissituatie. De casemanagers zeggen dat wanneer het goed gaat met betrokkene er goed een gesprek te voeren valt over belangrijke zaken. Op het moment dat de stemmen de overhand nemen, dan is betrokkene zichzelf niet meer en kan hij geen weloverwogen keuzes meer maken.

4.3.

De advocaat pleit primair voor het afwijzen van het verzoek. Betrokkene wil graag op vrijwillige basis meewerken. Dit heeft ook de voorkeur volgens de wetgever. Wanneer de stemmen de overhand nemen en betrokkene niet meer in de samenwerking is, kan er volgens de advocaat eventueel worden overgegaan op een crisismaatregel. De advocaat vraagt zich af in hoeverre dat voorzienbaar is. De advocaat vindt het belangrijk om betrokkene het vertrouwen te geven om het zelf te kunnen doen zonder zorgmachtiging.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en overige dsm-5 stoornissen.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige financiële schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene veel stemmen hoort wanneer hij ontregelt. Zo hebben de stemmen hem eerder opdrachten gegeven om anders met zijn geld om te gaan. Hierdoor kwam betrokkene in financiële problemen en heeft hij voor de tweede keer zijn woning verloren. Daarnaast leiden de stemmen tot agressie, zoals tijdens de afgelopen psychose in januari. Betrokkene heeft toen het kantoormeubilair vernield van het FACT-team. Betrokkene erkent dat hij een psychose heeft gehad, maar ziet geen verband met de antipsychotische medicatie. Hij ziet dit nog steeds als een stem die te maken heeft met zijn geloof in God/Allah en die zich niet laat beïnvloeden door medicatie.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene nu geen verzet vertoont tegen zijn medicatie, is in het verleden gebleken dat betrokkene zijn medicatie niet altijd (trouw) inneemt of weigert. Als gevolg daarvan decompenseert betrokkene, waardoor het ernstig nadeel zich heel snel openbaart. Betrokkene zegt op vrijwillige basis mee te willen werken, maar uit de stukken blijkt dat dit nog onvoldoende betrouwbaar is. De rechtbank vindt het daarom onverstandig om de zorgmachtiging nu al los te laten en het eventueel aan te laten komen op een crisismaatregel wanneer betrokkene decompenseert. De rechtbank vindt het niet in het belang van betrokkene om het zover te laten komen. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

5.9.

De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 juni 2027;

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 3 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.