Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6806Zaaknummer C/02/437376 / FA RK 25/3492

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/437376 / FA RK 25/3492
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenstemming op zitting over wijziging kinderalimentatie

De rechtbank

4.1.

wijzigt de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 2010, zoals die is vastgesteld in de beschikking van deze rechtbank van 30 januari 2020, en bepaalt deze kinderalimentatie:

- vanaf 1 juni 2026 op € 350,= per maand;

- vanaf 1 januari 2027 op € 385,= per maand;

vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand te betalen;

4.2.

bepaalt dat de man de achterstand in de kinderbijdragen voor [minderjarige 2] ter hoogte van

€ 1.500,= voor 1 juli 2026 aan de vrouw moet betalen;

4.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Krocké, griffier op 23 juni 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 2 De feiten
  2. 3 Het verzoek en de beoordeling
  3. 4 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer: C/02/437376 / FA RK 25/3492

23 juni 2026

beschikking betreffende levensonderhoud

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. M.T.E. Kranenburg te Roosendaal,

en

[de man],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de man,

advocaat mr. M.J.S. Linssen te Waardenburg.

1 Het procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 2 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- het op 26 augustus 2025 ontvangen verweerschrift met bijlagen;

- de brief van mr. Kranenburg van 21 mei 2026 met bijlagen;

- de brief van mr. Linssen van 26 mei 2026 met bijlagen;

- de brief van mr. Linssen van 29 mei 2026 met bijlagen.

1.2 De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie zijn drie kinderen zijn geboren:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2003;

- [jongmeerderjarige], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2005;

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 2010.

[minderjarige 2] is nog minderjarig en [jongmeerderjarige] is jongmeerderjarig.

2.2.

De man heeft [minderjarige 2] erkend. Partijen hebben samen het gezag over haar.

2.3.

Bij beschikking van 30 januari 2020 is het door partijen opgestelde ouderschapsplan van 14 juli 2014 gewijzigd in die zin dat de man met ingang van 1 januari 2020 aan de vrouw bij vooruitbetaling voor de eerste van de maand zal voldoen een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2003, [jongmeerderjarige], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2005, en [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 2010, ter hoogte van € 300,= per maand. Dit is € 100,= per kind per maand. Door indexering bedraagt dit bedrag voor [minderjarige 2] op dit moment € 128,= per maand.

3 Het verzoek en de beoordeling

3.1

De vrouw verzoekt, bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

de bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

afgegeven 30 januari 2020 onder reknr C/02/355237 FA RK 19/850 te wijzigen en te

bepalen dat:

de man aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] verschuldigd is van € 685,= per maand bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van

15 april 2025, danwel een dusdanig bedrag per een dusdanige datum te bepalen als dat de rechtbank mag vernemen te behoren,

3.2

De man voert verweer en verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek tot wijziging van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, dan wel haar verzoek af te wijzen, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.

3.3.

Na een schorsing van de zitting zijn partijen alsnog tot volledige overeenstemming gekomen over de wijziging van de door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage voor [minderjarige 2]. Partijen hebben de volgende afspraken gemaakt:

- De man betaalt met ingang van 1 juni 2026 € 350,= per maand aan de vrouw als kinderbijdrage voor [minderjarige 2]. Dit bedrag moet vanaf nu steeds voor de eerste van de maand worden betaald;

- De betalingsachterstand van de man in de kinderbijdrage voor [minderjarige 2] is € 1.500,=. De man zal dit bedrag voor 1 juli 2026 aan de vrouw voldoen;

- De door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage wijzigt per 1 januari 2027 in

€ 385,=.

Partijen hebben deze laatste afspraak gemaakt omdat er op [geboortedag 2] 2026 sprake is van een voorzienbare wijziging van omstandigheden. [jongmeerderjarige] wordt dan namelijk 21 jaar en de man hoeft vanaf dat moment geen bijdrage in levensonderhoud en studie meer aan [jongmeerderjarige] te betalen.

3.4.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de overeengekomen bijdragen van respectievelijk € 350,= en € 385,= in strijd zijn met de wettelijke maatstaven. Gelet op de overeenstemming van partijen zal de rechtbank de door de man aan de vrouw te betalen kinderbijdrage voor [minderjarige 2] met ingang van 1 juni 2026 wijzigen in € 350,= per maand en met ingang 1 januari 2027 wijzigen in € 385,= per maand, vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand te betalen. De rechtbank zal daarbij tevens bepalen dat de man de achterstand in de kinderbijdragen voor [minderjarige 2] van in totaal € 1.500,= voor 1 juli 2026 aan de vrouw moet betalen.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijzigt de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 2010, zoals die is vastgesteld in de beschikking van deze rechtbank van 30 januari 2020, en bepaalt deze kinderalimentatie:

- vanaf 1 juni 2026 op € 350,= per maand;

- vanaf 1 januari 2027 op € 385,= per maand;

vanaf nu steeds vóór de eerste van de maand te betalen;

4.2.

bepaalt dat de man de achterstand in de kinderbijdragen voor [minderjarige 2] ter hoogte van

€ 1.500,= voor 1 juli 2026 aan de vrouw moet betalen;

4.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Krocké, griffier op 23 juni 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.