Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6623Zaaknummer C/02/448091 / JE RK 26-818
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448091 / JE RK 26-818
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek verl. ots, brief aan minderjarige
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 1 juli 2026 en tot 1 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026, in aanwezigheid van Casant als griffier en op schrift gesteld op 3 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448091 / JE RK 26-818
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (de GI),
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M. van der Weide uit Heerhugowaard.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 mei 2026;
- het verweerschrift cq. pleitnotities van mr. Van der Weide van 17 juni 2026,
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 juni 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 1 juli 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
[minderjarige 1] heeft tijdens het kindgesprek verteld dat hij eerst een paar keer op een fijne manier wilde beeldbellen met de vader en daarbij zien dat het goed gaat met de vader, voordat hij hem fysiek wilde zien. Uiteindelijk heeft [minderjarige 1] de vader na drie jaar weer fysiek gezien en dat vond hij fijn. [minderjarige 1] wil niet dat het weer zo lang duurt. [minderjarige 1] heeft samen met de vader gevoetbald en dat was leuk. [minderjarige 1] vindt het fijn dat de jeugdbeschermers naar hem luisteren. Hij is even geleden gepest door jongens op school omdat hij zijn vader niet meer zag. Dat vond [minderjarige 1] erg naar. Het gaat thuis goed en hij heeft het daar fijn. [minderjarige 1] heeft veel vertrouwen in de jeugdbeschermers en vindt het geen probleem dat zij nog wat langer betrokken blijven. Hij vond het gesprek dat hij onlangs had met de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) niet prettig. De onderzoekers stelden zich niet eens aan hem voor.
[minderjarige 2] heeft tijdens het kindgesprek verteld dat zij het onderzoek dat de Raad onlangs heeft gedaan, erg zwaar vond. Met name de manier waarop zij de boodschap hebben gebracht vond [minderjarige 2] koudhartig en erg vervelend. [minderjarige 2] voelt zich niet door hen beschermd. [minderjarige 2] wil graag dat de jeugdbeschermers bij haar betrokken blijven. Ook zou ze graag willen dat ze aanwezig mag zijn op de zitting in september. Ze zou daar haar verhaal willen doen en laten zien wat voor man haar vader eigenlijk is. [minderjarige 2] vindt het belangrijk dat de rechtbank een goed beeld krijgt van haar vader. Ze ziet haar stiefvader als haar vader. [minderjarige 2] benadrukt dat toen de Raad haar de uitslag gaf van het onderzoek, dat een van de ergste dagen van haar leven was.
De GI handhaaft het verzoek. Het lukt de ouders niet om samen beslissingen te nemen over de minderjarigen. Er is sprake van weinig vertrouwen en nauwelijks communicatie. De minderjarigen hebben daar last van. Daarnaast blijven de zorgen over de psychische gesteldheid van de vader bestaan. Op dit moment is daar onvoldoende duidelijkheid dan wel betrouwbare informatie over. Om die reden heeft de GI geen goed beeld van wat mogelijk is in het contact. De GI ziet een verschillend beeld bij de minderjarigen. [minderjarige 2] ontwikkelt zich zoals een puber behoort te doen. Tegelijkertijd is er sprake van vermijdend gedrag richting de vader. Ze is heel consistent en wenst geen contact met hem. [minderjarige 2] heeft behoefte aan rust en zij wil serieus genomen worden. Om die reden is ook een zitting gepland in september van dit jaar met betrekking tot het gezag van de vader. [minderjarige 1] volgt een ander proces. Hij had behoefte aan zekerheid of de vader daad bij het woord voegt en wilde het beeldbelcontact eerst vijf keer goed laten verlopen voordat hij hem fysiek wilde zien. Sinds april van dit jaar is voorzichtig begonnen met het contactherstel en deze is nog erg kwetsbaar. [minderjarige 1] wordt daarin ook begeleid door [persoon], de psycholoog en hij wordt gehoord in zijn wensen daarin. Voor beide kinderen geldt dat het effect van de gebeurtenissen in het verleden en de onvoorspelbaarheid van de vader nog steeds merkbaar is. Voor de GI is het belangrijk om de opbouw van de contacten nauwlettend te blijven volgen, niet alleen in samenspraak met [persoon], maar ook met [minderjarige 1]. Als de ondertoezichtstelling wegvalt bestaat het risico dat het contact tussen [minderjarige 1] en de vader te snel en te onveilig wordt uitgebreid. De GI wil, ook in verband met het proces rondom het gezag van de vader, de regie houden, rust creëren en het belang van de minderjarigen voorop blijven stellen. Tot slot heeft de GI nog vragen over het afgenomen persoonlijkheidsonderzoek bij [minderjarige 1]. Dat is teruggelegd bij psycholoog [persoon] en daarna kan de GI pas beoordelen welke hulp er nog nodig is. Ten aanzien van het verkrijgen van inzicht in de situatie van de vader is tijdens de vorige zitting door de vader aangegeven dat de GI vragen kon stellen en hij dan zelf zou filteren welke vragen hij wilde voorleggen aan de GGZ. De GI heeft in het verleden meermaals gepoogd om informatie te krijgen van de vader over zijn verblijf bij de GGZ-instelling in [plaats]. Daarvoor kreeg de GI echter geen toestemming van de vader. Parallel Solo Ouderschap zet niet meer in op het verbeteren van de communicatie tussen de ouders. De GI denkt dat de moeder daar niet meer voor open staat en het inmiddels een gepasseerd station is. Verder wil de GI aangeven dat zij de situatie ná de zitting in september willen blijven volgen, alsmede de reacties van betrokkenen en de noodzakelijke stappen daarna. De GI wil de minderjarigen in deze ingrijpende periode kunnen blijven ondersteunen. Tot slot geeft de GI aan dat zeker aandacht is voor de positieve aspecten van de vader en daar wordt ook bij stilgestaan. De GI vindt gelijkwaardigheid in de benadering van beide ouders daarnaast erg belangrijk, maar benadrukt wordt dat de GI juist handelt in het belang van de minderjarigen.
