Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6643Zaaknummer C/02/449029 / JE RK 26-1008 (spoed pgj) en C/02/449030 / JE RK 26-1009 (regulier pgj)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449029 / JE RK 26-1008 (spoed pgj) en C/02/449030 / JE RK 26-1009 (regulier pgj)
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek aansluitende machtiging gesloten plaatsing afgewezen wegens ontbreken verklaring onafhankelijke gedragswetenschapper die de minderjarige kort van tevoren heeft onderzocht. Spoedbeslissing dient zijn werking te behouden.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst de (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De verzoeken
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummers: C/02/449029 / JE RK 26-1008 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp)

C/02/449030 / JE RK 26-1009 (reguliere machtiging gesloten jeugdhulp)

Datum uitspraak: 19 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VLISSINGEN,

locatie Vlissingen,

hierna te noemen het college,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] (Syrië),

hierna te noemen [minderjarige],

advocaat mr. S. van Steenberge, kantoorhoudend in Terneuzen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de door de kinderrechter mondeling op 9 juni 2026 gegeven beslissing, schriftelijk bevestigd op 10 juni 2026;
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek voor een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van 9 juni 2026;
  • het verzoekschrift met bijlagen voor een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp, ontvangen op 9 juni 2026;
  • de instemmingsverklaring van ouders ondertekend op 10 juni 2026;
  • het e-mailbericht van het college van 18 juni 2026.
1.2.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de advocaat van [minderjarige];

- een tweetal vertegenwoordigers van het college.

1.3.

Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn [minderjarige], de vader en de moeder niet verschenen.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] staat ingeschreven bij zijn vader en moeder, maar zijn verblijfplaats is op dit moment onbekend.

2.3.

Bij beschikking van 13 mei 2026 van deze rechtbank is een spoedmachtiging om

[minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend met ingang van 13 mei 2026 en tot 27 mei 2026. Het resterende deel van het verzoek is

aangehouden.

2.4.

Bij beschikking van 21 mei 2026 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige]

uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 mei 2026 en tot 10 juni 2026.

2.5.

Bij beschikking van 9 juni 2026 is in deze zaak een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 juni 2026 en tot 23 juni 2026.

2.6.

Een spoedmachtiging houdt in dat de kinderrechter de machtiging heeft afgegeven zonder dat de belanghebbenden voorafgaand aan deze beslissing in de gelegenheid zijn gesteld om te worden gehoord.

3 De verzoeken

3.1.

Het college verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. Het college verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

Het college verzoekt daarnaast een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

3.3.

De kinderrechter heeft al op het verzoek tot het verlenen van een spoedmachtiging beslist. Op dit moment ligt nog ter beoordeling voor of sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven voor herroeping van de afgegeven spoedmachtiging, en het reguliere verzoek.

3.4.

De gedragswetenschapper, de heer [persoon 1], heeft op 9 juni 2026 mondeling en op basis van dossieronderzoek ingestemd met een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige]. Het college heeft de schriftelijke instemmingsverklaring van deze gedragswetenschapper ten aanzien van het spoedverzoek niet nagezonden. In het dossier is wel een schriftelijke instemmingsverklaring van dhr. [persoon 2] van 23 mei 2026.Bij bericht van 18 juni 2026 heeft het college laten weten dat [minderjarige] tot op heden niet persoonlijk is onderzocht door een gedragswetenschapper, omdat zijn verblijfplaats nog altijd onbekend is. Er heeft dan ook nog geen gesprek met de gedragswetenschapper kunnen plaatsvinden.

3.5.

De vader en de moeder stemmen in met het verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Dit blijkt uit de overgelegde instemmingsverklaring van 10 juni 2026.

4 De standpunten

4.1.

Namens het college is aangevoerd dat er ernstige zorgen zijn over het welzijn van [minderjarige] en zijn gedrag. Hij laat grensoverschrijdend en strafbaar gedrag zien en houdt zich niet aan afspraken. Thuis luistert hij niet naar zijn ouders, accepteert geen gezag, gaat niet naar school en zorgt vanwege zijn (agressieve) gedrag voor onveiligheid in de thuissituatie waar nog meer minderjarige kinderen verblijven. [minderjarige] kan niet naar huis. Hij is na zijn schorsing uit voorlopige hechtenis geplaatst op een open groep. Op 9 mei 2026 is hij daar weggelopen, heeft hij zijn enkelband verwijderd en tot op heden is nog steeds onbekend waar hij verblijft. De machtiging gesloten jeugdhulp is noodzakelijk om [minderjarige] de bescherming en behandeling te bieden die hij nodig heeft. Het is van belang dat gekeken wordt wat [minderjarige] nodig heeft en dat hij de juiste behandeling krijgt, zodat hij kan gaan werken aan zijn toekomst. Dit is ook de wens van zijn ouders. Het college begrijpt dat er een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper die recent met [minderjarige] heeft gesproken, nodig is om een machtiging te verlenen.

4.2.

De advocaat van [minderjarige] heeft aangevoerd dat op het moment van de spoedbeslissing er zorgen waren. Die wordt dan ook niet betwist. Zij is het met het college eens dat het civiele traject voorrang moet krijgen op het strafrechtelijk traject. Bij [accommodatie] kan worden gekeken naar de onderliggende problematiek en kan [minderjarige] worden behandeld. Een (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp kan nu echter nog niet worden verleend, omdat een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper die [minderjarige] kort tevoren heeft onderzocht, ontbreekt.

5 De beoordeling

5.1.

De spoedbeslissing

5.1.1.

Bij voornoemde beschikking van 9 juni 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, met ingang van 9 juni 2026 en tot 23 juni 2026, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De kinderrechter moet allereerst bepalen of de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp al dan niet moet worden herroepen. Tijdens de mondelinge behandeling zijn de advocaat van [minderjarige] en het college gehoord. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot herroeping van die beslissing. Dit betekent dat de spoedbeslissing op goede gronden is genomen.

5.2.

Het reguliere verzoek

Het wettelijk kader

5.2.1.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Tevens dienen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.

5.2.2.

Een machtiging als hiervoor bedoeld kan op grond van artikel 6.1.2., vijfde lid, Jeugdwet slechts worden verleend nadat een gekwalificeerde gedragswetenschapper met het verzoek heeft ingestemd en hij de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.

De inhoudelijke beoordeling

5.2.3.

Het college heeft verzocht om een aansluitende machtiging voor gesloten jeugdhulp.

5.2.4.

Tot op heden is de gedragswetenschapper niet in de gelegenheid geweest om [minderjarige] te spreken, omdat niet duidelijk is waar hij verblijft. Nu er geen onderzoek van [minderjarige] heeft plaatsgevonden, wordt niet voldaan aan de wettelijke vereisten. De kinderrechter zal het verzoek tot een (aansluitende) machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] dan ook afwijzen.

5.2.5.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

wijst de (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.