Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6619Zaaknummer C/02/442228 / JE RK 25-2073
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/442228 / JE RK 25-2073
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing resterend verzoek machtiging uithuisplaatsing accommodatie jeugdhulpaanbieder. Voor beide kinderen is inmiddels een machtiging gesloten jeugdhulp verleend.
3 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het resterende verzoek af. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/442228 / JE RK 25-2073
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats 1] (Oostenrijk),
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats 2] (Oostenrijk),
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen; de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. P.F.M. Gulickx uit Breda.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 23 december 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- het bericht van de GI van 10 juni 2026, met bijlagen.
Op 18 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij was aanwezig en is gehoord:
- de advocaat van de vader.
De GI en de moeder zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2 De nadere beoordeling
Bij beschikking van 23 december 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 7 januari 2026 tot 7 januari 2027. Voorts heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 7 januari 2026 tot 7 juli 2026 en het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing aangehouden.
Ter beoordeling ligt nu het resterende verzoek van de GI voor om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij brief van 10 juni 2026 heeft de GI bericht dat zowel voor [minderjarige 2] als voor [minderjarige 1] inmiddels een machtiging is verleend voor verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. [minderjarige 2] is inmiddels bij [accommodatie] geplaatst. De GI verwacht dat [minderjarige 1] voor de afloop van de onderhavige machtiging (7 juli 2026) op een gesloten plek geplaatst zal zijn.
Namens de vader is verzocht het resterende verzoek af te wijzen. Voor zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] is eerder dit jaar een machtiging gesloten jeugdhulp afgegeven. Er is daarom geen belang bij het toewijzen van het resterende verzoek.
De kinderrechter overweegt als volgt. Nu voor zowel [minderjarige 1] als voor [minderjarige 2] een machtiging gesloten jeugdhulp is verleend en gesteld noch gebleken is dat er nog enig belang is bij beoordeling van het resterende deel van het verzoek, zal de kinderrechter het resterende verzoek afwijzen.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
3 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het resterende verzoek af. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 6 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.