Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6568Zaaknummer C/02/448748 / FA RK 26-2786

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448748 / FA RK 26-2786
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM verleend voor 3 maanden, medicatie wordt afgebouwd

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 september 2026;

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448748 / FA RK 26-2786

Datum uitspraak: 17 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat: mr. M. Kalle uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 1 juni 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026, op de locatie van het FACT-team te [locatie]. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- mevrouw [persoon 1], behandelaar van het FACT;

- mevrouw [persoon 2], moeder van betrokkene.

2 Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden, met de volgen vormen van verplichte zorg:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- het opnemen in een accommodatie.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het goed met hem gaat. Hij is van mening dat er bij hem geen sprake is (geweest) van een heftige psychotische ontregeling, maar van een ontregeling van zijn centrale zenuwstelsel en somatische klachten. Volgens betrokkene is zijn ziektebeeld onder andere ontstaan door stress, weinig rust, lichamelijke inspanning en een B6-overschot. Voor dit overschot heeft hij voorheen, naar eigen zeggen, niet de juiste medicatie gekregen en als gevolg daarvan is er toen ernstig nadeel opgetreden. Inmiddels krijgt betrokkene al enige tijd de juiste medicatie (Haldol). Hij ervaart hierdoor wel veel bijwerkingen. Zo wordt hij met name erg beperkt bij fysieke inspanningen, hetgeen erg belangrijk voor hem is. Ook heeft hij de medicatie inmiddels niet meer nodig. Daarom wordt deze nu afgebouwd. Betrokkene weet dat het schadelijk is om de medicatie plotseling af te bouwen en hij wil daar dan ook professionele ondersteuning bij. Het afbouwen kan volgens betrokkene daarom in het vrijwillig kader plaatsvinden. Dit wil betrokkene ook graag omdat hij vreest dat een zorgmachtiging ertoe zal leiden dat het afbouwen lang gaat duren, terwijl de psychiater in het vrijwillig kader volgens betrokkene verplicht is om de medicatie af te bouwen, omdat betrokkene dan eigen regie kan voeren.

3.2.

De advocaat brengt allereerst naar voren dat de medische verklaring inmiddels al zeven weken oud is en daarom volgens de jurisprudentie niet meer actueel is en niet kan worden gebruikt. De B6-problematiek van betrokkene is ook niet meegenomen in deze verklaring. Daarom dient het verzoek te worden afgewezen of te worden aangehouden, zodat er een nieuwe medische verklaring kan worden opgesteld. Daarbij merkt de advocaat op dat er in de huidige medische verklaring al minder stoornissen en ernstig nadeel zijn opgenomen dan voorheen het geval was. In het geval de rechtbank dit verweer passeert, bepleit de advocaat namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek. Er is volgens betrokkene namelijk geen sprake van een psychische stoornis en evenmin van ernstig nadeel dat maakt dat er een zorgmachtiging nodig is. Daarbij komt dat er sprake is van vrijwilligheid. Betrokkene is immers bereid om bij het afbouwen van de medicatie de adviezen van de professionals op te volgen. Een zorgmachtiging zorgt bovendien voor veel stress bij betrokkene. Ook gaat het al een tijd goed met betrokkene; hij is al lange tijd niet meer opgenomen geweest, heeft geen terugvallen gehad en zijn vertrouwen in en verstandhouding met het FACT-team groeien. Subsidiair verzoekt de advocaat de zorgmachtiging niet te verlenen voor de zorgvormen het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid, nu deze vormen absoluut niet voorzienbaar zijn.

3.3.

