Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6630Zaaknummer C/02/448776 / JE RK 26-949
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448776 / JE RK 26-949
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Machtiging gesloten plaatsing
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 juni 2026 tot 6 oktober 2026.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Van den Broek, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 3 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448776 / JE RK 26-949
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten plaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige],
advocaat mr. B.P.A. van Beers.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juni 2026;
- de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 10 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van de GI.
De vader heeft voorafgaand aan de zitting laten weten niet aanwezig te kunnen zijn in verband met een verblijf in het buitenland.
2 De feiten
De ouders zijn met elkaar gehuwd en hebben het gezamenlijk gezag over [minderjarige].
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 oktober 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 oktober 2026. Sinds 9 december 2025 is [minderjarige] uit huis geplaatst bij [accommodatie] in [plaats 1].
Bij beschikking van 12 december 2025 heeft de kinderrechter van deze rechtbank een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 december 2025 tot 23 juni 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling.
4 De standpunten
De jeugdbeschermer heeft namens de GI haar standpunt in het verzoekschrift met bijlagen uiteengezet. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij toegelicht dat [minderjarige] zich nog onvoldoende aan regels, afspraken en vrijheden houdt om te kunnen komen tot een plaatsing in een open setting of thuis. [minderjarige] valt steeds terug in negatief en onveilig gedrag. De GI wijst erop dat [minderjarige] recent nog is weglopen. Zij is toen meegegaan met een onbekende meerderjarige man. Uiteindelijk heeft [minderjarige] vanuit [plaats 2] zelf 112 gebeld, waarna de politie haar terug heeft gebracht naar de jeugdzorginstelling. Ook op 20 mei 2026 is zij nog weggelopen met een groepsgenootje. Verder heeft [minderjarige] verschillende suïcidepogingen gedaan en is zij bekend met automutilatie, waardoor er cameratoezicht op haar kamer is. Het is nog onvoldoende gelukt om dat cameratoezicht af te bouwen.
Er is wel gestart met het toekennen van een aantal vrijheden. [minderjarige] wil graag sporten of wandelen. De komende tijd wordt bekeken hoe [minderjarige] met de verworven vrijheden omgaat. Naar de mening van de GI is het voor [minderjarige] het beste als zij voorlopig in een gesloten groep verblijft. Zij kan dan structuur gaan opbouwen en laten zien dat de prille, kleine verbeteringen in haar gedrag bestendig zijn. Ook kan er dan een persoonlijkheidsonderzoek worden uitgevoerd zodra er sprake is van een bestendige verbetering. Het zelfvertrouwen van [minderjarige] moet verder groeien. Ook het vertrouwen van de ouders in [minderjarige] moet de komende tijd groeien.
De moeder geeft, kort samengevat, aan dat zij en haar echtgenoot zich kunnen vinden in de (nieuwe) verlening van een machtiging gesloten plaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling. De ouders willen niets liever dan dat [minderjarige] weer thuis komt wonen maar daarvoor zijn volgens de moeder nog onvoldoende stappen gemaakt. De moeder is bang dat als [minderjarige] thuis zou komen, ze binnen enkele dagen weer weg zal lopen. Verder heeft [minderjarige] zichzelf recent nog gesneden en zijn er vanuit school klachten over haar gedrag. De moeder merkt dat [minderjarige] steeds verandert in gedrag en houding en dat ze erg manipulatief is. Als [minderjarige] naar een open groep zou gaan, vreest de moeder dat [minderjarige] zal worden beïnvloed door anderen en dat zij weer drugs zal gaan gebruiken. Ook sluit moeder niet uit dat [minderjarige] zwanger wil worden. De moeder vindt het op zich fijn dat [minderjarige] in het weekend naar huis komt. Maar tegelijkertijd zit zij het hele weekend in spanning of [minderjarige] wegloopt. Er moet nog veel vertrouwen worden hersteld.
