Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6767Zaaknummer C/02/449064 / FA RK 26-2938

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449064 / FA RK 26-2938
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 6 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449064 / FA RK 26-2938

Datum uitspraak: 22 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvend in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2],

advocaat mr. W. van der Sande uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Van der Sande;

- mevrouw [persoon 1], psychiater, behandelaar;

- [persoon 2], begeleider HIC;

- [persoon 3], verpleegkundige;

- [persoon 4], verpleegkundige.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 10 juni 2026. Betrokkene verblijft op grond van nawerking van deze machtiging in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2].

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene vertelt tijdens de zitting dat het goed met hem gaat. Betrokkene wil graag terug naar zijn eigen plek en hij wenst liever geen zorgmachtiging te hebben. Verder geeft betrokkene aan dat hij niet zonder [psychiatrisch ziekenhuis] kan.

4.2.

De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat betrokkene met een crisismaatregel bij [psychiatrisch ziekenhuis] is opgenomen, waarna het beter ging met hem. Op dit moment gaat het opnieuw niet goed met betrokkene. Betrokkene is manisch en de situatie is vorige week vrijdag uit de hand gelopen. Zo heeft betrokkene kortsluiting veroorzaakt op de afdeling en medebewoners zijn bang voor hem geworden. Het is noodzakelijk dat betrokkene goed in de gaten wordt gehouden en dat er snel ingegrepen kan worden. Volgens de behandelaar vertoont betrokkene regelmatig verzet tegen zijn verblijf bij [psychiatrisch ziekenhuis].

4.3.

De advocaat refereert zich namens betrokkene aan het oordeel van de rechtbank.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten bipolaire-stemmingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, neurocognitieve stoornissen (o.a. dementie en delier) en/of persoonlijkheidsstoornissen. Dit uit zich bij betrokkene in een bipolaire-I-stoornis met actueel een manische episode en een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Verder is sprake van een chronische stoornis in gebruik van alcohol en cannabis en er is een vermoeden van een neurocognitieve stoornis door alcoholgebruik

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene agressief gedrag vertoont. Zo heeft betrokkene een medebewoner van [psychiatrisch ziekenhuis] tegen het hoofd geschopt, spullen vernield en een brandalarm in brand gestoken. Op de afdeling komt betrokkene regelmatig in conflict met medebewoners. Ook is er sprake van zelfverwaarlozing. Zo heeft betrokkene vlekken in zijn kleding, doucht hij met kleding aan en gebruikt hij lijm om zijn kunstgebit in zijn mond te fixeren.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is het, ondanks dat hij aangeeft ”niet zonder [psychiatrisch ziekenhuis] te kunnen”, niet altijd eens met de opname en hij verzet zich tegen de medicatie. Betrokkene wil graag terugkeren naar huis. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.8.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd. De noodzaak van ‘insluiten’ als vorm van verplichte zorg is de rechtbank, onvoldoende gebleken. Ter zitting is toegelicht dat insluiten niet aan de orde is. De rechtbank acht het dan ook niet voorzienbaar dat deze zorgvorm toegepast gaat worden.

5.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 6 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.