Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6629Zaaknummer C/02/448843 / FA RK 26-2829

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448843 / FA RK 26-2829
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM aansluitend op ZM

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in overweging 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 juni 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448843 / FA RK 26-2829

Datum uitspraak: 18 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. G.J. Woodrow uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026 bij betrokkene thuis. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon 1], casemanager.
1.3.

Ook was tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:

- [persoon 2], stagiaire FACT-team.

2 Wat vaststaat

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 12 januari 2026 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 12 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt naar voren dat hij de zorgmachtiging ervaart als een vangnet voor het geval het minder goed met hem gaat. Daarnaast geeft betrokkene aan dat de kans groter is dat hij stopt met het gebruik van medicatie wanneer er geen zorgmachtiging meer van kracht is.

4.2.

De casemanager verklaart dat het contact met betrokkene het afgelopen jaar is hersteld en verbeterd, al blijft het soms lastig om de begeleiding goed af te stemmen. Daarnaast acht de casemanager de verplichte zorgvorm ‘opnemen in een accommodatie’ noodzakelijk, omdat het herstel van betrokkene nog pril is. Indien betrokkene de medicatie gaat weigeren, kan een opname noodzakelijk zijn. Tot slot stelt de casemanager dat, wanneer het contact met betrokkene wegvalt, een risico bestaat op zowel maatschappelijke als psychische teloorgang.

4.3.

De advocaat voert aan dat de verplichte zorgvormen ‘opnemen in een accommodatie’ en de daarmee samenhangende ‘beperking van de bewegingsvrijheid’ op dit moment niet noodzakelijk zijn, nu het goed gaat met betrokkene. Volgens de advocaat kunnen deze zorgvormen, indien zij in de toekomst alsnog noodzakelijk blijken, worden verzocht door middel van een wijziging van de zorgmachtiging.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en/of andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

5.4.

De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene zijn medicatie staakt, met als gevolg dat hij psychotisch decompenseert. Tijdens een psychotische ontregeling toont betrokkene achterdochtig en agressief gedrag. Vanuit deze achterdocht heeft betrokkene zijn moeder en broer bedreigd en fysiek mishandeld. Er is daarnaast sprake van maatschappelijke teloorgang en stagnatie op sociaal-maatschappelijk gebied. Tot slot eet en drinkt betrokkene amper tijdens perioden van ontregeling, waardoor sprake is van zelfverwaarlozing.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. In het verleden is betrokkene eerder gestopt met zijn medicatie zodra het langere tijd goed met hem ging. Ook nu geeft betrokkene aan dat hij niet zeker weet of hij de medicatie zal blijven accepteren zonder de zorgmachtiging. Gelet op de relatief korte periode dat betrokkene in zorg is, is er nog onvoldoende zekerheid om te kunnen zeggen dat betrokkene in staat is om de regie te nemen en te houden met betrekking tot de medicatie. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Hieronder valt onder meer het verplicht toelaten van de contacten met het ambulante zorgteam;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.1.

De rechtbank zal anders dan de advocaat heeft bepleit ook de verzochte vormen van verplichte zorg ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ in de machtiging overnemen. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene de zorgmachtiging ervaart als een vangnet voor het geval het minder goed met hem gaat en betrokkene ambivalent kan zijn in het contact met het FACT-team. De rechtbank benadrukt daarbij uitdrukkelijk dat deze vormen van zorg uitsluitend mogen worden toegepast indien bij betrokkene sprake is van een decompensatie en behandeling in een ambulant kader niet langer toereikend of mogelijk is.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

5.9.

De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in overweging 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 juni 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.