Door [minderjarige] is voorafgaand aan de zitting, kort samengevat, aangegeven dat zij niet in kan stemmen met het verzoek om een (nieuwe) machtiging gesloten plaatsing. De eerste maanden van de gesloten plaatsing waren misschien nodig, maar een verlenging van de gesloten plaatsing is niet nodig. Zij voelt zich nutteloos in de gesloten jeugdzorginstelling omdat ze geen hulp en uitleg krijgt. De begeleiding is vaak afwezig omdat zij vaak in overleg zijn. Verder gaat zij naar school en loopt zij soms hard. Dit alles kan zij ook vanuit huis of vanuit een open setting. Haar ervaring is dat ze in een open setting meer aandacht krijgt. Sinds ongeveer drie maanden verblijft [minderjarige] van vrijdag tot zondag thuis bij haar ouders. Dat gaat meestal goed. Het afscheidsmoment is vaak wel lastig. Het liefst wil [minderjarige] naar huis of naar een open groep. Als daaraan voorwaarden verbonden zijn, dan zal zij zich daaraan houden. Zij weet nu hoe het is om op een gesloten groep te zitten en dat wil ze niet meer.
Namens [minderjarige] is op de zitting, kort samengevat, aangevoerd dat er inmiddels stappen gezet zijn. In de beleving van [minderjarige] heeft zij grote stappen gezet. De hulpverlening ziet wel dat er de laatste tijd stappen gezet zijn, maar wil zien dat die bestendig zijn. [minderjarige] vindt dat er door de stappen die zij heeft gezet meer vertrouwen richting haar zou mogen zijn en dat de stappen beloond zouden moeten worden. [minderjarige] wil dat het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten plaatsing wordt afgewezen.
Uit de schriftelijke instemmingsverklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 10 juni 2026 blijkt dat deze een verlenging van de plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp adviseert omdat deze plaatsing de mogelijk biedt om [minderjarige] te behandelen in het kader van de vastgestelde stoornissen en haar zo verder te laten groeien in een geschikte omgeving waaruit zij zich niet kan onttrekken en omdat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn, gezien de voorheen vastgelopen hulpverlening.
5 De beoordeling
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp alleen worden verleend als naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Verder mogen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
De inhoudelijke beoordeling
De kinderrechter overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling volgt dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over [minderjarige]. Zij toont met momenten onvoorspelbaar gedrag en gebleken is dat zij nog steeds wegloopt waarna zij op onveilige plekken wordt aangetroffen. Ook doet zij nog suïcidale uitlatingen en snijdt zij zich soms nog. Het cameratoezicht op haar kamer is daardoor ook nog onvoldoende afgenomen. Ondanks de inspanningen van alle betrokkenen, waaronder [minderjarige] zelf, heeft de tot op heden ingezette behandeling (nog) niet geleid tot een structurele gedragsverandering bij [minderjarige] en is gesloten jeugdzorg op dit moment noodzakelijk om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen, het bestaande patroon te doorbreken en bestaande problematiek te behandelen.
De kinderrechter ziet dat er de afgelopen periode (kleine) stapjes zijn gemaakt maar de doelen van de vorige machtiging zijn nog niet behaald. De gemaakte stapjes lijken in het hoofd van [minderjarige] groter te zijn dat ze daadwerkelijk zijn. Komende tijd is het aan [minderjarige] om te laten zien dat iedereen ongelijk heeft, dat het wel goed/beter gaat met haar en dat de kleine stapjes daadwerkelijk het begin van een bestendige gedragsverandering zijn. De kinderrechter hoopt dat [minderjarige] de kans grijpt om dit aan haar ouders en de GI te laten zien.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de hierboven genoemde wettelijk vereisten voor verlening van een machtiging gesloten jeugdhulp. De kinderrechter is van oordeel dat nog steeds sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden dan een verblijf in de gesloten jeugdhulp zijn om deze problemen te behandelen. Het verzoek wordt daarom toegewezen en er wordt een machtiging voor plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling, zijnde tot 6 oktober 2026.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 juni 2026 tot 6 oktober 2026.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Van den Broek, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 3 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.