De moeder heeft tijdens de zitting verteld dat het goed gaat met de minderjarigen. [minderjarige 2] is erg duidelijk. Ze wil geen contact met de vader. [minderjarige 1] wil de vader af en toe nog wel zien. De moeder stimuleert dat ook. [minderjarige 1] heeft veel behoefte aan duidelijkheid en zekerheid. Voordat hij de vader wil zien, wil hij eerst weten of het goed met hem gaat. De moeder denkt dat zij nog niet zonder ondertoezichtstelling kunnen, ook gelet op de veiligheid die de minderjarigen daardoor nu ervaren. De communicatie tussen de ouders is wel veranderd. Vanaf mei wordt dit meer gestroomlijnd. Er wordt ook regelmatig een fotoboek bijgepakt, maar de minderjarigen herinneren het zich eigenlijk niet meer.
De vader heeft tijdens de zitting verklaard dat hij nu anderhalf jaar stabiel is. Het klopt niet dat hij er niet kan zijn voor de minderjarigen. De vader doet hard zijn best om zo fit mogelijk te blijven, zodat hij de minderjarigen kan zien of ontvangen. De vader stemt in met het verzoek.
Namens de vader is tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De ondertoezichtstelling geeft de minderjarigen een bepaalde basis dat rust geeft. De vader begrijpt dat dat belangrijk is voor de minderjarigen. De vader is het in die zin wel eens met het verlengen van het verzoek. Anderzijds wordt al jarenlang gesproken over het verbeteren van de communicatie tussen de ouders, waar vervolgens geen stappen in worden gezet en dit is nu kennelijk een gepasseerd station. De vader wordt niet betrokken door de moeder, zoals bij het maken van schoolkeuzes. De vader zou daar juist meer in betrokken willen worden. Hij vindt het fijn dat er stappen worden gezet in het herstellen van het contact. Het eerste fysieke contactmoment met [minderjarige 1] is geweest en volgende week staat de volgende gepland. Al jaren wordt er gesproken over de psychische gesteldheid van de vader. De GGZ-instelling geeft aan dat zij geen deskundigen zijn op het gebied of omgang kan plaatsvinden. Het is niet dat de vader niet wil meewerken aan het verstrekken van informatie, maar mocht dat in de toekomst nog nodig zijn dan is het fijner om praktische vragen voor te leggen in plaats van alleen te vragen om informatie. De vader geeft aan dat het feit dat hij een bipolaire stoornis heeft, niet wil zeggen dat hij geen rol kan spelen in het leven van de minderjarigen. De vader hoopt dat zijn band met [minderjarige 1] meer stabiel kan worden. De vader verneemt ter zitting dat de moeder de minderjarigen stimuleert in het contact, maar dat kan niet worden geverifieerd. De vader had gewild dat de GI daar meer regie in zou voeren. De vader hoopt dat de GI het komende jaar wil zoeken naar mogelijke openingen voor het contact, ook bij [minderjarige 2]. [minderjarige 2] is nu zo negatief over vader, maar de vader geeft aan dat zij voorheen ook leuke dingen deden samen. Onduidelijk is wat er zich in haar hoofd afspeelt. Het is jammer dat [minderjarige 2] nu weer een andere hoop haalt uit het verzoek van de GI om toch naar het gezag van de vader te gaan kijken. Als nu wordt gezegd dat het nu eenmaal zo is zoals eerder werd besloten, dan kan de vader ook kijken wat er nodig is om de situatie rustiger te maken voor haar. Als het verzoek wederom wordt afgewezen heeft [minderjarige 2] het gevoel dat men niet naar haar luistert. De vader loopt maar achter de feiten aan. Het is duidelijk dat de minderjarigen de hulp moeten krijgen die zij nodig hebben. De vader hoopt dat er misschien ook wat meer positieve aspecten van hem kunnen worden benadrukt. De vader vindt het goed dat de GI goed kijkt naar wat het beste is voor de minderjarigen. Gehoopt wordt dat de vader door middel van het traject van Parallel Solo Ouderschap mogelijk een wat grotere rol kan krijgen, in plaats van alleen een rol waarin hij – zonder gesprek of overleg – beslissingen moet nemen. Aan dat doel werd nooit eerder gewerkt.