Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6732Zaaknummer BRE 26/879

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
4 augustus 2026
Zaaknummer
BRE 26/879
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PKV

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 22 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/879

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag van 7 november 2025 voor een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar werkneemster [persoon]. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 17 maart 2026 alsnog een besluit heeft genomen.

1.1.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld dat het beroep terecht is ingesteld en dat het UWV zich niet verzet tegen een veroordeling in de proceskosten. Het UWV verzoekt de rechtbank om uit te gaan van de forfaitaire bedragen genoemd in het Besluit Proceskosten Bestuursrecht met een waarde van 0,5 omdat enkel het niet tijdig beslissen in geschil is.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_093919f2-e4c7-4369-883a-67f0a7ed9e53]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_a0dbec23-482d-437c-8168-180d4b8816b6]

Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.

4.1.

Op 30 januari 2026 heeft de rechtbank het beroep van verzoekster tegen het niet tijdig beslissen ontvangen. Het UWV heeft op 17 maart 2026 alsnog beslist op de aanvraag van verzoekster. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.

Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 397,- te vergoeden.[_f19853c1-1f25-440d-873b-f9db6cfeab15]Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 22 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.