Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6605Zaaknummer C/02/449001 / FA RK 26-2905

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449001 / FA RK 26-2905
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz, zorgmachtiging, psychotische stoornis, sociaal isolement

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 juni 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449001 / FA RK 26-2905

Datum uitspraak: 18 juni 2026,

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonende te [plaats],

advocaat mr. M. Janse uit Halsteren.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026 in de woning van betrokkene. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1], ambulant behandelaar;
  • de heer [persoon 2], ambulant behandelaar.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft op 16 januari 2026 een zorgmachtiging verleend voor betrokkene tot en met 16 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene heeft aangegeven dat hij kampt met veel fysieke pijn en dat hij daardoor niet kan werken. Betrokkene heeft eerder niet kunnen revalideren en door de pijn slaapt hij slecht. Hij ervaart hier veel stress van en hiervoor moet dan ook aandacht zijn. Zijn problemen komen vanuit lichamelijke problematiek en niet vanuit psychotische problematiek. Er is absoluut geen sprake van een psychische stoornis. Betrokkene is van mening dat hij psychotisch wordt van de inname van medicatie en hij heeft hier eerder veel bijwerkingen van ervaren. Hij wordt misselijk van de medicatie en gaat er wazig van zien. Betrokkene wil voorkomen dat hij lichamelijk afhankelijk wordt van lorazepam. Hij zal deze medicatie dan ook niet nemen. Hij is van mening dat anti-psychiotica medicatie alleen werkt als er sprake is van een psychotische stoornis. De risico’s van die medicatie zijn voor de lichamelijke gesteldheid van betrokkene te groot, omdat er bij hem geen sprake is van een psychotische stoornis. Zodra hij na een eventuele opname weer thuis komt, zal hij direct stoppen met het gebruik van medicatie. Een eerdere opname heeft ervoor gezorgd dat de klachten bij betrokkene erger zijn geworden. Hij heeft geen vertrouwen in een behandeling en opname van de GGZ. Hij krijgt stress en angst van de GGZ. Een eerdere opname is een traumatische ervaring geweest en voelde alsof betrokkene onterecht naar de gevangenis moest. De politie gelooft betrokkene niet en wil hem niet helpen als de buurman, die hem al meermaals heeft bedreigd, onterecht op zijn terrein komt. Betrokkene zegt dat hij geen einde aan zijn leven wil maken.

4.2.

De heer [persoon 2] heeft naar voren gebracht dat betrokkene angstig is, nare gedachten heeft, wantrouwig is, vochtproblemen in de woning ziet die niet door anderen worden waargenomen en vergaande gedachten heeft. Ook voelt betrokkene zich in de gaten gehouden en gesaboteerd door de buurman. Hij wil dat dit stopt en kan hierbij agressief reageren naar de buurman. Ook worden er hierbij voorwerpen over de schutting gegooid. Daarnaast ervaart betrokkene last van mensen die bij hem binnen komen. Betrokkene voelt zich niet gehoord en neemt hierbij het heft in eigen handen. Al lange tijd heeft hij last van deze problematiek en het lukt hem niet om stappen vooruit te zetten. Er is sprake van psychiatrische kwetsbaarheid. Momenteel neemt betrokkene geen medicatie. Er vindt een zoektocht naar de juiste medicatie plaats. Betrokkene vertoont grote weerstand tegen medicatie, omdat hij van mening is dat hij ziek wordt van de medicatie. Het is de verwachting dat betrokkene de medicatie gaat nemen als hij meer tot rust is gekomen. Tijdens een eerdere opname werd betrokkene rustiger na inname van de medicatie. Wel heeft hij toen fikse bijwerkingen van de medicatie ervaren. Een opname is noodzakelijk om betrokkene op een verantwoorde manier in te stellen op de medicatie. Ook kan hij in een klinische setting om hulp vragen en kunnen zijn pijnklachten onderzocht worden. Betrokkene heeft meermaals aangegeven dat hij in verzet gaat als hij wordt opgenomen. Gelet hierop is de zorgvorm insluiten noodzakelijk. Betrokkene heeft een andere visie op zijn problematiek. Het lukt momenteel niet om hierover het gesprek met betrokkene aan te gaan.

4.3.

De heer [persoon 1] laat weten dat geprobeerd is om betrokkene via ambulante hulpverlening te ondersteunen, maar de situatie is in de afgelopen periode verslechterd. Tijdens een opname kan gezocht worden naar passende medicatie. Een overleg met de medische psychiatrische unit (hierna: MPU) kan plaatsvinden of een opname bij hen kan plaatsvinden, gelet op de ontstane weerstand van betrokkene tegen een opname binnen de GGZ. In de MPU kunnen ook de fysieke klachten van betrokkene onderzocht worden.

4.4.

De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek. Betrokkene is van mening dat er geen sprake is van een psychische stoornis. Eerder kon een psychische stoornis niet met zekerheid worden vastgesteld. Betwist wordt dat er sprake is van ernstig nadeel. In het dossier wordt alleen oude informatie en oude politiemeldingen omschreven. Uit het dossier blijkt niet dat er sprake is van nieuwe overlastmeldingen. Anders dan in het dossier staat vermeld, heeft betrokkene het recht om zich terug te trekken. Daarnaast klopt het niet dat betrokkene zich terugtrekt, want hij heeft een fijne vriendschap opgebouwd met een persoon die hij op de HIC heeft ontmoet. Betrokkene ervaart overlast van de buurman en het helpt hem hierbij niet dat twee weken geleden de politie hiervoor nog is ingeschakeld. Uit een overgelegde rapportage blijkt dat betrokkene wel degelijk kampt met vochtproblemen in zijn woning. Betrokkene heeft rust nodig die hem nu niet wordt geboden. Betrokkene heeft veel pijn aan zijn knie en rug door een ongeluk met zijn snowboard. Hierbij kan hij ondersteuning gebruiken. De advocaat betwist dat een zorgmachtiging doelmatig is. Betrokkene voelt zich onbegrepen door GGZ. Het is vreemd dat betrokkene eerder na heftige bijwerkingen van de medicatie door GGZ naar huis is gestuurd. Een nieuwe opname op de HIC zal bij betrokkene leiden tot een nieuw trauma. Hij slaapt inmiddels al dagen niet, omdat hij bang is dat hij opnieuw terug moet naar de HIC. Betrokkene is van mening dat er niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten van een zorgmachtiging en dat het verzoek afgewezen moet worden. Subsidiair wordt verzocht tot afwijzing van de zorgvorm insluiten, omdat deze zorgvorm al tweemaal eerder is afgewezen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overlegde stukken en wat is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en de verklaring van de behandelaar hierover.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in een sociaal isolement verkeert en er is sprake van maatschappelijke teloorgang. Daarnaast roept betrokkene agressie van anderen over zich af door het vertonen van verward gedrag in de buurt.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene mijdt zorg. Daarnaast weigert betrokkene medicatie, omdat hij van mening is dat er geen sprake is van een psychische stoornis en heeft hij angst voor medicatie. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 juni 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.