Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6747Zaaknummer C/02/449021 / FA RK 26-2917

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449021 / FA RK 26-2917
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wzd, rechterlijke machtiging, Alzheimer, verzet na eerdere vrijwillige opname, overbelasting mantelzorger, angst en ontreddering

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449021 / FA RK 26-2917

Datum uitspraak: 22 juni 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonende te [plaats 1],

advocaat mr. C.J.M. Veth.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026 in [woonzorgcentrum] te [plaats 2] waar betrokkene verblijft. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • dhr. [persoon 1], partner van betrokkene;
  • mw. [persoon 2];
  • mw. [persoon 3];
  • mw. [persoon 4], verpleegkundige;
  • mw. [persoon 5], specialist-ouderengeneeskunde.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene brengt naar voren dat zij niet op de afdeling wil verblijven. Zij voelt zich daar opgesloten, wat voor haar niet goed voelt.

3.2.

De specialist-ouderengeneeskunde zegt dat betrokkene aanvankelijk op vrijwillige basis op de afdeling is komen wonen. Inmiddels is sprake van zowel verbaal als fysiek verzet. Betrokkene zoekt regelmatig de uitgang op, vaak samen met een andere bewoner. Daarbij pakt zij haar spullen en geeft zij aan te willen vertrekken. De specialist-ouderengeneeskunde acht een rechterlijke machtiging noodzakelijk, omdat betrokkene is aangewezen op 24-uurszorg en voortdurende begeleiding.

3.3.

De verpleegkundige brengt naar voren dat het kortetermijngeheugen van betrokkene ernstig is verminderd. Daarnaast trekt betrokkene regelmatig kleding uit de wasmand aan en moet zij voortdurend worden gestimuleerd om te eten.

3.4.

De partner van betrokkene brengt naar voren dat het voor betrokkene onmogelijk, dan wel zeer moeilijk is om nog zelfstandig dagelijkse handelingen te verrichten. Daarnaast herinnert betrokkene zich veel zaken niet meer. Volgens haar partner is de situatie in de thuissituatie niet langer houdbaar.

3.5.

Een van de dochters van betrokkene brengt naar voren dat zij voorheen samen met haar moeder woonde, maar dat dit niet langer haalbaar is. Zij geeft aan overspannen te zijn geraakt en zich op haar werk niet meer goed te kunnen concentreren. Daarnaast kan betrokkene niet alleen thuis worden gelaten, omdat zij voortdurend spullen opruimt en verplaatst. Ook wordt de nachtrust ernstig verstoord, aangezien betrokkene gemiddeld vijf keer per nacht controleert of haar dochter nog thuis is. Tot slot brengt de dochter naar voren dat betrokkene tijdens wandelen verdwaalt en in het verleden het gas heeft laten openstaan.

3.6.

De andere dochter van betrokkene onderschrijft het standpunt van de partner van betrokkene en haar zus.

3.7.

De advocaat voert aan dat betrokkene naar huis wil. Zij voelt zich niet prettig en heeft het idee dat zij voortdurend in de gaten wordt gehouden. Daarnaast stelt de advocaat dat in de thuissituatie meer externe hulp kan worden ingezet, waardoor ook de dochter zou kunnen worden ontlast. Om die redenen verzoekt de advocaat afwijzing van het verzoek.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

Uit de stukken en hetgeen is toegelicht tijdens de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening namelijk dementie, waarschijnlijk van het type Alzheimer.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang.

4.4.

De rechtbank overweegt in dit verband dat betrokkene onvoldoende in staat is om voor zichzelf te zorgen. Zij heeft gedurende de hele dag ondersteuning en begeleiding nodig bij alle dagelijkse handelingen en activiteiten, omdat betrokkene daar uit zichzelf niet toe komt. Daarnaast is sprake van desoriëntatie in tijd en plaats en ernstige geheugenstoornissen. Ook heeft betrokkene continu bevestiging nodig. Indien betrokkene deze niet krijgt, wordt zij angstig en ontredderd.

4.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Daarnaast geeft betrokkene regelmatig in woorden en daden aan naar huis te willen. Het is betrokkene eenmaal gelukt om weg te lopen.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een machtiging tot opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurszorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving die alleen binnen een accommodatie geboden kan worden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene niet meer naar huis kan gaan. In de thuissituatie raakt de dochter van betrokkene overbelast en kan geen extra hulp meer bieden.

4.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlenging van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoelt in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van zes maanden.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.