Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6642Zaaknummer C/02/449023 / JE RK 26-1005 (spoed pgj) en C/02/449024 / JE RK 26-1006 (reguliere pgj)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449023 / JE RK 26-1005 (spoed pgj) en C/02/449024 / JE RK 26-1006 (reguliere pgj)
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedbeslissing plaatsing gesloten jeugdhulp per ingang van heden herroepen in verband met intrekking toestemming ouders met gezag. Regulier verzoek gesloten jeugdhulp ook om deze reden afgewezen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

herroept met ingang van 19 juni 2026 de spoedbeslissing van 9 juni 2026 tot het verlenen van een spoedmachtiging gesloten plaatsing en wijst dit verzoek met ingang van

19 juni 2026 af;

6.2.

wijst het verzoek tot het verlenen van een (aansluitende) reguliere machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummers: C/02/449023 / JE RK 26-1005 (spoedmachtiging gesloten jeugdhulp)

C/02/449024 / JE RK 26-1006 (reguliere machtiging gesloten jeugdhulp)

Datum uitspraak: 19 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE VLISSINGEN,

locatie Vlissingen,

hierna te noemen het college,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] (Syrië),

hierna te noemen [minderjarige],

advocaat mr. R. Wouters, kantoorhoudend in Middelburg.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • de door de kinderrechter mondeling op 9 juni 2026 gegeven beslissing, schriftelijk bevestigd op 10 juni 2026;
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek voor een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van 9 juni 2026;
  • het verzoekschrift met bijlagen voor een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp, ontvangen op 9 juni 2026;
  • de instemmingsverklaring van ouders, ondertekend op 10 juni 2026;

- de op 17 juni 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper bij de (spoed)verzoeken machtiging gesloten jeugdhulp, gedateerd 16 juni 2026.

1.2.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • [minderjarige] met haar advocaat, die eerst apart met de kinderrechter hebben gesproken;
  • de vader, bijgestaan door een tolk;

- de moeder, bijgestaan door een tolk;

- een tweetal vertegenwoordigers van het college.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

Bij beschikking van 13 mei 2026 van deze rechtbank is een spoedmachtiging om

[minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend met ingang van 13 mei 2026 en tot 27 mei 2026. Het resterende deel van het verzoek is

aangehouden.

2.3.

Bij beschikking van 18 mei 2026 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige]

uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 mei 2026 en tot 10 juni 2026.

2.4.

Bij beschikking van 9 juni 2026 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 juni 2026 en tot 23 juni 2026.

2.5.

Een spoedmachtiging houdt in dat de kinderrechter de machtiging heeft afgegeven zonder dat de belanghebbenden voorafgaand aan deze beslissing in de gelegenheid zijn gesteld om te worden gehoord.

2.6.

Op basis van de laatste spoedmachtiging verblijft [minderjarige] sinds 12 juni 2026 bij [accommodatie] in [plaats].

3 Het verzoek

3.1.

Het college verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. Het college verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

Het college verzoekt daarnaast een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.

3.3.

De kinderrechter heeft al op het verzoek tot het verlenen van een spoedmachtiging beslist. Op dit moment ligt nog ter beoordeling voor of sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven voor herroeping van de afgegeven spoedmachtiging, en het reguliere verzoek.

3.4.

De gedragswetenschapper heeft zijn instemming verleend, zowel aan de spoedmachtiging als aan de reguliere machtiging.

3.5.

De vader en de moeder stemden aanvankelijk in met het verblijf van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Dit blijkt uit de overgelegde instemmingsverklaring van 10 juni 2026.

4 De standpunten

4.1.

Het college heeft ernstige zorgen over de veiligheid van [minderjarige]. Ze gaat niet naar school, loopt steeds thuis weg en wordt door de politie gevonden in grote steden door heel Nederland. Haar gedrag heeft ook een negatieve invloed op de andere minderjarige kinderen in het gezin. Het college kan zich niet voorstellen dat haar gedrag in twee weken veranderd is. Het college begrijpt de wens van [minderjarige] en haar ouders dat zij terug thuis komt, maar dat moet wel veilig zijn. Het college denkt dat [minderjarige] hulp nodig heeft bij het leren omgaan met grenzen en het accepteren van gezag. Zonder behandeling is de vrees aanwezig dat het snel weer mis zal gaan. Het college vindt het noodzakelijk dat [minderjarige], zonder daarbij de mogelijkheid te krijgen om zich hieraan te onttrekken, de voor haar noodzakelijk begeleiding, structuur en begrenzing geboden wordt. Dit kan bij [accommodatie]. Het college verzoekt een machtiging voor de duur van zes maanden, zodat in deze periode [minderjarige] kan werken aan zichzelf en het op de rit krijgen van haar leven.

4.2.