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_1d229391-ad92-4991-9058-f9c602847fcb] De kinderrechter legt hieronder uit waarom. De kinderrechter stelt vast dat op 10 september 2026 een zitting bij de meervoudige kamer van deze rechtbank gepland staat waar gesproken zal worden over het besluit van de Raad voor de Kinderbescherming om niet over te gaan tot het indienen van een verzoek voor een gezagsbeëindigende maatregel. Het is in elk geval in dat verband belangrijk dat de GI nog betrokken blijft bij de minderjarigen, nu nog onduidelijk is wat de uitkomst zal zijn van die zitting en hetgeen de minderjarigen, maar ook de ouders, daarna nodig hebben. [minderjarige 2] en de vader hebben geen contact meer met elkaar en bij haar wordt door betrokken hulpverlening – althans op dit moment – geen ruimte gezien voor contactherstel. [minderjarige 2] is ook tijdens het gesprek met de kinderrechter volhardend in haar standpunt dat zij de vader niet meer wil zien. [minderjarige 1] heeft inmiddels vijf keer een positief belcontact gehad met de vader en heeft hem onlangs ook fysiek gezien. [minderjarige 1] heeft dit contact fijn gevonden. De komende periode zal moeten uitwijzen hoe het contact met de vader (verder) vormgegeven kan worden en wat zij hierin beiden nodig hebben. Ook voor dit proces acht de kinderrechter noodzakelijk dat de GI nog betrokken blijft. Er moet verder gewerkt worden aan de doelen, waaronder de inzet van hulpverlening voor de minderjarigen, in ieder geval aanvullende hulp voor [minderjarige 1]. De kinderrechter verzoekt de GI om oog te blijven houden voor de mogelijkheden in het contact en de wens van de vader om meer betrokken te worden, ook bij gezagsbeslissingen. De ouders hebben ingestemd met het verzoek. De kinderrechter zal gelet hierop het verzoek toewijzen voor de duur van een jaar, te weten met ingang van 1 juli 2026 en tot 1 juli 2027.
Tot slot het volgende. [minderjarige 2] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter gevraagd of zij aanwezig mag zijn bij de inhoudelijke behandeling van het verzoek ten aanzien van het gezag van de vader van de meervoudige kamer op 10 september 2026. De kinderrechter zal haar antwoord op die vraag in een brief aan [minderjarige 2] uitleggen, zoals zij ook met haar heeft afgesproken.
6. Beste [minderjarige 2],
Op 16 juni 2026 hebben wij met elkaar gesproken omdat de jeugdbeschermer een verzoek had ingediend om jouw ondertoezichtstelling te verlengen. Tijdens dat gesprek heb je ook aan mij gevraagd of je aanwezig mag zijn tijdens de behandeling van het verzoek over het gezag van jouw vader op 10 september 2026. Je hebt aan mij uitgelegd waarom dat voor jou zo belangrijk is. Ik had beloofd om jou mijn antwoord op die vraag via een aparte brief te geven.
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat kinderen niet aanwezig zijn tijdens de behandeling van verzoeken waar over het gezag van ouders wordt gesproken. Wel mogen kinderen tijdens een apart kindgesprek aan de kinderrechter vertellen wat zij van het verzoek vinden, net zoals wij op 16 juni 2026 hebben gedaan. Ook voor het verzoek over het gezag van jouw vader mag je met de kinderrechter praten. Je hebt daarvoor al een uitnodiging gekregen, namelijk voor 7 september 2026 om 15:45 uur met kinderrechter mr. L. Verschoor. Je kunt tijdens dat gesprek je mening geven over het verzoek en ook kun je met de kinderrechter bespreken waarom je graag aanwezig zou willen zijn tijdens de zitting op 10 september 2026. Zij zal tijdens het kindgesprek op 7 september goed naar jou luisteren en jou dan uitleggen wat hierin voor jou mogelijk is.
Ik hoop jouw vraag zo goed mogelijk te hebben kunnen beantwoorden.
Met vriendelijke groet,
mr. Zuijdweg, kinderrechter.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 1 juli 2026 en tot 1 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026, in aanwezigheid van Casant als griffier en op schrift gesteld op 3 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.