Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6527Zaaknummer C/02/407414 / FA RK 23-1230 en C/02/410860 / FA RK 23-2875
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/407414 / FA RK 23-1230 en C/02/410860 / FA RK 23-2875
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Boedelverdeling overeenstemming
De rechtbank
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit de als bijlage bij deze beschikking gevoegde overeenkomst deel uitmaken van deze beschikking;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Holierhoek, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummers: C/02/407414 / FA RK 23-1230 (echtscheiding) en C/02/410860 / FA RK 23-2875 (boedel)
Beschikking d.d. 16 juni 2026
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. P.W.O. Moolhuijsen-Birnie, gevestigd te Utrecht (voorheen: E. Poppe, kantoorhoudende te Middelburg, thans onttrokken)
en
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. W. van der Sande, kantoorhoudende te Goes.
1. Het verdere procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 18 december 2024 en alle daarin vermelde stukken;
- het F9-formulier d.d. 18 december 2024 van mr. van der Sande, met bijlage;
- het F9-formulier d.d. 24 december 2024 van mr. Poppe, met bijlage;
- de mail van de griffier d.d. 22 januari 2025 met als bijlage het indicatie overzicht van de deskundige;
- het e-mailbericht van KisZ van 27 januari 2025, met bijlage;
- het F9 formulier d.d. 4 februari 2025 van mr. Poppe, met bijlage;
- de UHA-screening van de Raad d.d. 5 maart 2025;
- het F9-formulier d.d. van der Sande d.d. 11 maart 2025;
- het e-mailbericht van de griffier d.d. 25 maart 2025;
- het F9-formulier d.d. 8 april 2025 van mr. van der Sande, met bijlage;
- het F9-formulier d.d. 8 april 2025 van mr. Poppe, met bijlage;
- het F9-formulier d.d. 26 augustus 2025 met mr. van der Sande, met bijlagen;
- het F9-formulier d.d. 14 oktober 2025 van mr. van der Sande, met bijlagen;
- het F9-formulier d.d. 4 juni 2026 van mr. Moolhuijsen-Birnie, met bijlage;
- het F9-formulier d.d. 4 juni 2026 van mr. van der Sande, met bijlage;
- het e-mailbericht d.d. 4 juni 2026 van mr. Moolhuijsen-Birnie.
2 De verdere beoordeling
Bij beschikking van 22 april 2024 is onder meer en voor zover hier van belang
in de zaak met rekestnummer FA RK 23-1230 de echtscheiding uitgesproken en bepaald
dat de, destijds minderjarige, [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007 zijn hoofdverblijf heeft bij de vrouw. Daarnaast is tussen de man en de minderjarige een voorlopige zorgregeling vastgesteld. De ouders en hun minderjarige kind zijn verwezen voor een (jeugd)hulptraject naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Zeeland. De zaak ten aanzien van de definitieve zorgregeling is verwezen naar de familiekamerrol van dinsdag 23 april 2024, in afwachting van de uitkomst van het hulpverleningstraject. Vervolgens is de zaak ten aanzien van de definitieve zorgregeling verwezen naar de familiekamerrol van dinsdag 7 januari 2025 in afwachting van de uitkomst van het hulpverleningstraject.
De zaak is ten aanzien van de kinderbijdrage en de partneralimentatie eveneens verwezen naar de familiekamerrol van dinsdag 23 april 2024 om partijen in de gelegenheid te stellen kenbaar te maken of zij over deze verzoeken overeenstemming hebben bereikt. Iedere verdere beslissing is aangehouden.In de zaak met rekestnummer FA RK 23-2875 is de zaak ten aanzien van de boedelverdeling verwezen naar de familiekamerzitting van woensdag 8 mei 2024 om 9:00 uur.
Bij beschikking van 27 november 2024 heeft de rechtbank bepaald dat de man aan de vrouw dient te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van de datum van de beschikking een bedrag van € 600,-- per maand. Verder is bepaald dat de man met ingang van de datum van de beschikking aan de vrouw voor levensonderhoud voor de toekomst bij vooruitbetaling per maand moet voldoen een bedrag van € 1.024,--. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat de vrouw tegenover de man het recht heeft om in de woning aan het adres [woonplaats], aan [adres] te blijven wonen en de tot de inboedel daarvan behorende zaken te blijven gebruiken. De zaak is ten aanzien van de definitieve zorgregeling aangehouden. Voor wat betreft de boedelverdeling heeft de rechtbank de zaak voor uitlating door partijen verwezen naar de familiekamerrol.
Bij F9-formulier van 4 juni 2026 is namens de man bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dat deze overeenstemming is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Door de man is bij voornoemd F9-formulier en bij het e-mailbericht van 4 juni 2026 bericht dat er geen openstaande geschilpunten meer zijn tussen partijen. Aan het eind van de vaststellingsovereenkomst geeft de man zijn, naar de rechtbank begrijpt gewijzigde, verzoek weer. Dit verzoek houdt in dat partijen de rechtbank nadrukkelijk verzoeken om bovenstaande afspraken in de beschikking vast te leggen en op te nemen in het dictum van de beschikking, de afspraken integraal onderdeel uit te laten maken van de beschikking alsmede de afspraken aan de beschikking te hechten. Verder verzoekt de man de zaak schriftelijk af te doen.
Bij de bij F9-formulier van 4 juni 2026 overgelegde brief is namens de vrouw bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt. De vrouw wijzigt haar verzoeken overeenkomstig hetgeen namens de man is gesteld. Ook de vrouw heeft aangegeven dat er geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
Uit voormelde berichtgeving volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt. Deze overeenstemming komt de rechtbank niet ongegrond voor en zal op onderstaande wijze worden toegewezen.
De rechtbank begrijpt uit hetgeen de man en de vrouw naar voren hebben gebracht dat zij hun andersluidende nog openstaande verzoeken hebben ingetrokken. Hierdoor kunnen deze verzoeken niet meer worden onderzocht en zullen deze worden afgewezen.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit de als bijlage bij deze beschikking gevoegde overeenkomst deel uitmaken van deze beschikking;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Holierhoek, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.