Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6523Zaaknummer C/02/400395 / FA RK 22-3581
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/400395 / FA RK 22-3581
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Intrekkingsbeschikking
De rechtbank:
wijst de zelfstandige verzoeken van de man af.
Deze beslissing is gegeven door mr. Bollen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaak-/rekestnummer: C/02/400395 / FA RK 22-3581
(nadere) beschikking d.d. 16 juni 2026
in de zaak van
[de vrouw] (hierna te noemen: de vrouw),
wonende te [woonplaats 1],
verzoekster,
advocaat mr. S. Yaprak, kantoorhoudende te Enschede,
tegen
[de man] (hierna te noemen: de man),
wonende te [woonplaats 2],
verweerder,
advocaat mr. F. Bouyaghjdane, kantoorhoudende te Rotterdam.
1 Het verdere procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van 19 november 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- het e-mailbericht van 20 januari 2026 van mr. Bouyaghjdane.
2 De nadere beoordeling
Bij beschikking van 19 november 2025 heeft deze rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Daarnaast is de zaak verwezen naar de rol van 23 december 2025 voor uitlating zijdens de man als bedoeld in rechtsoverweging 3.33., 3.36. en 3.38.
Thans zijn nog aan de orde de zelfstandige verzoeken van de man, te weten:
- te bepalen dat de schulden bij helfte worden verdeeld;
- te bepalen dat de vrouw het bedrag van € 5.410,- terugbetaalt aan de man;
kosten rechtens.
Bij e-mailbericht van 20 januari 2026 heeft mr. Bouyaghjdane namens de man medegedeeld dat de man zijn zelfstandige verzoeken intrekt.
Nu de man zijn zelfstandige verzoeken heeft ingetrokken, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling daarvan.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst de zelfstandige verzoeken van de man af.
Deze beslissing is gegeven door mr. Bollen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.