Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6618Zaaknummer C/02/448217 / JE RK 26-852

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448217 / JE RK 26-852
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ots en muhp

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 24 juni 2026 en tot 24 juni 2027;

6.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 24 juni 2026 en tot 24 juni 2027;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026, in aanwezigheid van Casant als griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448217 / JE RK 26-852

Datum uitspraak: 18 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING, gevestigd te Eindhoven,

hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (de GI),

over

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg,

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. H. Mink uit Oost-Souburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- mr. C.E.J.E. Kouijzer;

- een vertegenwoordiger van de GI.

1.3.

De moeder is ter zitting niet verschenen. Zij werd wel correct opgeroepen.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 24 juni 2025 is de

toen nog ongeboren baby [naam] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 24

juni 2025 en tot 24 juni 2026.

2.3.

Bij beschikking van 31 juli 2025 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van

[minderjarige] in een pleeggezin verleend met ingang van 31 juli 2025 en tot 14 augustus 2025,

onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.

2.4.

Bij beschikking van 12 augustus 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van

[minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 14 augustus 2025 en tot

24 januari 2026. De machtiging tot uithuisplaatsing is daarna verlengd bij beschikking van 14 januari 2026 met ingang van 24 januari 2026 en tot 24 juni 2026. Op grond hiervan verblijft [minderjarige] thans in een pleeggezin.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De GI heeft tijdens de zitting verklaard dat zij de moeder twee weken geleden hebben gezocht en gevonden. Het is een hele zoektocht geweest. Zij is uiteindelijk gevonden in een tentenkamp in [plaats]. De moeder is op een andere wijze niet bereikbaar. Zij heeft geen telefoon of e-mail. Ook de contactpersoon van de moeder heeft nagenoeg geen contact met haar. De GI heeft de moeder in heel slechte staat aangetroffen. Zij was onder invloed, had heel kort haar, liep op blote voeten en zwaaide met haar handen. Ze herkende de GI wel een beetje, maar haar verhaal was onsamenhangend. Uiteindelijk heeft de GI samen met de moeder een knuffeltje voor [minderjarige] uitgezocht in de winkel en hebben zij de moeder wat eten gegeven. De moeder is aangemeld voor opname, maar daar wordt op dit moment geen gebruik van gemaakt. De moeder heeft [minderjarige] één keer fysiek gezien en één keer door middel van videobellen. Mocht de moeder opgenomen worden in [accommodatie], dan zal de zus van de moeder een berichtje sturen naar de GI zodat beoordeeld kan worden of de moeder [minderjarige] kan zien. Daar is de moeder nu te slecht voor en mogelijk is dat voor nu ook veel te ingewikkeld en confronterend. De GI gunt de moeder contact met [minderjarige] en andersom. De GI houdt oog voor de mogelijkheden hierin. De vader ziet [minderjarige] twee keer per week. Hierin wordt hij ondersteund door zijn eigen ouders. De vader mag dan bijvoorbeeld de avond ervoor in de garage van zijn ouders slapen. De vader doet het goed tijdens het contactmoment. Hij wordt dan soms geholpen door de pleegmoeder en dat loopt goed. [minderjarige] heeft met de familie van moeders- én vaderskant ook een omgangsregeling één keer per zes weken, maar de familie van de vader heeft de wens voor meer. Oma vaderszijde mag de eerste tien minuten ook bij de omgang zijn die de vader heeft met [minderjarige]. Gezien wordt dat de vader het beter doet, als hij alleen is. Anders nemen de oma en tante vaderszijde veel ruimte in. De GI heeft zorgvuldig de overweging gemaakt om [minderjarige] in het neutrale pleeggezin te laten en niet te plaatsen bij de tante vaderszijde. Omdat de familie van de vader ook deelneemt aan de netwerkoverleggen is daar wel de nodige spanning merkbaar. [minderjarige] hecht zich aan de pleegmoeder. De vader geeft aan een goed en veilig gevoel te hebben bij de pleegmoeder. De vader heeft de afgelopen periode onvoldoende stappen gezet. Hij heeft geen huisvesting, geen financiën en is nog steeds verslaafd. Een Flakka verslaving is ook heel hardnekkig. De GI heeft niet de verwachting dat de situatie dusdanig is veranderd dat er andere stappen kunnen worden gezet. De vader heeft enkele weken geleden aangegeven dat hij het standpunt van de GI hierin begrijpt. De GI is voornemens om een verzoek tot onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel in te dienen. Tot slot wil de GI aangeven dat zij het [minderjarige] en de vader ook gunt dat de vader op termijn een grotere rol kan spelen in het leven van [minderjarige], zoals een dagje naar de speeltuin of Efteling zonder toezicht.

4.2.

Mr. Kouijzer heeft tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder zit momenteel gedetineerd in verband met winkeldiefstal. Gisteren heeft de moeder een snelrechtzitting gehad. Het is allemaal erg confronterend voor de moeder. Gelet daarop, alsmede gelet op de lange reis in een warm busje naar de rechtbank toe, lijkt de moeder ervoor te hebben gekozen om vandaag niet aanwezig te zijn. De advocaat heeft de moeder niet meer kunnen spreken voorafgaand aan de zitting. Gelet daarop wordt gerefereerd aan het verzoek.

4.3.

