Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6614Zaaknummer C/02/448437 / JE RK 26-888
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448437 / JE RK 26-888
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
1e verzoek tot OTS
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 18 juni 2026 en tot 18 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van Casant als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448437 / JE RK 26-888
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
locatie Middelburg,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 1],
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 2],
[de stiefvader], hierna te noemen de stiefvader,
wonende te [woonplaats 2].
De kinderrechter merkt als informant aan:
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (de GI),
gevestigd te Amsterdam.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder en de stiefvader;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij haar moeder.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
[minderjarige] heeft tijdens het kindgesprek verteld dat zij het liefst evenveel tijd bij de moeder als bij de vader zou willen doorbrengen. [minderjarige] wordt de laatste tijd wat minder boos. Ze weet niet waarom ze soms boos wordt. Bij de vader hoeft geen hulp te komen, maar wel bij de moeder, omdat ze bij de moeder soms lief is maar soms ook stout. [minderjarige] vindt het niet leuk dat soms zowel de moeder als de stiefvader tegelijkertijd boos op haar worden.
De Raad handhaaft het verzoek. De Raad maakt zich ernstige zorgen over [minderjarige]. Zij is een kwetsbaar meisje gezien haar leeftijd, maar ook gezien haar beperking. Zij zit al langere tijd in een fors loyaliteitsconflict tussen de ouders en dat heeft zijn weerslag op [minderjarige]. [minderjarige] laat binnen de opvoedingssituatie van de moeder gedragsproblemen zien, in die zin dat [minderjarige] erg opstandig is, een grote mond heeft, schreeuwt en scheldt naar moeder en stiefvader en met deuren gooit. [minderjarige] wordt boos op het moment dat over vader wordt gesproken (ook wanneer dit positief is) en accepteert geen grenzen en regels van moeder en stiefvader. Volgens de vader gaat het goed met [minderjarige] en is er niets aan de hand. In het vrijwillig kader is geprobeerd om de hulpverlening voor [minderjarige] op te starten in de opvoedsituatie van zowel de vader als de moeder, zodat zicht kon komen op de oorsprong van het gedrag van [minderjarige]. De Raad vindt het zorgelijk dat de vader, ondanks dat hij zelf geen problemen ervaart met het gedrag van [minderjarige], de inzet van hulpverlening voor [minderjarige] heeft vertraagd door langere tijd niet te tekenen. Tot op heden geeft vader aan zelf geen noodzaak te zien voor hulpverlening binnen zijn opvoedingssituatie, omdat hij geen problemen ervaart en naar zijn mening alles goed gaat. Ondanks de inzet van psycho-educatie en uitleg door de gemeente en SDW over waarom het van belang is om ook zicht te krijgen op de opvoedingssituatie bij vader (bijvoorbeeld om te zien wat maakt dat [minderjarige] daar geen gedragsproblemen laat zien) blijft vader bij zijn standpunt dat er voor hem geen hulpverlening nodig. Daardoor kan onvoldoende worden bepaald welke hulp [minderjarige] nodig heeft. Hierdoor zullen de gedragsproblemen niet afnemen en bestaat het risico dat deze zullen verergeren. Naast de zorg over wat de verschillen in opvoedingssituaties voor [minderjarige] betekent, is het zorgelijk dat de loyaliteit van [minderjarige] stevig onder druk wordt gezet omdat zij van beide ouders iets anders te horen krijgt over de rol van stiefvader in het leven van [minderjarige]. Wanneer [minderjarige] keer op keer van vader te horen krijgt dat zij niet naar stiefvader mag luisteren en hij een vreemde is voor haar, maar van moeder en stiefvader te horen krijgt dat zij wel naar hem moet luisteren, is het zeer aannemelijk dat [minderjarige] hiervan in de war raakt. Naast dat [minderjarige] steeds moet schakelen tussen de verschillende opvoedsituaties, wordt er bij iedere wisseling ook een enorm beroep gedaan op haar loyaliteit. Ten slotte maakt de Raad zich zorgen over de communicatie tussen de ouders. Ondanks de inzet van hulpverlening lukt het hen niet om met elkaar te communiceren als ouders, in plaats van als ex-partners. De Raad benadrukt dat de verandering moet komen vanuit de ouders. Omdat de ouders niet op één lijn zitten, vindt de Raad een ondertoezichtstelling nodig. De GI kan hierin sturend optreden, zodat de ouders gaan handelen in het belang van [minderjarige].
