Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6738Zaaknummer BRE 26/708
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Publicatiedatum
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- BRE 26/708
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
PKV
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 22 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/708
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoekers] , uit [woonplaats] , verzoekers
(gemachtigde: mr. C.L.J. Beljaarts),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekers om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekers hebben dit verzoek gedaan bij de intrekking van hun beroep tegen het niet tijdig beslissen door het college op een aanvraag van 17 september 2025 voor bijzondere bijstand. Zij hebben het beroep ingetrokken omdat het college op 12 januari 2026 alsnog heeft besloten
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Uit het dossier blijkt dat het college zich niet verzet tegen een proceskostenveroordeling, omdat het college de verzending of ontvangst van het primaire besluit niet aannemelijk kan maken.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_6c13bc38-8667-4f18-b0be-7bed0a9c0235]
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_f4addfd1-cc62-4291-9ecc-daac709222a4]
Is het college aan verzoekers tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen.
Op 21 januari 2026 heeft de rechtbank het beroep van verzoekers tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag ontvangen. Op 12 januari 2026 had het college al een besluit genomen. Uit het dossier blijkt echter dat het college de verzending van het besluit niet aannemelijk kan maken. Het college heeft het primaire besluit op 26 februari 2026 (nogmaals) rechtsgeldig verzonden aan verzoekers. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet tijdig beslissen rechtsgeldig is ingesteld en dat het college tegemoetgekomen is aan het beroep van verzoekers.
Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoekers vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekers krijgen een vergoeding van hun proceskosten. Voor zover het college de proceskosten nog niet heeft vergoed, moet het college deze betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekers een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgen verzoekers een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoekers betaalde griffierecht van € 54,- te vergoeden.[_6fd9ae31-ef8c-4dea-a9c0-558258fa8277]Verzoekers moeten zich hiervoor dan ook tot het college wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 22 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.