De vader heeft tijdens de zitting verklaard dat het redelijk met hem gaat. Hij heeft wisselende verblijfplaatsen. Soms verblijft hij een paar dagen bij zijn ouders of in een tentje op het balkon bij vrienden. De vader erkent drugs te gebruiken, te weten Alfa-pvp. Hij staat inmiddels weer op de wachtlijst bij [accommodatie] voor hulp bij zijn verslaving. De vader is nu wel meer gemotiveerd om zijn verslaving aan te pakken. Hij denkt dat hij het wel kan. [minderjarige] helpt bij zijn motivatie. Het contactmoment met [minderjarige] is voor de vader het leukste moment van de week. De vader snapt het besluit van de GI. Hij vindt het wel erg moeilijk. De vader zou wel graag laten zien dat hij het kan. Ook als de vader grotere stappen zou zetten, begrijpt hij nog dat het niet kan.

4.4.

Namens de vader is het volgende naar voren gebracht. De vader vindt het erg ingewikkeld. Hij begrijpt wel wat er wordt verzocht en ook wat het probleem is. Hij is echter bijzonder gemotiveerd om af te kicken. Het programma daarvoor zal binnen nu en een week of drie à vier kunnen starten. Hij realiseert zich echter dat daarmee de problemen nog niet opgelost zijn. Door het genomen perspectiefbesluit en het voornemen om de Raad te verzoeken onderzoek te doen naar een gezagsbeëindigende maatregel heeft de vader het idee dat hij op een zijspoor wordt gezet. Hij zou het prettig vinden als die besluiten nog even op zich kunnen laten wachten. Aan de ene kant heeft de vader begrip voor de besluiten, maar hij vindt het perspectiefbesluit mogelijk wat te vroeg genomen, althans zou nog even gewacht kunnen worden met de volgende stap. Hij zou het liefst zelf voor [minderjarige] willen zorgen. Daarnaast zou mogelijk toch nog een keer gekeken moeten worden naar de mogelijkheden om [minderjarige] bij de tante vaderszijde te kunnen plaatsen. De GI vindt niet dat er alternatieven voorhanden zijn, maar mogelijk kan plaatsing bij de tante vaderszijde – en daarmee het perspectief van [minderjarige] - toch nogmaals bekeken worden. Gelet op de mogelijke ontwikkelingen in deze situatie, wordt namens de vader verzocht om een tussentijds toetsmoment te plannen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_73d07048-d5a6-4f29-9e02-67c129b61f0c] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.[_5e0a954d-a654-4448-8975-d23ba776e198]

De kinderrechter legt hieronder uit waarom. De kinderrechter verwijst allereerst naar de beschikking van de kinderrechter van 14 januari 2026en dan met name naar de onderbouwing onder r.o. 5.2. van die beschikking. De kinderrechter stelt vast dat deze situatie ongewijzigd is gebleven. De ouders kampen nog steeds met ernstige problematiek, waaronder persoonlijke problematiek, verslavingsproblematiek en het ontbreekt hen aan huisvesting en financiën. Vaststaat dat beide ouders [minderjarige] op dit moment niet kunnen bieden wat hij nodig heeft in zijn verzorging en opvoeding, gelet op hun instabiele leefsituatie. De moeder zit op dit moment ook gedetineerd en zij is enkele weken geleden in zeer slechte staat aangetroffen door de GI in een tentenkamp in [plaats]. [minderjarige] verblijft nu in een pleeggezin, waar hij het goed doet en zich inmiddels aan het hechten is aan de pleegmoeder. De contactmomenten tussen de vader en [minderjarige] verlopen goed, waarbij de vader de hulp van de pleegmoeder tijdens die momenten accepteert. Hij vertrouwt de pleegmoeder en vindt dat [minderjarige] het daar goed heeft. Hoewel de vader het liefst zelf voor [minderjarige] zou willen zorgen – hetgeen de kinderrechter begrijpt – geeft hij op de zitting te kennen dat hij inziet dat dat nu niet kan en zelfs, ook als hij grotere stappen zou zetten, zou begrijpen dat hij [minderjarige] dan alsnog niet kan bieden wat hij nodig heeft. Het is positief dat de vader zich wil inzetten om zijn verslaving onder controle te krijgen. De kinderrechter hoopt dat de vader het traject dat daarvoor gepland staat, met beide handen aangrijpt en hij daardoor zijn leven een andere wending kan geven. De kinderrechter gunt dat [minderjarige] ook. Om de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin te waarborgen, zal de kinderrechter de verzoeken toewijzen.

5.2.

De GI zal de komende periode gebruiken om aan de hand van het genomen perspectiefbesluit de Raad te verzoeken om onderzoek te doen naar een gezagsbeëindigende maatregel. Dit onderzoek zal naar verwachting de nodige tijd in beslag nemen. Daarnaast bestaat de verwachting dat binnen enkele weken ook de behandeling van de vader zal starten en ook dit heeft tijd nodig. De kinderrechter is gelet op de stappen die de aankomende periode gezet moeten worden van oordeel dat hiervoor meer tijd nodig zal zijn dan zes maanden en de situatie daardoor naar alle waarschijnlijkheid binnen een half jaar niet dusdanig zal zijn veranderd dat [minderjarige] binnen deze periode terug kan keren naar (één van de) ouders. Daarnaast verwacht de kinderrechter dat de Raad de ontwikkelingen van de vader, en mogelijk ook het alsdan genomen perspectiefbesluit, ook zal betrekken in het onderzoek. Dit kan, zo heeft zij tijdens de zitting ook uitgelegd aan de vader, ook als een toetsmoment worden gezien. Gelet hierop zal de kinderrechter geen tussentijdse toetsing ter zitting plannen en het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling alsmede de verlenging van de uithuisplaatsing van [minderjarige] toewijzen voor de duur van een jaar, te weten tot 24 juni 2027.

5.3.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 24 juni 2026 en tot 24 juni 2027;

6.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 24 juni 2026 en tot 24 juni 2027;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026, in aanwezigheid van Casant als griffier en op schrift gesteld op 2 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.