Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6769Zaaknummer BRE 26/3523

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
3 augustus 2026
Zaaknummer
BRE 26/3523
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Voorlopige voorziening toegewezen

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het bestreden besluit en het primaire besluit tot 1 week na de kennisgeving van het college aan verzoekster dat de mobiele airco’s met raamafdichting in de woning aan [adres 2] zijn geplaatst;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan verzoekster moet vergoeden;

- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 23 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Bijlage wettelijk kader

Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55 EG, de Richtlijn)

Artikel 13, eerste lid

De lidstaten zorgen ervoor dat de begunstigden van tijdelijke bescherming een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen te hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden.

Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO)

Artikel 2, eerste lid, voor zover van belang

Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden.

Artikel 5

1. De opvangvoorziening voldoet aan een toereikend huisvestingsniveau, waaronder ten minste wordt begrepen de aanwezigheid van een adequate bescherming tegen weersinvloeden, van verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid.

2. Indien mogelijk wordt voorzien in de gelegenheid tot het bereiden van maaltijden.

3. Van de in het eerste lid genoemde criteria kan worden afgeweken gedurende de eerste acute opvang.

Artikel 9

1. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in welke opvangvoorziening binnen de gemeente een ontheemde wordt geplaatst en is bevoegd een ontheemde naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen.

2. Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat de eenheid van het gezin in de mate van het mogelijke en met instemming van de betrokken gezinsleden bewaard wordt.

Artikel 15

1. Het college van burgemeester en wethouders houdt bij uitvoering van deze regeling rekening met de specifieke situatie van kwetsbare ontheemden zoals minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Samenvatting
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 26/3523

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 juli 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele

(gemachtigde: mr. drs. A Schreijenberg).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de aangekondigde verhuizing van verzoekster en haar 3 minderjarige kinderen. Verzoekster is het er niet mee eens dat zij moet verhuizen. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek (deels) toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Verzoekster verblijft met haar 3 minderjarige kinderen in een woning aan [adres 1] te [plaats]. Met het besluit van 18 december 2025 heeft het college aan verzoekster meegedeeld dat zij moet verhuizen naar de opvanglocatie aan [adres 2] in [plaats]. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.1

Met de uitspraak van 23 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen en het besluit van 18 december 2025 geschorst tot 6 weken na de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter heeft daarbij geoordeeld dat onvoldoende kenbaar is gemotiveerd waarom de toegewezen woning voldoet aan de van toepassing zijnde criteria.

2.2

Met het besluit van 1 juni 2026 heeft het college het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Aan verzoekster is meegedeeld dat zij en haar gezin uiterlijk op 14 juli 2026 de huidige woning moeten verlaten. 2.3 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft toegezegd om de verhuizing uit te stellen tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter.

2.3

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoekster en haar gemachtigde en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Standpunt verzoekster

3. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat in de toegewezen woning (een wooncontainer) geen airconditioners aanwezig zijn en dat de temperatuur in dergelijke woningen zeer hoog kan oplopen. Die warmte is gevaarlijk voor haar jongste zoon in verband met zijn epilepsie.

3.1

Verzoekster is van mening dat de door het college voorgestelde aanschaf van een mobiele airconditioning niet leidt tot een oplossing. Omdat de woning geen airconditioner heeft, is de woning geen woonvoorziening die een fatsoenlijk onderkomen is en voldoet hij ook niet aan de eis van een toereikend huisvestigingsniveau. Ter onderbouwing van deze stelling heeft verzoekster een verklaring van de neuroloog van 15 juni 2026 overgelegd, een krantenartikel over de werking van airco’s en een foto van een thermometer.

Wettelijk kader

4. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage.

Overwegingen voorzieningenrechter

5. In geschil is of de woning waarnaar verzoekster en haar kinderen moeten verhuizen een fatsoenlijk onderkomen is als bedoeld in artikel 13 van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en of daarin sprake is van een toereikend huisvestingsniveau als bedoeld in artikel 5 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). Bij de beoordeling van dit geschil is ook van belang of het college voldoende rekening heeft gehouden met de kwetsbaarheid van het gezin, met name gelet op de situatie van het jongste kind.

5.1

Uit de door verzoekster overgelegde verklaring van de neuroloog blijkt dat de epilepsie-aanvallen van de jongste zoon kunnen toenemen door warmte en slaaptekort. De neuroloog ondersteunt verzoekster daarom in haar standpunt dat de woonomgeving een goede temperatuurregulatie moet hebben.

5.2

Partijen zijn het er, gelet op de verklaring van de neuroloog, over eens dat er een mogelijkheid tot koeling van de woning moet zijn. In geschil is uitsluitend nog of koeling met een mobiele airco mogelijk is. Verzoekster stelt van niet en heeft daarbij verwezen naar het door haar overgelegde krantenartikel.

