Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6765Zaaknummer C/02/449087 / FA RK 26-2957
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 22 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/449087 / FA RK 26-2957
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ZM
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. en 5.8. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 6 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449087 / FA RK 26-2957
Datum uitspraak: 22 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
thans verblijvend in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2],
advocaat mr. M.W. Dieleman uit Middelburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij waren aawenzig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Dieleman;
- de heer [persoon 1], arts;
- mevrouw [persoon 2], in opleiding tot verpleegkundig specialist, behandelaar;
- [persoon 3], coassistent;
- twee verpleegkundigen.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 12 juni 2026. Betrokkene verblijft op grond van de nawerking van deze machtiging in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2].
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
4 De standpunten
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij niet in wil gaan op het voorliggende verzoek. Betrokkene vindt de beperkte bewegingsvrijheid en medicatie heel vervelend en hij ervaart de machtiging als zeer ongemakkelijk en onaanvaardbaar.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat zij zich zorgen maakt om betrokkene. Er is meer tijd nodig om betrokkene goed in te stellen op medicatie. Als betrokkene rustiger is, kan hij met de juiste begeleiding naar huis. Het doel van de huidige opname is dan ook om betrokkene in te stellen op de medicatie en passende zorg te organiseren. De behandelaar acht de zorgvorm ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ noodzakelijk voor de veiligheid van betrokkene. Het was afgelopen nacht noodzakelijk om betrokkene over te plaatsen naar de comfort room, waar cameratoezicht werd uitgeoefend.
De arts licht tijdens de zitting toe dat er sinds het begin van de opname nog geen verbetering zichtbaar is in de situatie van betrokkene. Bij betrokkene is sprake van paranoïde gekleurde ideeën. In de thuissituatie was betrokkene zeer zorgmijdend. Betrokkene neemt sinds 2017 geen medicatie meer in en hij heeft nooit op vrijwillige basis zorg toegelaten. Op dit moment neemt betrokkene de medicatie onder passief protest in, maar hij staat er niet achter. Volgens de arts is een zorgmachtiging noodzakelijk om te voorkomen dat het toestandsbeeld verslechtert.
De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. De advocaat vindt het belangrijk dat de veiligheid van betrokkene gewaarborgd wordt. Nu tijdens de zitting blijkt dat de zorgvorm ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’ noodzakelijk is voor de veiligheid van betrokkene, voert de advocaat daartegen geen verweer.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat bij betrokkene recent in de thuissituatie sprake was van overlast door (nachtelijk) schreeuwen. Verder heeft betrokkene in het bijzijn van de politie geroepen dat hij van het balkon zou springen. Vanwege de psychotische denkinhoud met paranoïde wanen is er een verhoogd risico op suïcidaal gedrag ingegeven door angst. Verder is betrokkene niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Zo is zijn woning vervuild en ziet hij er onverzorgd uit. Betrokkene is toenemend achterdochtig geraakt en hij heeft zichzelf volledig geïsoleerd.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het is de rechtbank tijdens de zitting gebleken dat betrokkene zorgmijdend is. Betrokkene staat niet achter de medicatie. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Daarnaast zal de rechtbank, analoog aan artikel 6:4, tweede lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (met betrekking tot het ambtshalve opnemen van vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging), als verplichte vorm van zorg opnemen:
- uitoefenen van toezicht op betrokkene.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. en 5.8. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 6 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.