Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6764Zaaknummer C/02/449071 / FA RK 26-2944
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 22 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/449071 / FA RK 26-2944
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ZM
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 6 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449071 / FA RK 26-2944
Datum uitspraak: 22 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
thans verblijvend in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2],
advocaat mr. S. van de Voorde uit Middelburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Van de Voorde;
- de heer [persoon 1], arts, behandelaar;
- de heer [persoon 2], ambulant begeleider Fact [plaats 1];
- een coassistent.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 22 juni 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2].
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
Betrokkene vertelt tijdens de zitting dat het goed met hem gaat. Betrokkene is tijdens zijn opname gestopt met blowen en hij ziet nu in dat blowen gevaarlijk is. Betrokkene kan nu weer logisch nadenken. Betrokkene neemt zich voor ook in de thuissituatie niet meer te blowen. Verder geeft betrokkene aan dat hij ruzie heeft met zijn ambulant begeleider. De ambulant begeleider mag betrokkene alleen nog zijn depotmedicatie komen toedienen, voor gesprekken met/ behandeling van de begeleider staat betrokkene niet meer open. Betrokkene vindt een zorgmachtiging niet noodzakelijk zolang hij zijn medicatie accepteert en geen middelen gebruikt.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie met manische kenmerken en stemmingscomponenten. Volgens de behandelaar is er geen sprake van een bipolaire stoornis. Er is een direct verband tussen het cannabisgebruik en de ontregelingen van betrokkene. Betrokkene raakt in de war van cannabis: hij voelt zich dan onveilig en hij gaat zich agressief uiten. Betrokkene herstelt volledig als de cannabis uit zijn lichaam is verdwenen. Hij is tijdens de huidige opname dan ook goed opgeknapt en hij kan morgen terugkeren naar huis. De behandelaar acht een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden noodzakelijk als stok achter de deur. Het is namelijk van belang dat er snel ingegrepen kan worden als betrokkene in de thuissituatie opnieuw cannabis gaat gebruiken en dientengevolge ontregelt. Volgens de behandelaar is de zorgvorm ‘het toedienen van medicatie’ noodzakelijk omdat betrokkene in het begin van de opname zijn medicatie weigerde en de medicatie weigert als het niet goed met hem gaat.
De ambulant begeleider geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene achterdocht kan vertonen ten opzichte van de medicatie. Zo weigert betrokkene zijn medicatie tijdens een ontregeling omdat hij dan denkt dat de medicatie euthanasie pillen zijn. Ook weigert betrokkene contact met het Fact tijdens een ontregeling.
De advocaat bepleit namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek. Volgens de advocaat is er sprake van een psychische stoornis, hoewel betrokkene zelf uitgaat van een andere diagnose dan de behandelaren, te weten een bipolaire stoornis. De advocaat geeft aan dat er geen sprake is van ernstig nadeel. Ook verzet betrokkene zich niet tegen de huidige medicatie. Subsidiair bepleit de advocaat, bij toewijzing van het verzoek, de zorgmachtiging voor een kortere duur toe te wijzen en de zorgvorm ‘het toedienen van medicatie’ niet in de zorgmachtiging op te nemen.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Verder blijkt uit de medische verklaring dat bij betrokkene sprake is van bipolaire-stemmingsstoornissen. De behandelaar heeft ter zitting verklaard dat bij betrokkene geen sprake is van bipolaire-stemmingsstoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene vanuit zijn psychotische toestandsbeeld agressief, ontremd en grensoverschrijdend gedrag vertoont. Zo heeft betrokkene anderen bespuugd en hij is met een (ingeklapt) zakmes naar zijn buurman gegaan. Ook is hij dreigend geweest naar zijn begeleiders en hij heeft zijn oma gedwongen om voor hem geld te zoeken in/ pakken uit de portemonnee van zijn moeder.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is het de rechtbank gebleken dat betrokkene bij gebruik van middelen vrijwel direct ontregelt en dat hij tijdens een ontregeling zijn medicatie en contact met het Fact weigert. Betrokkene is weliswaar oprecht voornemens om niet meer opnieuw te gaan blowen, maar gelet op zijn verslavingsverleden en eerdere terugval in middelengebruik zal dat bij een terugkeer naar huis best een opgave voor hem zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het te vroeg is om de zorg in een vrijwillig kader voort te zetten. Daarom is verplichte zorg nodig. Daarbij vindt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden in plaats van de verzochte twaalf maanden het meest passend. Mogelijk is een verdere zorgmachtiging niet meer nodig indien betrokkene in die zes maanden niet opnieuw gaat blowen/ middelen gaat gebruiken, zijn medicatie trouw blijft gebruiken en er geen ontregelingen plaatsvinden.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid – in geval van decompensatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie – in geval van decompensatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 6 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.