5.3

De voorzieningenrechter stelt vast dat, anders dan verzoekster ter zitting heeft gesteld, de neuroloog in zijn verklaring niet heeft gesteld dat de woning te allen tijde tot een temperatuur van maximaal 22 graden gekoeld moet kunnen worden. Bij de beoordeling van het verzoek zal de voorzieningenrechter daarom uitsluitend beoordelen of de woning gekoeld kan worden met een mobiele airco en niet of daarmee een temperatuur van 22 graden kan worden bereikt.

5.4

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het door verzoekster overgelegde krantenartikel onvoldoende is om aan te nemen dat een mobiele airco in het geheel niet koelt. Het is bekend dat bij een mobiele airco de afvoerslang via een raam of andere opening naar buiten moet hangen. Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat warme lucht via die opening naar binnen kan komen. Ook bekend is dat dat voorkomen kan worden door een afdichting aan te brengen, die slechts ruimte laat voor de afvoerslang. Met het aanbrengen van een dergelijke afdichting moet het mogelijk zijn om de woning met een mobiele airco te koelen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daarmee ook voldoende tegemoet wordt gekomen aan wat de neuroloog in zijn verklaring heeft gesteld.

5.5

Omdat de woning niet beschikt over een (mobiele) airco en het college niet zonder meer heeft toegezegd dat ten minste één slaapkamer (voor het jongste kind) en de woonkamer/keuken worden voorzien van koeling via een airco, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de woning, gelet op de toestand van het jongste kind, niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Van verzoekster en haar gezin kan daarom nog niet verlangd worden dat zij verhuizen naar de nieuwe woning.

Uit wat besproken is ter zitting blijkt dat de werkwijze van het college zo is, dat verzoekster zelf een airco kan aanschaffen en de kosten daarna kan declareren bij het college. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat met deze werkwijze onvoldoende gewaarborgd is dat er op het moment van verhuizing daadwerkelijk ook een airco beschikbaar is.

Daarom zal het college zelf zorg moeten dragen voor de aanschaf en plaatsing van een airco en daarbij ook moeten zorgen dat er een raamafdichting wordt aangebracht.

5.6

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat er zowel in de woonruimte als in de slaapruimte van het jongste kind de mogelijkheid tot koeling aanwezig moet zijn. Het college zal daarom in beide ruimtes een mobiele airco moeten plaatsen. Om ervoor te zorgen dat de airco’s hun werk optimaal kunnen doen, zal het college bij de aanschaf van de airco’s rekening moeten houden met het aantal vierkante meters van de betreffende ruimtes. De te plaatsen airco’s moeten dan ook volgens de technische specificatie van de airco voldoende capaciteit hebben om de ruimtes te koelen. Pas als de mobiele airco’s zijn geplaatst en de raamafdichting is aangebracht, kan aangenomen worden dat de woning aan [adres 2] voldoet aan de criteria die in de RooO en de Richtlijn zijn opgenomen. Op dat moment kan van verzoekster worden verlangd dat zij met haar kinderen verhuist naar deze woning.

5.7

Gelet op wat hiervoor is overwogen zal het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden toegewezen totdat er airco’s zijn geplaatst inclusief raamafdichting. Om verzoekster de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de verhuizing, zal het college aan verzoekster moeten meedelen wanneer de airco’s zijn geplaatst. Verzoekster zal na deze kennisgeving binnen een week moeten vertrekken uit de huidige locatie.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit is geschorst tot 1 week na de kennisgeving dat de mobiele airco’s (inclusief raamafdichting) zijn geplaatst. Voor zover nodig wordt ook het primaire besluit geschorst het einde van de hiervoor genoemde termijn.

6.1

Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden en krijgt verzoekster ook een vergoeding van haar proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het bestreden besluit en het primaire besluit tot 1 week na de kennisgeving van het college aan verzoekster dat de mobiele airco’s met raamafdichting in de woning aan [adres 2] zijn geplaatst;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 200,- aan verzoekster moet vergoeden;

- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 23 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Bijlage wettelijk kader

Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55 EG, de Richtlijn)

Artikel 13, eerste lid

De lidstaten zorgen ervoor dat de begunstigden van tijdelijke bescherming een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen te hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden.

Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO)

Artikel 2, eerste lid, voor zover van belang

Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden.

Artikel 5

1. De opvangvoorziening voldoet aan een toereikend huisvestingsniveau, waaronder ten minste wordt begrepen de aanwezigheid van een adequate bescherming tegen weersinvloeden, van verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid.

2. Indien mogelijk wordt voorzien in de gelegenheid tot het bereiden van maaltijden.

3. Van de in het eerste lid genoemde criteria kan worden afgeweken gedurende de eerste acute opvang.

Artikel 9

1. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in welke opvangvoorziening binnen de gemeente een ontheemde wordt geplaatst en is bevoegd een ontheemde naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen.

2. Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat de eenheid van het gezin in de mate van het mogelijke en met instemming van de betrokken gezinsleden bewaard wordt.

Artikel 15

1. Het college van burgemeester en wethouders houdt bij uitvoering van deze regeling rekening met de specifieke situatie van kwetsbare ontheemden zoals minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.