Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6576Zaaknummer C/02/449163 / FA RK 26-3006

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449163 / FA RK 26-3006
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voortzetting inbewaringstelling verleend voor zes weken

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449163 / FA RK 26-3006

Datum uitspraak: 17 juni 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2],

advocaat: mr. Ph. van Kampen uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 12 juni 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026, in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- mevrouw [persoon 1], Physician Assistent.

Verschenen, maar niet gehoord zijn:

- mevrouw [persoon 2], co-assistent;

- mevrouw [persoon 3], verzorgende.

1.3.

Bij aanvang van de zitting heeft de rechter betrokkene kort kunnen zien en spreken op zijn kamer in [accommodatie]. Betrokkene gaf daarbij aan dat hij naar huis wil. Hij vindt het niet prettig in de verpleeginstelling en hij vindt het niet nodig om hier nog langer te blijven. Vervolgens gaf betrokkene aan dat hij niet bij de zitting aanwezig wil zijn. Gelet daarop is de rechter van oordeel dat betrokkene in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord, maar niet bereid is zich (verder) te doen horen en daarmee afstand doet van zijn recht om (verder) te worden gehoord. Daarnaast stelt de rechter vast dat de advocaat van betrokkene zich op het standpunt heeft gesteld dat de zitting zonder betrokkene voortgezet kan worden. De rechter heeft daarop besloten om de mondelinge behandeling in afwezigheid van betrokkene voort te zetten.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] te [plaats 2]. De burgemeester van Goes heeft de inbewaringstelling op 11 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4 De standpunten

4.1.

De Physician Assistent benoemt tijdens de zitting dat betrokkene is gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer. Onder invloed daarvan heeft betrokkene last van wanen, hallucinaties, achterdocht en vertoonde hij in de thuissituatie agressief gedrag richting materieel en familie. In de verpleeginstelling krijgt betrokkene medicatie om de wanen, hallucinaties en achterdocht te verminderen. Het effect van deze medicatie moet nog worden afgewacht. Van agressie is in de verpleeginstelling geen sprake geweest en betrokkene is sinds zijn opname al wat rustiger geworden. Wel loopt betrokkene in de verpleeginstelling veel rond, trekt hij zich veel terug op zijn kamer en zoekt hij geen contact. Er zal de komende tijd worden gezocht naar een geschikte plek voor betrokkene. Daar zal binnen zes weken duidelijkheid over ontstaan. De Pysician Assistent verwacht niet dat betrokkene weer naar huis zal kunnen gaan.

4.2.

De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Er is sprake van een psychogeriatrische aandoening bij betrokkene en er is in de thuissituatie ernstig nadeel ontstaan, mogelijk doordat er werd gesproken over een opname van betrokkene. Betrokkene wordt dan fel. Betrokkene is echter van mening dat hij fysiek niets mankeert en dat hij niet opgenomen hoeft te worden. Hij wil dan ook weer naar huis.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat er bij betrokkene sprake is van desoriëntatie in tijd en plaats, ontremming, achterdocht, doolgedrag en het onvermogen om nieuwe informatie vast te houden. In de thuissituatie heeft betrokkene daarnaast de huisraad kapotgemaakt. Ook is er sprake van suïcidaliteit. Tot slot is betrokkene agressief geweest richting zijn partner, waardoor zij en de rest van de familie psychische schade hebben opgelopen en ernstig overbelast zijn geraakt.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van de ziekte van Alzheimer. Betrokkene is in september 2025 door een neuroloog gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.

5.5.

Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Het is de rechtbank gebleken dat betrokkene 24-uurs zorg, begeleiding en toezicht in de nabijheid behoeft, hetgeen haar in een verpleeginstelling kan worden geboden.

5.7.

Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft duidelijk aan dat hij niet langer opgenomen wil worden in een verpleeginstelling maar naar huis wil.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

5.9.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes weken, met ingang van heden en tot en met 29 juli 2026.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.