Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6540Zaaknummer C/02/449209 / FA RK 26-3039

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449209 / FA RK 26-3039
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VCM

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.6. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 30 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/449209 / FA RK 26-3039

Datum uitspraak: 16 juni 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats],

advocaat mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • [persoon 1], psychiater;
  • [persoon 2], zaalarts.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [stichting] ziekenhuis. De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 13 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij zich bij de eerste hulp heeft gemeld vanwege zijn hartfalen en niet vanwege zijn psychische toestandsbeeld. Daarnaast ontkent hij dat sprake is van een onverantwoord of buitensporig uitgavenpatroon; volgens hem zijn de uitgaven weloverwogen en beschikt hij ook over voldoende vermogen om de door hem gewenste uitgaven te doen. Betrokkene geeft aan zich door de situatie verdrietig, gekleineerd en onbegrepen te voelen. Voorts is hij het niet eens met de gedwongen opname en betwist hij de diagnose van een bipolaire stoornis. Tot slot erkent betrokkene dat hij ongeveer acht maanden geleden, in overleg met zijn behandelend arts, is gestopt met het gebruik van medicatie.

4.2.

De zaalarts verklaart dat in maart jl. een afspraak met betrokkene heeft plaatsgevonden omdat het toen niet goed met hem ging. Tijdens dat gesprek is het gebruik van medicatie besproken, maar betrokkene weigerde hiermee in te stemmen. Sindsdien is het contact met betrokkene moeizaam verlopen. Daarnaast constateert de zaalarts verschillende manische kenmerken, waaronder spreekdrang, moeilijk te onderbreken gedrag, prikkelbaarheid en verbale agressie. De zaalarts acht een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk, zodat betrokkene eerst adequaat kan worden ingesteld op medicatie.

4.3.

De psychiater brengt naar voren dat contact is geweest met familieleden van betrokkene, die eveneens aangeven een manisch toestandsbeeld bij hem waar te nemen. Daarbij is sprake geweest van meerdere incidenten en gerichte bedreigingen. Daarnaast geeft de psychiater aan dat betrokkene geen behandeling wenst en de gestelde diagnose ontkent.

4.4.

De advocaat verzoekt de rechtbank om afwijzing van het verzoek. Namens betrokkene voert zij aan dat betrokkene graag naar huis wil. Daarnaast stelt de advocaat zich op het standpunt dat de verplichte zorgvormen ‘toedienen van vocht en voeding’, ‘insluiten’, ‘uitoefenen van toezicht’, en ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, waaronder communicatiemiddelen’, niet noodzakelijk zijn en daarom niet dienen te worden toegewezen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene de afgelopen tijd toenemend verward is geraakt en bekend is met een bipolaire stoornis. Daarnaast zijn er de afgelopen weken herhaalde signalen gekomen uit de omgeving van betrokkene die zien op ruzie maken met zijn omgeving, geld uitgeven en afstand nemen van zijn familie. Ook is sprake van spreekdrang, decorumverlies met grof en overmatig taalgebruik.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen.

5.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.

Betrokkene weigert te spreken over psychiatrische zorg en wil zo snel mogelijk naar huis.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.6. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 30 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.