Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6569Zaaknummer C/02/448629 / FA RK 26-2725

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448629 / FA RK 26-2725
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aansluitende zorgmachtiging verleend voor 12 maanden

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 juni 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448629 / FA RK 26-2725

Datum uitspraak: 17 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats 1],

advocaat: mr. M.W. Dieleman uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 28 mei 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- de heer [persoon 1] en mevrouw [persoon 2], sociaal psychiatrisch verpleegkundigen (hierna: SPV’ers).

2 Wat vaststaat

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 19 december 2025 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, met ingang van 19 december 2025 en tot en met 19 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- het opnemen in een accommodatie.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat zij een zeer belast verleden heeft en dat er veel met haar aan de hand is. Daarom slikt zij heel veel medicatie. Zij staat ervoor open om te kijken of er wijzigingen in haar medicatie moeten plaatsvinden, maar zij wil niet nog meer medicatie innemen. Verder komt betrokkene haar afspraken na en werkt zij overal aan mee. Ook wil zij graag ondersteund worden door hulpverlening. Een zorgmachtiging vindt zij daarom zeer onterecht.

4.2.

De advocaat bepleit namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek. Betrokkene erkent dat er veel met haar aan de hand is. Dit maakt het lastig om betrokkene passende zorg te verlenen. Betrokkene heeft echter duidelijk een hulpvraag. Ook neemt zij medicatie in en zij stelt het contact met het FACT-team op prijs. Gedwongen hulpverlening kan dan contra productief werken. De advocaat heeft ook twijfels bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van betrokkene. Betrokkene weet namelijk juist vrij goed wat zij wil en wat zij niet wil en wat er goed is voor haar. Het is dan ook belangrijk dat er een duidelijk plan wordt opgesteld voor de benodigde zorg van betrokkene en dat betrokkene daarin goed wordt meegenomen. Als dat gebeurt kan de zorg volgens de advocaat in het vrijwillig kader worden verleend. Mocht de rechtbank toch een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene verlenen, dan dienen daarin niet de zorgvorm het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid te worden opgenomen, aangezien deze zorgvormen niet voorzienbaar zijn en er in het verleden nooit een gedwongen opname van betrokkene nodig is geweest.

4.3.

De SPV’ers benoemen dat betrokkene veel heeft meegemaakt en veel lijdt. Er zijn veel overlastmeldingen (geweest) vanuit de buurt. De buren voelen zich geïntimideerd door betrokkene, zijn bang voor haar en mijden haar. Betrokkene heeft zelf ook last van haar buren. Zij voelt zich niet veilig in haar buurt en denkt dat mensen haar weg willen pesten. Dit is in [plaats 2] ook gebeurd en daardoor is betrokkene toen dakloos geworden. Er wordt nu gevreesd voor een herhaling hiervan en dat moet worden voorkomen. Daarom dient betrokkene antipsychotische medicatie in te nemen, om zo meer rust en balans te krijgen. Ondanks diverse pogingen blijft betrokkene dit weigeren, omdat zij al erg veel medicatie inneemt. Betrokkene laat de hulpverlening ook niet altijd binnen. Dit maakt dat er een zorgmachtiging nodig is voor betrokkene, met daarin de zorgvormen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en andere medische handelingen en therapeutische maatregelen en het aanbrengen van beperkingen zonder het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen. De zorgvormen het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid zijn nodig in uiterste nood, als het niet lukt om de behandeling in het ambulante kader vorm te geven. Een gedwongen opname is in het verleden echter nog nooit nodig geweest.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum -en andere psychotische stoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en overige dsm-5 stoornissen. Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken volgt dat er bij betrokkene thans sprake is van een psychotisch toestandsbeeld met een uitgebreid waansysteem. Daarnaast is betrokkene in de voorgeschiedenis bekend met langdurige complexe problematiek, met onder andere verslavingsproblematiek (in remissie). Ook was er sprake van complexe PTSS, dysthymie en ADHD en bestond het vermoeden van een cluster-B persoonlijkheidsproblematiek. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- ernstige verstoorde ontwikkeling;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene ten tijde van een psychotische decompensatie onbegrepen gedrag vertoont en voor veel overlast zorgt. In 2022 heeft dit er toe geleid dat betrokkene uit haar woning is gezet. Momenteel zijn er weer veel conflicten met haar en de buurt en lopen de overlastmeldingen weer op. De vrees bestaat dan ook dat betrokkene opnieuw uit haar woning wordt gezet. Het gedrag van betrokkene roept tevens agressie van anderen op. Zo is betrokkene eerder tijdens het uitlaten van de hond in elkaar geslagen. Daarnaast leidt dit gedrag tot uitputting en somatische zelfverwaarlozing bij betrokkene nu ze niet tot rust kan komen.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken volgt dat betrokkene ambivalent is ten aanzien van het accepteren van de daadwerkelijk benodigde behandeling. Eerder is het verlenen van ambulante zorg op vrijwillige basis niet gelukt en betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat zij enkel op haar voorwaarden bereid is om in overleg te gaan over (een wisseling van) de benodigde medicatie. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.

De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

5.9.

De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. Voor wat betreft het toedienen van medicatie heeft betrokkene uitdrukkelijk aangegeven mee te willen werken, maar gelet op haar huidige dagelijkse hoeveelheid medicijnen, graag in gesprek te willen blijven over het mogelijk vervangen van medicijnen in plaats van aanvullen.

5.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden, met ingang van heden en tot en met 17 juni 2027.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 juni 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.