Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6758Zaaknummer C/02/449335 / FA RK 26-3101

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449335 / FA RK 26-3101
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing VCM

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 juli 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 7 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449335 / FA RK 26-3101

Datum uitspraak: 22 juni 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

verblijvende in een [accommodatie] te [plaats 2],

advocaat mr. C.J.M. Veth uit Rijen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1], psychiater in opleiding;
  • mevrouw [persoon 2], verpleegkundige.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [plaats 2]. De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 16 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het allerlaatste wat zij zou doen met haar technische achtergrond is het gooien van water over apparaten. Daarnaast vertoont zij vaker chaotisch en ingewikkeld gedrag. Op dit moment gaat het goed met haar, aldus betrokkene. Voorts geeft betrokkene aan dat zij schriftelijk en telefonisch alles heeft geventileerd richting haar vader wat zij eerder had moeten doen. Betrokkene geeft aan dat dit een enorme opluchting voor haar is geweest. Verder is betrokkene achterstallig werk gaan wegwerken waar ze tegenaan liep. Betrokkene geeft aan dat haar weerstand voor medicatie komt omdat zij veel moeite heeft gedaan om van een bepaald medicijn de dosering af te bouwen. Betrokkene mist haar kinderen en katten en wil heel graag naar huis, ondanks dat zij iedereen aardig vindt op de afdeling en het heel fijn heeft.

4.2.

De psychiater in opleiding verklaart dat de eerste paar dagen chaotisch gedrag en desorganisatie is waargenomen bij een manische stemming van betrokkene. Betrokkene wisselde heel snel tussen verdrietig en opgewerkt. Daarnaast krijgt betrokkene haar dagelijkse taken niet zo goed georganiseerd en zagen ze verschijnselen van katatoon gedrag. Het innemen van medicatie gaat erg lastig bij betrokkene. Voorts geeft de psychiater in opleiding aan dat het niet verstandig lijkt om de opname in een vrijwillig kader te continueren. Betrokkene is heel wisselend in gevoel en denken. Het gezin is geschrokken in de thuissituatie door wat er is gebeurd en op dit moment is het nog te snel om betrokkene naar huis te laten gaan.

4.3.

De verpleegkundige vindt het vervelend voor betrokkene dat zij haar verhaal niet goed kan vertellen omdat het haar niet lukt. Voor de mondelinge behandeling lukte het betrokkene wel om haar verhaal te vertellen.

4.4.

De advocaat bepleit onder de gegeven omstandigheden om afwijzing van het verzoek. Op dit moment kan er in samenspraak naar een oplossing gezocht waarbij er bij betrokkene sprake is van vrijwilligheid.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat er sprake was van risicovol en chaotisch gedrag zoals water over elektrische apparaten gooien en verbale agressie naar haar echtgenoot. Daarnaast voelde het gezin zich onveilig. Er was sprake van fysieke agressie naar materialen in de buurt en er bestaat een risico om seksueel misbruikt of gebruikt te worden door hyperseksueel en ontremd gedrag.

5.3.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene psychotisch is gedecompenseerd in het kader van bipolaire-stemmingsstoornissen.

5.4.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.5.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.6.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht.

5.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 juli 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 7 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.