Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6625Zaaknummer C/02/449252 / FA RK 26-3061
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/449252 / FA RK 26-3061
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
IBS
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juli 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449252 / FA RK 26-3061
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
thans verblijvende in een [accommodatie], locatie: [locatie] te [plaats 2],
advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [persoon 1], specialist ouderengeneeskunde;
- [persoon 2], neef van betrokkene en mantelzorger van betrokkene;
- [persoon 3], de vriendin van de neef van betrokkene en mantelzorger van betrokkene.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in een [accommodatie]. De burgemeester van Bergen op Zoom heeft de inbewaringstelling op 13 juni 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4 De standpunten
Betrokkene is moeilijk verstaanbaar. Hij lijkt naar voren te brengen dat hij geen bezwaar heeft tegen zijn verblijf in de accommodatie.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart dat betrokkene een verstoord dag- en nachtritme heeft. Daarnaast acht hij betrokkene onvoldoende wilsbekwaam om de benodigde zorg in een vrijwillig kader te aanvaarden. Er zijn momenten waarop betrokkene aangeeft naar huis te willen. Tot slot stelt de specialist ouderengeneeskunde dat het toestandsbeeld van betrokkene nog voortdurend in verandering is, omdat hij nog maar kort op de afdeling verblijft en de verdere ontwikkeling daarom niet moeten worden afgewacht.
De nicht van betrokkene brengt naar voren dat het in de thuissituatie niet langer goed gaat met betrokkene. Volgens haar is betrokkene gedesorganiseerd en niet meer in staat zelfstandig voor zichzelf te zorgen. Onlangs heeft betrokkene een pan laten aanbranden, waardoor een risico op brand is ontstaan. Tot slot geeft de nicht aan dat ook zij de zorg voor betrokkene niet langer meer kan dragen.
De neef van betrokkene onderschrijft het standpunt van de nicht. Daarnaast vult hij aan dat betrokkene niet meer zelfstandig kan lopen zonder begeleiding. Voorts geeft hij aan dat zijn wens is dat betrokkene terugkeert naar een accommodatie in [plaats 3].
De advocaat voert aan dat de wilsbekwaamheid van betrokkene niet meer kan worden vastgesteld. Volgens de advocaat is het onvermijdelijk dat de verzochte termijn van zes weken wordt toegewezen.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene zichzelf verwaarloost en niet meer voor zichzelf kan zorgen in de thuissituatie. Daarnaast neemt de mobiliteit van betrokkene af, is hij valgevaarlijk en raakt in toenemende mate incontinent. In de thuissituatie ontstaan gevaarlijke situaties. Zo ontstond brandgevaar, omdat betrokkene een karbonade liet aanbranden in de pan. Tot slot is er sprake van ontremd en opstandig gedrag waarbij hij onder andere dreigde met een pan te slaan richting een mantelzorger.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk Alzheimer, dementie.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Uit de stukken blijkt dat betrokkene liever naar huis wilt. Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling geen bezwaar leek te hebben tegen zijn verblijf in de accommodatie, acht de rechtbank dat te pril om te concluderen dat betrokkene zich hiertegen niet tegen verzet. Daarbij weegt de rechtbank mee dat betrokkene niet goed in staat lijkt zijn wil kenbaar te maken en ziektebesef en ziekte-inzicht ontbreken. Om deze redenen is de rechtbank van oordeel dat betrokkene zich verzet tegen het verblijf.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juli 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. De Vlieger, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.