Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6754Zaaknummer C/02/448887 / FA RK 26-2850

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448887 / FA RK 26-2850
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wzd, rechterlijke machtiging, Alzheimer, 24 uurs zorg nodig, zoekt overleden echtgenoot

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448887 / FA RK 26-2850

Datum uitspraak: 22 juni 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonende te [plaats],

advocaat mr. H. van der Sluis-Westerlaan uit Oosterhout.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026 bij betrokkene thuis. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • [persoon 1], medewerker huisartsenpraktijk;
  • [persoon 2], casemanager
  • [persoon 3], broer en mentor van betrokkene.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene zegt dat zij het liefst in haar eigen woning wil blijven wonen. Daarnaast geeft zij aan graag veel te wandelen, omdat dit volgens haar goed voor haar is. Verder stelt betrokkene dat zij nog goed voor zichzelf kan zorgen en regelmatig met een vriend gaat lunchen.

3.2.

De casemanager zegt dat betrokkene sinds november 2024 gediagnostiseerd is met dementie van het type Alzheimer. Daarnaast heeft betrokkene een sterke loopdrang en lukt het haar niet meer om structuur in haar dag aan te brengen. Ook neemt zij haar medicatie niet consequent in en is zij afgevallen. Zij is een keer in de nacht met een zaklamp naar buiten gegaan om haar echtgenoot te zoeken. De casemanager acht een rechterlijke machtiging noodzakelijk, omdat betrokkene niet langer in staat is om in de thuissituatie op verantwoorde wijze voor zichzelf te zorgen.

3.3.

De medewerker van de huisartsenpraktijk onderschrijft het standpunt van de casemanager en voegt daaraan toe dat betrokkene onlangs is gevallen. Gelet op haar gewicht brengt dit een aanzienlijk risico op ernstig letsel met zich.

3.4.

De broer van betrokkene brengt naar voren dat er onlangs kortsluiting in de woning van betrokkene is geweest, maar dat hij dat heeft opgelost. Daarnaast geeft hij aan dat hij probeert zo vaak mogelijk bij betrokkene langs te gaan om haar te ondersteunen.

3.5.

De advocaat voert aan dat betrokkene thuis wil blijven wonen. Daarnaast stelt de advocaat dat een enkele val en het lage gewicht van betrokkene onvoldoende grond vormen om opname in een verpleeghuis te rechtvaardigen. De advocaat verzoekt de rechtbank om het verzoek af te wijzen, omdat er wel zorgen zijn, maar deze volgens haar niet zodanig ernstig zijn dat een verhuizing noodzakelijk is.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

Uit de stukken en hetgeen is toegelicht tijdens de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, namelijk progressieve dementie van het type Alzheimer met manisch denken en handelen.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Betrokkene is onvoldoende in staat voor zichzelf te zorgen. Zij heeft gedurende de dag ondersteuning en begeleiding nodig bij alle dagelijkse handelingen en activiteiten, omdat betrokkene daar uit zichzelf niet toe komt. Daarnaast weegt betrokkene nog maar 34 kilogram en loopt zij voortdurend in dezelfde kleding. Ook is er brand ontstaan doordat betrokkene een pittenzak in de oven had gelegd. Zij laat haar voordeur open staan, waardoor de kat van de buren bij haar binnen alles onder plast. Tot slot praat betrokkene over haar echtgenoot alsof hij nog leeft. De echtgenoot is in 2024 overleden. Eenmaal is betrokkene in de nacht haar echtgenoot gaan zoeken bij een sloot.

4.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Daarnaast geeft betrokkene dagelijks aan tegen een opname en een verblijf te zijn in de [accommodatie]. Betrokkene wil liever naar Amerika om daar naar een verpleeghuis te gaan.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een machtiging tot opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurszorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving, die alleen binnen een accommodatie geboden kan worden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden.

4.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoelt in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van zes maanden.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.