De behandelaar van het FACT benoemt dat er volgens de artsen sprake is geweest van een heftige psychotische ontregeling bij betrokkene. Betrokkene was toen erg verward en overprikkeld en het was lastig om met hem in contact te komen. De medicatie heeft betrokkene de afgelopen tijd een filter gegeven voor alle prikkels die op hem afkomen. Betrokkene ervaart echter ook veel bijwerkingen van (anti psychotische) medicatie, met name bij fysieke inspanningen, hetgeen voor hem erg belangrijk is. Daarom is er gestart met het afbouwen van de medicatie. Eerst zal er worden gekeken wat de effecten en klachten van betrokkene zijn bij een zo laag mogelijke dosering en vervolgens kan worden gekeken of betrokkene in de toekomst zonder medicatie kan. De behandelaar betwijfelt of hier een zorgmachtiging voor nodig is. Hoewel er nu goed contact met betrokkene mogelijk is, vergroot het afbouwen van de medicatie de kwetsbaarheid van betrokkene. Daarom is het belangrijk om de komende tijd goed in gesprek te blijven met betrokkene, zodat er zo snel mogelijk kan worden ingegrepen als het mis dreigt te gaan. Tegelijkertijd zorgt een zorgmachtiging voor stress bij betrokkene, hetgeen juist moet worden vermeden. Gelet op de eerdere forse ontregeling van betrokkene dient er toch een zorgmachtiging te worden verleend voor betrokkene, met daarin opgenomen de zorgvormen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, zonder het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen. Hoewel betrokkene snel kan ontregelen, is het lastig om te bepalen of een verplichte opname voorzienbaar is. Tot slot benoemt de behandelaar desgevraagd dat zij verwacht dat de medicatie van betrokkene binnen een half jaar kan worden afgebouwd.

3.4.

De moeder van betrokkene benoemt dat zij hoopt dat betrokkene snel weer een actief leven kan leiden, op een goede manier.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie maanden, onder afwijzing van het resterende deel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. Daarbij merkt de rechtbank allereerst op dat zij het verweer dat door en namens betrokkene naar voren is gebracht ten aanzien van de verouderde medische verklaring en de omstandigheid dat de B6-problematiek onvoldoende in de medische verklaring is opgenomen, niet volgt. Naar het oordeel van de rechtbank is de medische verklaring namelijk nog steeds actueel en kan deze gebruikt worden, juist omdat betrokkene continu heeft aangegeven dat er volgens hem sprake is van B6-problematiek. Dit betreft dus geen nieuwe omstandigheid die vergt dat er een nieuwe medische verklaring ten aanzien van betrokkene moet worden opgesteld.

4.2.

Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen). Betrokkene is al enige tijd bekend met een psychotische stoornis, autisme en ADHD. De enkele ontkenning van betrokkene dat hiervan sprake is geeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de door de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring benoemde psychische stoornis.

4.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- ernstige verstoorde ontwikkeling;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

4.4.

Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat betrokkene ten tijde van een psychotische ontregeling grensoverschrijdend gedrag kan vertonen en last heeft van wanen. Er is dan sprake van een risico op lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en betrokkene kan agressie van derden oproepen door zijn gedrag. Zo heeft betrokkene in het verleden op het dak van zijn woning gestaan en is hij dreigend geweest naar andere personen.

4.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

4.6.

Er zijn op dit moment onvoldoende mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene geeft weliswaar aan dat hij bij het afbouwen van de medicatie de adviezen van de psychiater zal opvolgen, maar de rechtbank betwijfelt hoe bestendig en duurzaam deze bereidheid op dit moment is, nu betrokkene tegelijkertijd aangeeft dat hij zonder zorgmachtiging eigen regie kan voeren en zelf mag bepalen wanneer hij stopt met zijn medicatie. Daarom is voorlopig nog verplichte zorg nodig.

4.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.

De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.

4.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4.9.

De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van drie maanden, met ingang van heden en tot en met 10 september 2026. Het resterende deel zal worden afgewezen nu het contact tussen betrokkene en zijn behandelaar op dit moment goed verloopt en er al is gestart met het afbouwen van de medicatie. Daarbij geeft de rechtbank betrokkene mee dat de komende periode wordt bekeken of betrokkene in staat is om de adviezen van de psychiater op te volgen en zich daaraan te houden.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 september 2026;

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. Van de Poll, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.