[minderjarige] heeft de kinderrechter, samengevat, verteld dat zij bij [accommodatie] niet op haar plek zit. Zij past niet tussen de kinderen die daar zijn geplaatst. Zij zoeken steeds ruzie. [minderjarige] wil naar huis en naar school. Zij is bereid om afspraken te maken en zich daar aan te houden. Zij heeft respect voor haar ouders en zal naar hen luisteren. [minderjarige] weet dat het fout was om van huis weg te lopen. Zij begrijpt dat haar ouders zich zorgen maakten. Zij liet zich meeslepen door vriendinnen, maar dit zal niet meer gebeuren. [minderjarige] heeft geen contact meer met deze vriendinnen. Zij staan ook niet meer als contact in haar nieuwe telefoon. Verder wil zij niet roken en drinken. [minderjarige] staat niet open voor hulpverlening. Zij kan zelf verandering creëren.

4.3.

De ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling, samengevat, verklaard dat zij niet langer instemmen met de gesloten plaatsing van [minderjarige]. Zij zien dat [minderjarige] niet blij is bij [accommodatie]. De vader ziet een verandering in haar persoonlijkheid sinds haar verblijf daar. Hij ziet dat [minderjarige] wil veranderen en wil haar nog een kans geven. De ouders vinden een gesloten plaatsing niet langer nodig. Zij wensen dat [minderjarige] terug thuis komt. Zij willen het beste voor haar. De ouders zijn wel van mening dat er hulpverlening in de thuissituatie moet worden ingezet om haar naar te school te krijgen en er voor te zorgen dat zij zich aan regels houdt.

4.4.

De advocaat van [minderjarige] heeft, samengevat, aangevoerd dat op het moment dat de spoedbeslissing werd gegeven, er zorgen waren. Die beslissing wordt dan ook niet betwist. Wel vraagt hij om met ingang van vandaag die beslissing te herroepen en het reguliere verzoek af te wijzen, nu de ouders hun instemming hebben ingetrokken. Daardoor is niet langer voldaan aan de vereisten. [minderjarige] is niet op haar plek bij [accommodatie]. Zij kan pas na de zomervakantie naar school en de hulpverlening komt door vakanties ook langzaam op gang.

4.5.

Het college begrijpt dat het verzoek niet kan worden toegewezen zonder instemming van de ouders. De Raad voor de Kinderbescherming zal worden gevraagd om advies en worden verzocht een beschermingsonderzoek te starten. Het college zal zich er hard voor maken dat zo spoedig mogelijk passende hulpverlening wordt ingezet voor [minderjarige] en haar ouders, maar gelet op de aankomende vakanties en wachttijden kan dit lastig worden.

5 De beoordeling

5.1.

Bij beschikking van 9 juni 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken, met ingang van 9 juni 2026 en tot 23 juni 2026, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De kinderrechter moet allereerst bepalen of de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp al dan niet moet worden herroepen. Tijdens de mondelinge behandeling zijn [minderjarige], haar advocaat, de vader en moeder en het college gehoord.

5.1.2.

Een (spoed)machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven kan op grond van artikel 6.1.2, derde lid, Jeugdwet slechts worden verleend indien (a) de jeugdige onder toezicht is gesteld, (b) de voogdij over de jeugdige bij een gecertificeerde instelling berust of (c) degene die, anders dan bedoeld onder b, de wettelijke vertegenwoordiger is, met de opneming en het verblijf instemt.

5.2.

De kinderrechter stelt voorop dat er ernstige zorgen zijn over [minderjarige] ’s veiligheid en haar ontwikkeling. De gedragswetenschapper heeft geoordeeld dat een gesloten machtiging noodzakelijk is, vooral omdat [minderjarige] zich onttrekt aan de noodzakelijke hulpverlening. Daarmee wordt aan de belangrijkste voorwaarden voor een machtiging voldaan. De ouders van [minderjarige] hebben in eerste instantie ingestemd met de opneming en het verblijf van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp, zoals blijkt uit de overgelegde instemmingsverklaring van 10 juni 2026. Zoals hiervoor vermeld hebben de ouders hun instemming tijdens de mondelinge behandeling op 19 juni 2026 ingetrokken. Zij staan niet langer achter de gesloten plaatsing. Er is geen sprake van een ondertoezichtstelling of voogdij. Dit brengt met zich dat niet langer wordt voldaan aan het formele vereiste van artikel 6.1.2., derde lid aanhef en sub c, Jeugdwet.

5.3.

Dit betekent dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden op basis waarvan de kinderrechter oordeelt dat de afgegeven spoedbeslissing van 9 juni 2026 met ingang van heden moet worden herroepen. De kinderrechter wijst daarom dit verzoek met ingang van heden alsnog af.

5.4.

Ook het reguliere verzoek tot het verlenen van een (aansluitende) machtiging gesloten jeugdhulp zal om deze reden worden afgewezen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

herroept met ingang van 19 juni 2026 de spoedbeslissing van 9 juni 2026 tot het verlenen van een spoedmachtiging gesloten plaatsing en wijst dit verzoek met ingang van

19 juni 2026 af;

6.2.

wijst het verzoek tot het verlenen van een (aansluitende) reguliere machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars als griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.