De vader heeft tijdens de zitting verklaard dat [minderjarige] bij hem thuis geen boze buien heeft. De vader wordt niet betrokken door de hulpverlening van SDW en krijgt daar ook geen terugkoppeling van. Hij wist er ook niet eerder van dat [minderjarige] op school gesprekken heeft. [minderjarige] heeft één vader en één moeder en dat zal ook zo blijven. Hij begrijpt niet dat het verwarrend zou kunnen zijn voor [minderjarige] dat over de rol van de stiefvader tegenstrijdige uitspraken worden gedaan. De vader zit niet te wachten op een ondertoezichtstelling. Het lijkt overigens wel dat [minderjarige] een loyaliteitsconflict wordt aangepraat. Er worden heel veel aannames gedaan.
De moeder heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat het sinds kort opeens beter gaat met [minderjarige] bij haar thuis. Het gedrag is nog wel merkbaar, maar in veel mindere mate. Voor de moeder is niet duidelijk hoe en waarom deze verandering opeens is gekomen. De moeder ervaart steun aan de betrokkenheid van SDW. De moeder staat achter het verzoek tot ondertoezichtstelling. De moeder wil graag dat er hulp komt voor [minderjarige], zodat het goed met haar gaat. Het is wel jammer dat het tot een ondertoezichtstelling heeft moeten komen.
De stiefvader heeft tijdens de zitting verklaard dat het verslag van de Raad wel duidelijk is. Er zijn veel punten die hij niet acceptabel vindt in de huidige situatie.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.[_40501353-3f71-4a29-8d01-89e9fbe96c35] De kinderrechter legt hieronder uit waarom. De kinderrechter stelt gelet op de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken allereerst vast dat zij de indruk heeft dat allebei de ouders veel om [minderjarige] geven. Daarnaast lijkt zij bij hen goede zorg te ontvangen en kan [minderjarige] bij beide ouders fijne dingen doen. Tegelijkertijd groeit [minderjarige] op tussen gescheiden ouders, waartussen sprake is van aanhoudende spanningen en onrust. Deze spanningen en onrust zien niet alleen op de ouders, maar zien ook op de verhouding tussen de vader en de stiefvader. [minderjarige] laat daarnaast in de opvoedingsomgeving van de moeder gedragsproblemen zien. Zij kan daar opstandig zijn, een grote mond hebben en schreeuwen en schelden naar de moeder en de stiefvader. [minderjarige] accepteert in de thuissituatie bij de moeder en de stiefvader nauwelijks regels en gezag. De vader herkent dit gedrag van [minderjarige] niet in zijn opvoedingsomgeving. Hulpverlening voor [minderjarige] komt echter niet voldoende van de grond, omdat de ouders niet op één lijn liggen, de vader de gedragsproblemen van [minderjarige] niet herkent en hij de hulpverlening binnen zijn opvoedingssituatie en individuele hulpverlening voor [minderjarige] weigert. Hierdoor is onduidelijk gebleven waar het gedrag van [minderjarige] vandaan komt en wat zij hiervoor nodig heeft. Positief is dat het sinds de afgelopen weken wat beter lijkt te gaan met [minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder, hoewel onduidelijk is hoe dit komt. De kinderrechter stelt daarnaast vast dat [minderjarige] nog steeds wordt belast door de spanningen tussen de ouders en de stiefvader en zij onvoldoende emotionele toestemming krijgt om het bij hen allemaal fijn te mogen hebben. De vader erkent de rol van de stiefvader in het leven van [minderjarige] niet en ook tijdens de zitting kan de vader zich niet voorstellen dat tegenstrijdige berichten over de rol van de stiefvader – die al reeds acht jaar deels de zorg voor [minderjarige] op zich neemt – bij [minderjarige] voor verwarring kunnen zorgen. Uit de stukken volgt dat de vader tegen [minderjarige] zegt dat zij niet naar de stiefvader hoeft te luisteren en dat hij een vreemde is. [minderjarige] durft daarnaast volgens de moeder bijvoorbeeld geen ‘dank je wel’ te zeggen tegen de stiefvader, omdat zij dan bang is dat de vader boos op haar