Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6572Zaaknummer C/02/449008 / FA RK 26-2910
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/449008 / FA RK 26-2910
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzen 1e ZM vanwege vrijwilligheid
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449008 / FA RK 26-2910
Datum uitspraak: 17 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1],
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2],
advocaat: mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 5 juni 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026, in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1], psychiater;
- de heer [persoon 2], partner van betrokkene.
Verschenen, maar niet gehoord is:
- [persoon 3], verpleegkundige.
2 Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 mei 2026 is een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van betrokkene verleend met ingang 18 mei 2026 en tot en met 8 juni 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het opnemen in een accommodatie.
4 De standpunten
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het een tijdje niet goed met haar is gegaan, maar dat het inmiddels weer een stuk beter gaat. De medicatie werkt, al ervaart betrokkene daar enorme bijwerkingen van, met name een hoge bloeddruk. Betrokkene heeft vanochtend te horen gekregen dat de medicatie wordt aangepast. Hoewel zij het liefst nu al naar huis gaat, begrijpt zij dat zij de komende tijd nog opgenomen moet blijven, zeker nu de medicatie wordt aangepast. Betrokkene wil het ook goed afsluiten in [accommodatie], zodat zij er hopelijk niet meer terug hoeft te komen.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek nu de behandeling van betrokkene op vrijwillige basis kan worden voortgezet.
De psychiater benoemt dat het verzoek kan worden afgewezen nu betrokkene instemt met de benodigde medicatie en behandeling. De medicatie zal de komende tijd nog worden bijgesteld. Betrokkene ervaart nu forse bijwerkingen en de dosering is vermoedelijk te hoog. Hiervoor zal betrokkene nog zo’n drie tot zes weken opgenomen moeten blijven in [accommodatie]. De medicatie zal op de lange termijn nodig blijven, maar de psychiater heeft er vertrouwen in dat betrokkene deze zal blijven innemen. Betrokkene ziet namelijk in dat zij medicatie nodig heeft. Thuis zal betrokkene verder worden opgevolgd door het FACT-team.
De partner benoemt dat betrokkene nu over veel meer ziekte-inzicht beschikt dan voorheen; zij geeft nu zelf aan dat zij een opname in [accommodatie] voor nu het beste vindt. Dit is een enorm verschil met voorheen.
5 De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en overige dsm-5 stoornissen. Er is bij betrokkene sprake van een obsessief compulsieve stoornis (OCD), een autisme spectrum stoornis (ASS) met katatone kenmerken en recidiverende depressies. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel is gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat betrokkene in de thuissituatie nauwelijks nog at, dronk of sliep. Hierdoor was er sprake van fysieke uitputting, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Bovendien dreigde de partner van betrokkene als gevolg hiervan overbelast te raken in het verlenen van de (mantel)zorg. Er moest worden overgegaan tot een opname va betrokkene om het gevaar af te wenden.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Naar aanleiding van hetgeen door en namens betrokkene alsmede door de psychiater ter gelegenheid van de zitting naar voren is gebracht, constateert de rechtbank dat betrokkene op vrijwillige basis de noodzakelijk bevonden zorg zal accepteren. Betrokkene ziet in dat zij medicatie nodig heeft en zij is bereid om deze in te blijven nemen. Ook zal betrokkene de komende tijd nog in [accommodatie] opgenomen blijven, zeker nu haar medicatie nog zal worden bijgesteld. Betrokkene verzet zich evenmin tegen de contacten met het FACT-team. Volgens de psychiater is er sprake van een voldoende bestendige samenwerking met betrokkene en kan de benodigde zorg daarom op vrijwillige basis worden voortgezet. Vanwege de vrijwilligheid van betrokkene wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een zorgmachtiging. De rechtbank zal het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging daarom afwijzen.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.