wordt. Dit zorgt niet alleen voor ingewikkelde situaties bij de moeder thuis, maar aannemelijk is ook dat dit een groot beroep doet op de loyaliteit van [minderjarige]. De kinderrechter stelt verder vast dat vrijwillige hulpverlening niet heeft geleid tot een verbetering van de situatie tussen de ouders en daarnaast kon de hulp voor [minderjarige] lang niet starten. Hierdoor bestaat nog onvoldoende zicht op de aanwezigheid van (kindeigen)problematiek bij [minderjarige], anders dan haar licht verstandelijke beperking. Daarnaast communiceren de ouders nog steeds als ex-partners in plaats van als ouders van [minderjarige] en is nog altijd sprake van een ingewikkelde onderlinge verstandhouding. De kinderrechter concludeert aldus dat [minderjarige] ernstig in haar (sociaal emotionele) ontwikkeling wordt bedreigd, die naar het oordeel van de kinderrechter nu niet in het vrijwillig kader weggenomen kan worden. Teneinde de zorgen over het veilig opgroeien van [minderjarige] weg te kunnen nemen, is de kinderrechter van oordeel dat daarvoor aan de volgende doelen gewerkt moet worden:
- [minderjarige] wordt niet geconfronteerd met ruzies/spanningen/geweld
tussen ouders en/of vader en stiefvader;
- [minderjarige] heeft ouders die op een constructieve manier samenwerken c.q. samenwerken
belang van [minderjarige];
- [minderjarige] wordt niet langer belast door ouders met negatieve en
diskwalificerende uitspraken over de andere ouder dan wel opvoeder;
- [minderjarige] heeft ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden verwerkt;
- [minderjarige] herkent haar gevoelens en emoties en kan deze op een goede manier uiten;
- [minderjarige] accepteert de regels en grenzen binnen de beide opvoedingssituaties
en ouders hanteren daarin één lijn.
Om de zorgen verder weg te nemen, is het naar het oordeel van de kinderrechter noodzakelijk dat zicht komt op het gedrag van [minderjarige] (dat zij met name binnen de opvoedsituatie van de moeder laat zien), de oorsprong van dit gedrag en hetgeen zij daarvoor nodig heeft. Hoewel de Raad diagnostiek niet als doel heeft opgenomen in de rapportage, kan dit naar het oordeel van de kinderrechter wel als optie overwogen worden. Daarnaast is van belang dat wordt bezien wat ingezet kan worden tussen de ouders om te zorgen dat zij komen tot een situatie waarin zij op ouder-niveau over [minderjarige] kunnen communiceren, maar ook zodat zij, en dan met name de vader, doordrongen raken van het effect van hun handelen op [minderjarige] en hetgeen [minderjarige] nodig heeft om op een onbelaste manier verder op te kunnen groeien. Ook zal naar het oordeel van de kinderrechter aandacht moeten komen voor de acceptatie van de huidige situatie, namelijk dat [minderjarige] opgroeit bij gescheiden ouders die geen partners meer zijn. Zij blijven echter wel samen de ouders van [minderjarige], die het haar zouden moeten gunnen dat zij onbelast kan opgroeien en het ook fijn mag hebben in de opvoedingsomgeving van allebei haar ouders. Gelet op de verstandhouding tussen de ouders en het weigeren van hulpverlening door de vader in zijn opvoedingsomgeving, dient de hulp derhalve ingezet te worden vanuit het gedwongen kader. De in dat kader betrokken jeugdbeschermer zal de belangen van [minderjarige] voorop stellen, erop toezien dat de voor [minderjarige], maar ook voor de ouders, noodzakelijke hulpverlening wordt opgestart en waarborgen dat deze wordt gecontinueerd. Gelet op de complexe problematiek en hetgeen nodig is om de zorgen over [minderjarige] weg te kunnen nemen, zal de kinderrechter het verzoek toewijzen voor de duur van een jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister[_a6da51b9-a5b4-423c-9076-649c4033a089].
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 18 juni 2026 en tot 18 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van Casant als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.